Stevige beat van sterren uit Cuba

Concert: De Afro-Cuban All Stars. Gehoord: 21/8 Tivoli, Utrecht. Herhaling: vanavond Melkweg, Amsterdam.

Wat is het grote verschil tussen Amerikaanse en Cubaanse bands? Dat de laatste spotgoedkoop zijn, zo weet inmiddels iedere programmeur, zeker in Nederland. De Cubaanse orkesten vliegen dan ook af en aan om ons zuinig opgebouwde 'poldersucces' ruimhartig van vrolijkheid te voorzien.

Bestaan Amerikaanse 'All Star'-groepen uit hoogstens vijf musici, op Cuba is men niet zo krenterig, zo bleek al uit de cd A Toda Cuba le Gusta, waarop zo'n 23 'Afro Cuban All Stars' te horen zijn, nog afgezien van enkele gasten.

De voor de toernee opgetrommelde groep bestaat uit 'slechts' veertien man maar hèt twistpunt van de 'all star'-formule - wie zijn licht het helderst mag laten schijnen - speelt juist extra sterk op. De vijfkoppige kopersectie en leider/vocalist/tres-speler Juan de Marcos Gonzáles zoeken het vooral in hard en heftig waardoor er voor sommige vocalisten niets meer te 'scoren' valt. Van het gruizige geluid van Pio Leyva (80) en de wat geknepen keelstem van José Antonio Rodriguez komt in Tivoli geen syllabe over. Hun legendarische collega Ibrahim Ferrer (70) krijgt meer de ruimte, maar de wrijving tussen de 'papa's' van vóór Castro en de 'jongens' van erna wordt er hoogstens door genuanceerd. Gokken in een hal van Fulgencio Batista of geld spenderen in een dollarwinkel van Fidel Castro, het lijkt van hetzelfde laken een pak, maar het klinkt als het verschil tussen zon en maan.

Waar pianist Guillermo López staat, de remplaçant van de voortreffelijke Rubén González op de cd, is snel duidelijk; het liefst tussen potpalmen in een ballroom vol rijke toeristen in slank afkledende tropenhemden. Zijn vlot bedoelde versie van de tango 'Hernando's Hide-away' klinkt vooral melig. Dat hij zijn 'star'-status dankt aan het feit dat hij de vader is van pianist Gonzalo Rubalcaba verklaart veel. Het best klinken de all stars wanneer ze zich zonder veel poeha wijden aan jazzy solo's met een stevige latin beat eronder zoals in 'Elube Chango', een stuk van Marcos Gonzáles. Ook de son montuno (een Cubaanse dansvorm) 'Alto Songo' klinkt heel goed, de slide gitaar solo van Ry Cooder op de plaat wordt in Tivoli nauwelijks gemist. De Afro-Cuban All Stars kunnen muzikaal ongetwijfeld veel maar hebben te maken met een hardnekkig probleem dat de aandacht wel eens afleiden wil: wat moet je als 'ster' met twee zakken vol gaten?