Meer zalen voor filmhuizen; Cinecenter en Desmet onder één directie

AMSTERDAM, 22 AUG. Met ingang van 1 september gaan de exploitanten van de Amsterdamse filmhuizen Cinecenter en Desmet een gemeenschappelijke directie voeren.

Filmdistributeur O. Merckelbach (RCV Film Distribution), die per 1 augustus tegen de zin van de inmiddels vertrokken staf en medewerkers het filmhuis Desmet overnam, bundelt zijn Amsterdamse bioscoopbelangen met die van R. Swaab, die via de Hungry Eye Group eigenaar is van het fimhuis Cinecenter. Gezamenlijk gaan Merckelbach en Swaab beide theaters beheren. Tevens zijn beiden van plan te participeren in de nieuwbouw van een bioscoopcomplex met vier zalen en een restaurant op het Java-eiland aan het IJ.

De achtergrond van deze nieuwe machtsconcentratie in de Amsterdamse bioscoopwereld is enerzijds de behoefte aan filmdoeken van de met steun van het uitgeversconcern VNU snel expanderende distributeur RCV en anderzijds de hoge kosten verbonden aan de noodzakelijke innovatie van een theater als Cinecenter. Zowel Desmet als Cinecenter zullen binnen een jaar ingrijpend worden gemoderniseerd en uitgebreid. Desmet krijgt er drie zalen bij en zal dan beschikken over vijf doeken met een capaciteit van 500 stoelen. Cinecenter zal er in het aangrenzende pand aan de Lange Leidsedwarsstraat, waar tot voor kort de Dienst Parkeerbeheer gevestigd was, zal twee zalen bij krijgen en wordt dan een complex met zes doeken en ruim 700 stoelen.

De gemeenschappelijke directie van Cinecenter en Desmet komt per 1 november in handen van D. van de Pas, die eerder in Utrecht filmtheater 't Hoogt programmeerde en nu persvoorlichter is van het Cinekid-festival. De huidige directeur van Cinecenter, K. Meerburg, bevestigde gisteren op korte termijn te zullen vertrekken. Samen met zijn vader mr. P. Meerburg blijft hij het filmtheater De Uitkijk exploiteren, waar Swaab als stille vennoot functioneert, en via de Maatschappij voor Cinegrafie programmeren de Meerburgs de bioscoop Kriterion.

K. Meerburg zegt met zijn vader ook een bod te hebben gedaan op Cinecenter, maar Swaab gaf de voorkeur aan de plannen van Merckelbach om fors te investeren. “De slechte conditie van veel bioscopen is de belangrijkste reden dat het publiek het in Nederland laat afweten”, aldus Swaab. Hij meent dat alleen een machtsconcentratie het mogelijk maakt merkbare verbeteringen door te voeren.

Volgens K. Meerburg zal de opmars van RCV en Merckelbach problemen opleveren voor de overgebleven kleine en onafhankelijke filmdistributeurs. Binnen een maand verdwenen zowel Argus Film (gelieerd aan Desmet) als Hungry Eye Pictures. Beide kunnen alleen eventueel voortbestaan als sublabels van het door Merckelbach gecontroleerde distributie- en vertonersblok. Wel zegt Swaab nadrukkelijk te hebben bedongen in de samenwerkingsovereenkomst met Merckelbach dat er ruimte blijft voor het vertonen van andere films dan die van RCV in Cinecenter, Desmet en het nieuwe theater aan het IJ. Gezien de omvang van het pakket films dat RCV op de markt brengt, zijn de verwachtingen over het naleven van die afspraak bij de andere distributeurs echter niet hoog gespannen.

Tegelijkertijd is het duidelijk dat de grootste bioscoopexploitant in de Randstad, Pathé Cinemas, steeds minder interesse toont voor de vertoning van andere dan Hollywoodfilms. Op korte termijn wil Pathé in Amsterdam de twee zalen van Alhambra sluiten, volgend jaar waarschijnlijk gevolgd door de vier zalen van Alfa. De kaarten zijn dus geschud in het voordeel van twee quasi-monopolies in de grote steden. Aan de ene kant kunnen de grote Amerikaanse filmmaatschappijen hun product kwijt in de bioscopen van Pathé, terwijl de onafhankelijke distributeurs geconfronteerd worden met een ander machtsblok van een niet-Amerikaanse distributeur.