Officier eist opnieuw vijf jaar cel tegen hooligan

HAARLEM, 22 AUG. In het proces tegen veertien Feyenoord-supporters heeft de officier van justitie in Haarlem gisteren voor de tweede keer deze week een gevangenisstraf geëist van vijf jaar met aftrek van voorarrest.

Volgens officier van justitie F. Oosterhuis is er voldoende bewijs dat Marko P. (24) betrokken is geweest bij de doodslag op de 35-jarige Ajax-aanhanger Carlo Picornie, op zondag 23 maart van dit jaar. Verder wordt P. openlijke geweldpleging en het lidmaatschap van een criminele organisatie (de Supportersclub Feyenoord, niet te verwarren met de officiele supportersvereniging) ten laste gelegd. Vandaag moesten opnieuw twee verdachten uit het Feyenoord-kamp voor de rechtbank verschijnen. Tegen een van hen, de 28-jarige E.L., bijgenaamd 'de relneger', eiste de oficier van justitie vanmorgen 15 maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk. L. heeft zich volgens justitie schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging en het lidmaatschap van een criminele organisatie.

Gisteren ontkende Marko P. Picornie “met een vinger te hebben aangeraakt”. Getuigen die aanvankelijk in het politieonderzoek hadden verklaard hem met een staaf op de voorman van de Ajax-supporters te hebben zien slaan, bleken later niet meer zo zeker van hun zaak. De supporter die P. had zien slaan zei later dat hij zich daar niets van kon herinneren. Hij had evenmin een signalement en stond op 75 meter afstand van het gebeuren. Een andere supporter die volgens de politie P. had horen zeggen dat hij “de Amsterdammer een paar bizarre moken had verkocht”, zei gisteren dat hij had aangenomen dat het hier om Carlo Picornie ging. P. ontkende met hem over “de Amsterdammer” te hebben gesproken.

P. is die zondagmiddag wel op het gevechtsterrein bij de Bazar van Beverwijk geweest. Hij stond in de voorste linie, gaf hij toe. “Ik had een paraplu en raakte in gevecht met een jood. We hebben elkaar drie tikken gegeven en daarna ben ik weggegaan”, aldus P. Later snoefde hij tegen andere 'Feyenoorders' dat hij tijdens het gevecht behoorlijk te keer was gegaan. Door overmatig drankgebruik, “het was gewoon te veel zo vroeg op de morgen”, kon hij het zich allemaal niet zo precies meer herinneren. Over de doodslag op Picornie bleef hij stellig: “Ik heb hem niet aangeraakt.”

P.'s advocaat F. van Ardenne vroeg de rechtbank om het openbaar ministerie in deze zaak niet ontvankelijk te verklaren. Volgens hem zijn er opsporingsmethoden gebruikt die niet door de beugel kunnen. De raadsman hield de rechtbank voor dat informanten zijn ingezet, dat gegevens van de regionale inlichtingendienst (RID) en van de criminele inlichtingendienst (CID) zijn gebruikt, terwijl daarover in het dossier niets te vinden is. Ook zouden agenten van de Supporters Begeleidingsgroep (SBG) bij de arrestaties voor het AZ-stadion in Alkmaar later die dag zijn betrokken, hoewel ook dit niet in het dossier is vermeld. Zij zouden supporters heben aangewezen als mogelijke daders. De agenten, door de verdediging opgeroepen als getuigen, ontkenden iedere betrokkenheid. De RID-agent weigerde vragen over zijn rol in het geheel te beantwoorden en de rechtbank ging hiermee akkoord.

Van Ardenne meent dat zulke ernstige fouten zijn gemaakt door het OM dat als gevolg daarvan de verdediging haar werk niet goed heeft kunnen doen. De beschuldiging dat zijn cliënt lid zou zijn van een criminele organisatie deed hij af als onzin: “Het bewuste artikel 140 wordt te pas en te onpas gebruikt, bijvoorbeeld om mensen op uiterlijke kenmerken op te kunnen pakken. Het artikel is bedoeld voor grote en gevaarlijke organisaties die zich bijvoorbeeld met drugshandel bezighouden. Mijn cliënt is die dag in het busje meegereden met andere Feyenoordsupporters omdat hij geen rooie cent had voor ander vervoer.”

Eerder deze week moest justitie de dagvaardingen tegen vier verdachten van doodslag intrekken omdat het gerechtelijk vooronderzoek nog niet is afgerond. Verder stelde de rechtbank een verdachte onmiddellijk in vrijheid toen de officier van justitie de beschuldigingen van doodslag en poging tot doodslag tegen hem liet vallen.