l'Art pour l'art

In de machinehal aan de Eendrachtsstraat waar lang geleden de persen van de Nieuwe Rotterdamsche Courant hebben gestaan, is de afgelopen dagen een Robotperformance gehouden. Op de werkvloer stonden ingewikkeld uitziende machines waarvan er veel op mensen leken. Achter een tafel bedekt met veel apparatuur zat de voorman, een mens.

Door op toetsen te drukken en regulateurs te verschuiven, bracht hij dan weer deze, dan weer een andere robot (Tsjechisch woord, afgeleid van werken, gemaakt door Karel Capek) in actie. De ledematen enz. van de robots worden bewogen door elektromotoren, van een ruitenwisser bijvoorbeeld, en wat ze dan in het bijzonder doen wordt weer in hoge mate bepaald door de constructie die aan hun wezen ten grondslag ligt; en in mindere mate door het computerprogramma dat binnen deze beperkingen het bewegen dirigeert. Alle robots waren dus met veel draden aan stopcontacten van het GEB en computers verbonden, wat ook de vloer een ingewikkeld aanzien gaf. Het had iets ouderwets: het interieur van een alchemistenkrocht van het soort waarin de Duitse monnik Bertold Schwarz het buskruit samenstelde toen hij probeerde goud te maken. Eén van de robots - hij/zij sloeg regelmatig op een trommel - had bovendien veel weg van de trommelende geraamtes die op de bekende gravures de dodendans aanvoeren.

Over minirobots en gigarobots, computers, virtuele werelden, mechanische landschappen en wat er verder de afgelopen kwart eeuw is uitgevonden, werd ter gelegenheid van deze tentoonstelling een conferentie gehouden. Zoals er in de voormalige machinehal veel aan respectabel ultramodern vernuft te beleven viel terwijl je toch de gedachte niet van je af kon zetten dat je in de middeleeuwen was beland, zo hoorde ik op de conferentie veel belangwekkends terwijl ik ook soms dacht dat ik in de faculteitsvergadering van een esoterische theologische hogeschool terecht was gekomen.

Dat 'de computer onafzienbare nieuwe horizonnen voor de mens heeft geopend' is een wijsheid waarmee je in 1997 voor je fatsoen niet meer mee kunt aankomen. 'That's one small step for man, one giant leap for mankind', zei Neil Alden Armstrong toen hij zijn eerste schrede op de maan had gezet. Dit alles dankzij de verzamelde prestaties van NASA. Columbus schijnt ook al eens zoiets te hebben gezegd toen hij in Amerika aan wal ging, na tegen alle verzet en innerlijke twijfel tenslotte te hebben vertrouwd op zijn navigatiemiddelen zijn roer en zijn zeilen. Historische uitspraken, maar in vergelijkbare situaties kan het omgekeerde ook waar zijn. Van je Agfa Klak naar je Sony video met twaalf maal zoom en richtmicrofoon is het een gigantische stap voor de techniek, maar je familiealbum verandert er niet wezenlijk door.

De uitvinding van de lijst heeft een revolutie in de beeldende kunst betekend. Voor de lijst bestond, gingen de kunstenaars door zolang de rotswand strekte en de energie het toeliet. Door de lijst heeft de kunstenaar geleerd dat er een focus in de kunstenaarsblik is; concentratie op het object is tot tweede natuur geworden. Zonder lijst geen schilderkunst meer.

Er zijn twee vertakkingen van kunst waarvoor, dunkt mij, deze overwegingen gelden: die van de beweging en die waarbij de computer het gereedschap is. Het ligt voor de hand dat beweging vaak door een computerprogramma zal worden 'gestuurd', maar daarmee is er nog niet één grondslag voor beide ontstaan. Een mobile van Alexander Calder, bewogen door de geringste luchtverplaatsing, niet meer dan een muizenzucht, hoort tot de bewegingskunst. Dat is ook het geval met de 730 bij 1700 bij 700 centimeter metende Méta Maxi-Maxi Utopia van Jean Tinguely. Met deze machines, beide abstract, wordt de kunst van de beweging niet begrensd maar ze bevatten wel, hoe verschillend ook, het wezen.

Onlangs heb ik een film gezien waarin twee Japanse hondjes de hoofdrollen speelden; robothondjes waarin zoveel mogelijk hondachtigheid was ingebouwd. Wonderen van vernuft, maar niet meer dan 'net-echte hondjes'. Waren ze als kunst bedoeld geweest - gelukkig niet - dan zouden ze voorbeelden zijn van computer/bewegings kitsch.

Opnieuw: het tegengestelde kan ook waar zijn. Het onbeklede mechanisme van een stoommachine, met vliegwiel, krukas, excentriek, stangen, de stoomschuif en de regulateur (mooi voorbeeld van feedback) is in al zijn verschijningsvormen telkens weer adembenemende bewegingskunst, hoewel niet zo bedoeld, en de arbeiders in de vorige eeuw hebben dit geheel ook niet als zodanig opgevat. Terwijl ik naar de robots in Rotterdam keek, dacht ik aan de oude drukpers, en zelfs leek het even alsof ik haar hoorde. Wat aan de kunst met computers nog ontbreekt is het besef dat er een lijst nodig is.