Bestormers van het Binnenhof

De droom van iedere rechtgeaarde wetenschapper is dat de samenleving op een dag de politiek niet langer nodig zal hebben. Dat het inrichten en besturen van onze samenleving eindelijk overgelaten wordt aan de deskundige die daarvoor het langst heeft doorgeleerd: de wetenschapper zelf.

En dat hij voorgoed verlost wordt van het dilettantencircus in Den Haag dat uit vrees voor de kiezer stokdoof blijft voor zijn verstandige adviezen die niet, zoals bij de politicus, meewaaien met de waan van de opiniepeilingen, maar de vrucht zijn van een superieure, want strikt rationele en op onderzoek gebaseerde ordening van gedachten.

Vooral de sociale wetenschappers onder hen koesteren deze droom, ondanks het feit dat ze iedere ochtend boven de krant ruw wakker worden. Ze hebben geduld.

Als de voortekenen ons niet bedriegen zal dat geduld binnenkort beloond worden. Rondom de Haagse politiek slaan namelijk steeds meer academici doelbewust hun tenten op. Gelokt door derde, vierde en vijfde geldstromen hebben zij zich verenigd in een stil offensief. Vanuit honderden onderzoek- en adviesbureaus bestoken zij regering en parlement dagelijks met een regen van wetenschappelijke rapporten. Gevraagd en ongevraagd.

Duizenden doctorandussen en doctoren zijn daar mee bezig. Of het nu gaat om het meten van vliegtuiglawaai, het monitoren van sociale cohesie of het uitrekenen van het hulpvolume in de zwakzinnigenzorg, met hun getrainde verstand ontrafelen ze ieder politiek probleem. En hoewel het merendeel van hun rapporten ergens op de achterbank van een dienstauto een stille dood sterft, blijven de onderzoekers ermee doorgaan omdat ze er terecht van uitgaan dat de aanhouder wint: het bombardement sociaal-wetenschappelijk kennis zal toch eens het verzet van de politicus moeten breken. Suf gelezen en volkomen murw geadviseerd door tientallen commissies van academische betweters zal hij op een goede dag de witte vlag hijsen en afscheid nemen van het laatste restje ideologie waarmee hij tot dan toe al die geleerde adviezen naast zich neer kon leggen.

Op die dag zal de politicus samen met een professor in de Kamer komen uitleggen dat voor het welslagen van zijn beleid niet langer een meerderheid van stemmen nodig is. Ja, dat het hem in feite worst zal zijn wat de Kamerleden vinden van zijn plannen. Het enige dat voortaan voor hem telt is het oordeel van een groep andere Nederlanders. Een zorgvuldig door de professor geselecteerde groep van 750 proefpersonen die binnen een periode van precies twee jaar tijd elk regeringsvoorstel gaat uitproberen. Na de verbaasde vragen uit de Kamer wat er mis is met het oordeel van de zittende parlementariërs, zal de hoogleraar het van de politicus overnemen en antwoorden dat ze helaas met te weinigen zijn. Een aantal van 150 heeft, gezien de totale populatie die bestuurd moet worden, geen enkele statistische betekenis. Elk Kamerstandpunt, met welke meerderheid ook aangenomen, blijft daardoor volstrekt willekeurig en is van geen enkele waarde bij het analyseren en oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarbij komt dat door de democratische selectieprocedure de uitspraken van Kamerleden in het algemeen gekenmerkt worden door een extreem lage validiteit. Uit electorale overwegingen zeggen ze systematisch iets anders dan ze bedoelen. Voor een wetenschapper een regelrechte ramp.

Ik ben benieuwd of de parlementariërs zich laten overtuigen door deze argumenten. Het risico bestaat in dit pragmatische tijdperk. Op wat christenen en conservatieve liberalen na zullen de meesten het een technisch knap verhaal vinden. Daarom is het denkbaar dat het wetenschappelijk onderzoek in de tweede paarse regeerperiode een steeds belangrijkere rol gaat opeisen.

Een vijfde baan, optiewinstbelasting, Melkert-5, -6 en -7, cannabis voor ambtenaren met hoofdpijn, versterving, selectie aan de poort - over al dit soort zaken hoeft dan niet meer gediscussieerd te worden. Een groep van 750 wetenschappelijk begeleide burgers volstaat om van elk politiek initiatief een doorslaand succes te maken. Laten we hopen voor de onderzoekers dat de allereerste paarse testgroep, de junken die komend voorjaar de gratis heroïne van minister Borst gaan uitproberen, zijn opdracht dan ook serieus neemt en er niet met de pet naar gooit. Dus wie snapt wat de bedoeling is, netjes op tijd komt spuiten, de enquêteformulieren daarna keurig invult, en als dank voor de bewezen dienst na twee jaar maatschappelijk een tikkeltje beter gaat functioneren. Doen de verslaafden dat allemaal niet, ja, dan staan de wetenschappers met lege handen, en zullen de dilettanten in Den Haag toch weer het laatste woord hebben.

Voorlopig althans.