Nieuwe bronnen over de crisis van 1962; Pokeren om Cuba

Aleksandr Fursenko & Timothy Naftali: 'One Hell of a Gamble'. The secret history of the Cuban missile crisis. Khrushchev, Castro & Kennedy 1958-1964.

W.W. Norton & Company, 420 blz. ƒ 72,80

Op 4 oktober 1962 liep de Indigirka de haven van Mariel, Cuba, binnen. Aan boord van het sovjet-vrachtschip bevond zich een lading nucleaire bommen en raketkoppen gelijk aan twintig maal de explosieve kracht van alles wat de geallieerde luchtmachten tijdens de Tweede Wereldoorlog boven Duitsland hadden afgeworpen. Pas in de late avond van 15 oktober werden de voornaamste adviseurs van president Kennedy door de inlichtingendiensten er van op de hoogte gebracht dat een U-2-verkenningsvliegtuig op 14 oktober vanaf grote hoogte foto's had genomen van twee raketten voor de middellange afstand nabij San Cristóbal. De rakettencrisis van oktober 1962 was daarmee een feit, een dieptepunt in de Koude Oorlog.

De historische interpretatie van die episode heeft in de afgelopen decennia verschillende stadia doorlopen. De eerste terugblik was, na de moord op de Amerikaanse president bijna dertien maanden later, afkomstig van Kennedy-vertrouwelingen als Theodore Sorensen en Arthur Schlesinger jr. In hun boeken beschreven zij Kennedy als een voorbeeld van zelfbeheersing en verbeeldingskracht die de tegenspelers in de crisis, sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov en Fidel Castro, juist op tijd naar zijn hand had weten te zetten. Dank zij de president had de wereld de ramp ontlopen waartoe Chroesjtsjovs gok om zijn Cubaanse cliënt ter wille te zijn gemakkelijk had kunnen leiden.

Geleidelijk aan zijn de archieven opengegaan, sinds de omwenteling in Moskou ook aan Russische kant. Hoofdrolspelers als Kennedy's ministers Robert McNamara en Dean Rusk en de presidentiële veiligheidsadviseur McGeorge Bundy gaven de afgelopen jaren hun lezing van de gebeurtenissen - die in grote trekken het beeld van Sorensen-Schlesinger bevestigde. Van het beraad van Ex Comm, de Amerikaanse beleidsgroep tijdens de crisis, had Kennedy in het geheim opnamen gemaakt die in 1983 zijn vrijgegeven. De transcripties doen twijfel rijzen aan de serene weergave door aanwezigen van de beraadslagingen onder Kennedy's leiding. De opzienbarendste onthulling kwam enkele jaren geleden van Russische militaire kant dat, anders dan de Amerikanen geloofden, de sovjet-atoommacht op het eiland tijdens de crisis al wel degelijk voor een belangrijk deel operationeel was geweest.

Gambiet

In het boek One Hell of a Gamble, een co-produktie van een Russische en een Amerikaanse historicus gebaseerd op uitgebreid bronnenonderzoek en vraaggesprekken met betrokkenen direct onder het niveau van de politieke leiders, wordt het beeld van een near miss meer dan bevestigd. Hoewel Chroesjtsjov noch Kennedy uit was op een gewelddadige botsing tussen beide supermogendheden, scheelde het weinig of het was er toch van gekomen. Kennedy stond zelfs onder zwaardere druk van zijn adviseurs om geweld te gebruiken dan de partijleider die gedurende de hele crisis zijn eigen, zij het aanvankelijk riskante, koers volgde. De afrekening van het Centrale Comité van de communistische partij van de Sovjet-Unie (CPSU) met zijn aanvoerder kwam pas twee jaar later. Er is inmiddels geen twijfel meer mogelijk dat die afrekening alles te maken had met Chroesjtsjovs Cuba-gambiet van zomer en najaar 1962.

Voor Chroesjtsjov heeft de doorslag gegeven de bescherming van de onverwacht verkregen communistische voorpost in de Caribische achtertuin van de Verenigde Staten. Hoewel de volkse revolutie van Fidel Castro volgens de sovjets bij lange na niet voldeed aan de leninistische vereisten dat een voorhoede de leiding moest hebben, wisten Raúl Castro en Ernesto Che Guevara, die anders dan Fidel Castro al sinds de jaren vijftig lid waren van de partij, het Kremlin ervan te overtuigen dat hier voor het wereldcommunisme een ongekende kans lag. Het debâcle van de door de CIA georganiseerde invasie in de Varkensbaai van april 1961 had aangetoond dat de gebroeders Kennedy uit waren op de uitschakeling van de gebroeders Castro. En nieuwe inlichtingen over de door Robert Kennedy geleide geheime operatie-Mongoose deden Moskou geloven dat een Amerikaanse aanval op handen was.

De plaatsing op en het vervolgens tijdens de crisis, zonder Castro te raadplegen, weghalen van de sovjet-kernmacht van het eiland waren het resultaat van Chroesjtsjovs analyse van de machtsverhoudingen in het Caribisch gebied. De partijleider was ervan overtuigd geraakt dat Castro met conventionele middelen niet te beveiligen was tegen de Amerikaanse overmacht. Heimelijke stationering van met atoomkoppen bewapende raketten, die Amerika's steden en strategische atoommacht bedreigden, moest Washington in de late herfst voor een voldongen feit plaatsen. Chroesjtsjov was voornemens van de onthulling een publicitaire show te maken die de Sovjet-Unie in een klap militair aan de VS gelijkwaardig zou maken.

