Vliegen

Op een ochtend kreeg de eekhoorn een brief:

Beste eekhoorn

Kom eens.

De alikruik.

De eekhoorn ging naar het strand en vond de alikruik, in een poel water, achter een rots.

“Dag alikruik”, zei de eekhoorn. De alikruik keek uit zijn schelp en knikte nauwelijks merkbaar.

“Ik heb je brief gekregen”, zei de eekhoorn.

De alikruik knikte weer.

“Je schreef: 'Kom eens' ”, zei de eekhoorn aarzelend.

“Ik ben boos”, zei de alikruik.

“Waarom”, vroeg de eekhoorn.

“Ik wil ook wel eens dansen”, zei de alikruik. “Ik kan niet dansen. Iedereen kan dansen. Ik niet.”

De eekhoorn keek hem aan, dacht even na en zei: “Ik ben zo terug.”

Hij holde van het strand naar het huis van de boktor.

“Boktor”, zei hij buiten adem. “De alikruik wil graag dansen.”

“Kan”, zei de boktor.

Hij ging de eekhoorn voor naar zijn schuurtje. Daar lag alles wat iedereen ooit zou kunnen gebruiken voor wat dan ook. De boktor zocht twee lenige benen en twee sierlijke armen uit.

“Hier”, zei hij.

De eekhoorn bedankte hem, tilde de armen en benen op zijn rug en holde terug naar de alikruik.

“Hier”, zei hij, buiten adem, toen hij weer voor hem stond. Hij maakte de armen en benen aan de alikruik vast. Ze zaten meteen goed.

De alikruik schraapte zijn keel en ging op zijn benen staan. Hij wankelde en viel een paar keer om, maar even later danste hij, met de eekhoorn, op het strand, achter de rots.

“Dit is dus dansen”, mompelde hij.

“Ja”, zei de eekhoorn. “Dit is dansen.”

Na een tijdje had de alikruik genoeg gedanst. Hij gaf de armen en benen terug.

“Dank je wel”, zei hij en kroop terug in zijn schelp.

“Dag alikruik”, zei de eekhoorn. Hij tilde de armen en benen weer op zijn rug en liep in de richting van het bos.

Het was laat in de middag. De zon scheen tussen de bomen door en hoog in de lucht vloog de zwaluw.

De eekhoorn bracht de armen en benen bij de boktor terug en ging naar huis. Op de tak voor zijn deur bleef hij staan en keek over het bos heen. Hij dacht aan dansen, heel lang dansen, altijd door dansen, 's ochtends dansen, 's avonds dansen, en zuchtte diep.

Plotseling dwarrelde er een brief voor hem neer.

Beste eekhoorn

Ik ben nog iets vergeten.

Ik wil ook wel eens vliegen.

Heel graag zelfs.

De alikruik.

Wat zal ik doen? dacht de eekhoorn, toen hij de brief had gelezen. Hij ging op de drempel van zijn deur zitten en dacht diep na. Zal ik weer naar de boktor gaan, dacht hij. Hij keek naar de rode gloed van de ondergaande zon. Maar wat komt er na vliegen? dacht hij.

Hij had zelf nog nooit gevlogen en wist dat niet.