Niet, wel, niet

VERWARRING ALOM. De rechtsstaat Nederland doet een internationaal bevel uitgaan om Desi Bouterse, verdacht van drugssmokkel en het witwassen van met drugshandel verdiend geld, aan te houden. De mogendheid Nederland besluit vervolgens van een verzoek om arrestatie af te zien op een moment dat aanhouding mogelijk was geweest.

Dat laatste besluit is genomen door één minister vanaf zijn vakantie-adres. De politiek zegt in koor dat de verantwoordelijke ministers wat hebben uit te leggen. In de loop van vandaag werd daartoe de eerste aanzet verwacht.

Twee kanttekeningen kunnen op dit moment worden gemaakt, een principiële en een bestuurlijke. Het gaat in deze zaak in aanleg om twee belangen die strijdig met elkaar kunnen zijn: het handhaven van het recht en het handhaven van goede betrekkingen met andere landen. Het beginsel dat het recht zijn loop moet hebben, geldt zeker voor het handhaven van de wet binnen de rijksgrenzen. Daarbuiten kan dat beginsel in botsing komen met belangen die met internationale verhoudingen hebben te maken. Die laatste kunnen zelfs de doorslag geven. Dat wordt algemeen erkend. En als dat niet zo was zou de minister van Buitenlandse Zaken ook geen partij zijn geweest in de besluitvorming rondom het betrokken aanhoudingsbevel.

HET ZIET ER op dit moment naar uit dat de verantwoordelijke bewindslieden hebben gekozen voor rechtshandhaving. De internationale belangen die door het arrestatiebevel geschaad zouden kunnen worden - en dat was niet uitgesloten - zijn kennelijk niet zo zwaarwegend geacht dat het uitvaardigen van het arrestatiebevel nog langer uitgesteld moest worden. Bovendien werd het justitiële onderzoek als afgerond beschouwd. De minister van Buitenlandse Zaken zou wel hebben opgeworpen dat daarvoor in aanmerking komende mogendheden tevoren moesten worden gepolst of zij bereid waren hun medewerking te verlenen. Een verstandige wens, ingegeven door de overweging dat het koninkrijk in deze politiek gevoelige kwestie gezichtsverlies moest worden bespaard.

Een bestuurlijke vraag is nu waarom de minister op het laatste moment koude voeten heeft gekregen. Was hij toch niet overtuigd van de medewerking van de autoriteiten van het land, Brazilië, waar Bouterse, niet geheel onverwachts, opdook? De minister zegt vandaag dat hij die overtuiging op de cruciale datum van 18 juli inderdaad niet had. Had die medewerking dan niet moeten worden verkregen voordat het arrestatiebevel via Interpol op 17 juni van kracht werd? Dan zou de verliezersstrategie die nu is gevolgd voorkomen hebben kunnen worden. Dat Brazilië een cruciale rol zou spelen bij een eventuele aanhouding van Bouterse, kan toch geen verrassing zijn geweest.