Russische sfeer bij Brabants orkest

Concert: Het Brabants Orkest o.l.v. Andrei Boreyko, m.m.v. Arkadi Gutnikov (viool). Programma: Rimsky-Korsakov, Prokofjev, Sjostakovitsj. Gehoord: 20/8 Concertgebouw Amsterdam.

Het duurde even voordat de Brabantse inborst zich liet voegen naar het ritme en de melodieën van de Russische volksmuziek, waarop Rimsky-Korsakov zijn kleurrijke en uitbundige Ouverture 'Groot Russisch Paasfeest' inspireerde en, in mindere mate, Prokofjev zijn neo-klassieke Tweede vioolconcert. Maar al gauw won de muzikale verleidingskunst van dirigent Andrei Boreyko het van de onwennigheid in het orkest. De ouverture waarin Rimsky-Korsakov 'de overgang van de donkere en mysterieuze avond van Paaszaterdag naar de tomeloze, heidense feestvreugde op de ochtend van Paaszondag' in ongebreidelde klanken en kleuren heeft vertaald, werd sfeervol en onweerstaanbaar uiteengezet. In het Tweede vioolconcert van Prokofjev, dat hoge eisen stelt aan de instrumentale en muzikale bagage van de solist, leek Arkadi Gutnikov tot op zekere hoogte gedupeerd door de geringe draagkracht van zijn viool. Gutnikov, evenals Maxim Vengerov en Vadim Repin een leerling van Zakhar Bron, beschikt over een gezonde techniek en een intelligente muzikaliteit. Zijn interpretatie van Prokofjev werd gekenmerkt door een goed doordachte opbouw en integere fraseringen, maar zijn viooltoon was niet uitgesproken genoeg om tot de verbeelding te spreken. Zo klonk Prokofjev een beetje vlak en monotoon, ook al deed Het Brabants Orkest onder de vurige leiding van Boreyko erg zijn best om de spanning erin te houden. Als toegift speelde Gutnikov de Sarabande uit de Tweede partita voor viool solo van Bach, waarin hij, ongehinderd door het orkest, zich veel meer bleek te kunnen uiten. Bach klonk sober en ingetogen, maar ook glansrijk en bevlogen.

De felle en plastische uitvoering van de Negende symfonie van Sjostakowitsj maakte duidelijk dat Het Brabants Orkest, mits gedirigeerd door zo'n sterke persoonlijkheid als Boreyko, zich zonder gêne kan meten met de orkesten uit de randstad. Niet alleen de orkestdiscipline, de sonore samenklank en de intensiteit waarmee gemusiceerd werd, maar ook de expressieve soli in de Negende van Sjostakowitsj dwongen bewondering af.