Monkelende maatschappijkritiek

Lotfi Akalay: De nachten van Azed. Roman. Manteau/Ambo. Vert. Jeanne Holierhoek. 173 blz. ƒ 34,90

Bron van inspiratie voor De nachten van Azed, een tintelende en verderlichte roman vol humor en fris-obscene passages, vormen enerzijds De vertellingen van duizend-en-één-nacht, anderzijds het dagelijks leven in Marokko. Net als in de raamvertelling van Duizend-en-één-nacht worden twee broers door hun echtgenotes bedrogen. De een verdwijnt uit het gezicht; de andere neemt wraak door elke dag een verse maagd te huwen en die de volgende dag niet te doden zoals in het klassieke voorbeeld, maar volgens de regels te verstoten, waartoe hij twee kadi's in vaste dienst genomen heeft. Eén van deze maagden is Azed, wier naam herinnert aan Sjahrazaad. Zij vertelt haar man 's nachts verhalen die zo boeiend zijn dat hij haar houdt en zijn kadi's weer kan ontslaan.

De verhalen van Azed zijn schelmenverhalen met een detective-achtige inslag, evenals die van haar grote voorbeeld, maar zij spelen zich af in het moderne Marokko. Een lelijke maar rijke dame koopt het genot van een knappe jongeman door hem te huwen, op straffe van verstoting bij ontrouw; er wordt naar een juwelenkistje gezocht, waarover een commissaris zich onfermt; een andere politieman en een slim vrouwspersoon hebben een opzetje om vermogende heren te chanteren, weer een andere agent dwingt een dienstertje, een bandje met geile praat voor hem in te spreken, en tenslotte vindt er nog een illegale emigratiepoging naar Europa plaats, die echter eindigt in een lijkenhuis en een gevangenis in Spanje.

Op monkelende wijze levert Akalay maatschappijkritiek, en dat maakt zijn roman tot aanzienlijk méér dan een vakantieboek. De beschreven samenleving is doordrenkt van machtswellust, geldzucht, leugen en bedrog, vooral in kringen van politie en justitie. Geen dienst zonder wederdienst, uitgekeerd in geld of seksuele gunsten. Dat politiemensen hulpzoekende vrouwen misbruiken spreekt in deze sfeer vanzelf. Vriendschap en loyaliteit onder mannen leveren schitterende woordenvloeden op, maar geen cent meer dan dat.

In Duizend-en-één-nacht zijn vrouwen vaak sterker en slimmer dan mannen. In één van de talrijke verhalen over vrouwelijke listen heeft een koopman boven zijn winkel geschreven: 'De listen van de man zijn beter dan die van de vrouw', en natuurlijk weet een listige vrouw hem aan den lijve te laten voelen dat dit onjuist is, waarop hij de spreuk verandert.

Evenals de onlangs vertaalde Egyptische schrijfster Salwa Bakr varieert Akalay op dit thema. Delven bij Bakr de vrouwen uiteindelijk toch het onderspit, bij Akalay blijven zij slimmer en taaier dan de aan lust verslaafde sukkels van mannen. Met nauwelijks verholen ongeduld ventileert de schrijver zijn afkeer van vrouwvijandige wetten en gewoontes in zijn land. Een weldenkend man, meent hij, kan deze immers niet anders dan vernederend en stomvervelend vinden. Hij moet wel feminist worden in een omgeving waarin een vrouw altijd tot horigheid wordt gedwongen: hetzij aan haar echtgenoot, hetzij aan haar klandizie wanneer zij tot prostitutie vervalt. En daartoe vervalt zij al door een vlot uitgesproken drievoudige verstoting.

Lang kunnen we blijven meelachen om de vrolijk vertelde wantoestanden. Vrijwel ongemerkt verglijdt de hilariteit in het laatste hoofdstuk even in ontzetting, wanneer in een Spaans lijkenhuis juist weer zeventien lijken van verdronken illegale immigranten binnenkomen. Net als de lezer in de war raakt en zich begint te generen omdat hij heeft gelachen om wat blijkbaar toch geen lolletje is, wordt hij definitief gevloerd door een kluchtige epiloog zoals in Duizend-en-één-nacht, een snel afgeraffeld happy end waarin diverse paren nog lang en gelukkig leven.

Akalay schrijft in het Frans, een taal die in Marokko alleen door de elite wordt gelezen. Het zou mooi zijn als zijn werk in het Arabisch werd vertaald, zodat meer van zijn landgenoten door zijn bril konden kijken. Maar dat is in het huidige Marokko helaas volslagen ondenkbaar.