De foto's van de U-2 doorkruisten het sovjet-scenario. Kennedy eiste publiekelijk de terugtrekking van de gesignaleerde wapens - overigens zonder inzicht te hebben in de werkelijke omvang en de staat van paraatheid van de Russische strijdmacht. Een blokkade op zee moest verdere aanvoer van wapens voorkomen. Maar een schip, de Aleksandrovsk, met de voor Amerika gevaarlijkste lading slaagde erin nog juist op tijd een Cubaanse haven binnen te lopen. Daar bleef het tijdens de crisis, zonder te worden gelost, voor anker liggen.

Op zaterdag 27 oktober bereikte de crisis een climax. De GROe (militaire spionagedienst) en de KGB hadden onrustbarende signalen opgevangen over een op handen zijnde invasie. Maar Chroesjtsjov meende al te hebben gewonnen. Vijf dagen na Kennedy's toespraak tot het Amerikaanse volk, waarin de president de blokkade van Cuba had afgekondigd, was er niets gebeurd. Dat was voldoende voor de partijleider. Op diezelfde zaterdag gaf het presidium van het Centraal Comité van de CPSU zijn commandant op Cuba bevel de Aleksandrovsk en zijn lading naar huis te sturen. Het zou nog vele uren duren voor de ommekeer tot Washington was doorgedrongen.

Bonbon

In hun drang het Kremlin tot inkeer te brengen hadden de Kennedy's al in een vroeg stadium van de crisis via geheime diplomatieke kanalen de sovjets de worst voorgehouden dat ze de Jupiter-raketten van Turks grondgebied zouden weghalen. Dit idee leidde in Washington tot grenzeloze verwarring toen Chroesjtsjov het op 27 oktober in een openbare verklaring als eis herhaalde. Eerder had de sovjet-leider vertrouwelijk gesuggereerd dat een verzekering Cuba niet te zullen aanvallen, als de sovjets hun raketten weghaalden, voor hem voldoende was. Ex Comm meende nu dat Chroesjtsjov door zijn militanten onder druk was gezet en zijn eisen had opgeschroefd. Besloten werd op de eerste verklaring in te gaan en de tweede te negeren.

De 'Turkse' raketten hadden op het Kremlin weinig indruk gemaakt, maar Chroesjtsjov had de bij voorbaat aangeboden concessie niet willen laten liggen. Uiteindelijk ging hij akkoord met een geheime toezegging van de Kennedy's dat de Jupiters op afzienbare termijn zouden worden weggehaald. De Amerikaanse publieke opinie en de NAVO zouden op dat moment het terughalen van de, militair al als waardeloos beschouwde, raketten niet hebben begrepen, meende de president. Chroesjtsjov had met de geheimhouding geen moeite. Rusk sprak later van een bonbon die de sovjet-leider was aangeboden. Maar Chroesjtsjov blijkt de versnapering zelfs niet uit het papier te hebben gehaald.

De strategen uit Kennedy's entourage hebben vele jaren lang volgehouden dat de Cuba-crisis een conventionele confrontatie was geweest waarin nucleaire wapens geen rol speelden en de Amerikaanse conventionele overmacht de doorslag gaf. Die stelling houdt in het licht van wat bekend is geworden geen stand. Een Russische commandant op Cuba heeft tijdens de crisis op eigen gezag een U-2 laten neerhalen. Een dergelijk eigenmachtig optreden zou ook tijdens een invasie denkbaar zijn geweest, met alle gevolgen van dien. Zelfs na afloop van de crisis waren de Amerikanen niet op de hoogte van de tientallen tactische kernwapens die op het eiland in paraatheid waren gebracht. Chroesjtsjov heeft ze even stilletjes laten weghalen, als ze gekomen waren.

Razernij

Geloofwaardig is dat Chroesjtsjov geen atoomwapens heeft willen gebruiken. Een eis van Castro op het hoogtepunt van de crisis om desnoods Cuba te redden met een atoomaanval op de Verenigde Staten bracht de sovjetleider tot razernij en bijna tot een breuk met de Cubaanse revolutionair. De toezegging van Kennedy Cuba niet aan te vallen was voor Chroesjtsjov genoeg, een feit overigens dat hem twee jaar later ten val bracht.

De kameraden in het Kremlin vonden achteraf een slechts op persoonlijk vertrouwen gefundeerde diplomatie in een crisis waarin het gezag en de macht van de Sovjet-Unie op het spel stonden onverantwoord. De moord op Kennedy, die zij, mede onder invloed van influisteringen van Moskou bezoekende vrienden van de Kennedy's, toeschreven aan een reactionair anti-sovjet complot, en de opvolging door de in het Kremlin gewantrouwde Johnson sterkten hen in die opvatting. Een rechtstreeks verband werd gezien tussen de afloop van de Cuba-crisis en de moord op de president. In ieder geval is er een lijn die beide calamiteiten verbindt met de afzetting van Chroesjtsjov zelf. 'One hell of a gamble,' had Kennedy zich op een gegeven moment laten ontvallen. En dat is in een paar woorden nog steeds de geëigende kwalificatie voor dit drama.