Grand Canyon

Grand Canyon (Lawrence Kasdan, 1991, VS). Ned.1, 23.52u.-2.02u.

Sommige regisseurs koester je en blijf je trouw. Over hun speelfilms wil je geen kwaad woord horen, omdat zij een paar heel dierbare hebben gemaakt.

Lawrence Kasdan (Miami Beach, 1949) is voor mij zo'n regisseur. In zijn weldadige, 'ernstige komedie' The Big Chill (1983) liet hij dertigers worstelen met het failliet van hun bevlogenheid uit de jaren zestig. In The Accidental Tourist (1988) beschreef hij op gedragen wijze de instorting en wedergeboorte van een door conservatieve zekerheden gedefinieerde reisgidsenauteur.

De herijking van persoonlijke zeden en waarden, daar draait het bij Kasdan geregeld om. Zo ook in het door hem geregisseerde en (samen met zijn vrouw Meg) geschreven Grand Canyon (1991).

De in Berlijn met een Gouden Beer onderscheiden parabel werd vijf jaar geleden niet onverdeeld positief ontvangen.

In deze krant werd de film 'boodschapperig' genoemd en 'opzichtig, rommelig en humorloos'. Er is inderdaad maar een greintje cynisme voor nodig om het uit verontrusting gemaakte mozaïek over eigentijds verval in Los Angeles neer te sabelen als een staaltje belerende soap.

Dat de geslaagde advocaat Kevin Kline in een zwarte buitenwijk bijna wordt gemolesteerd, behoort nog tot de minst potsierlijke sequenties van de film. Zijn vrouw (Mary McDonnell) vindt in het struikgewas een afgedankte baby. En een vriend (Steve Martin) krijgt een kogel in zijn dijbeen omdat een onverlaat op zijn Rolex uit is. We leven inderdaad in een krankzinnige wereld.

Hoe dien je je hierin op te stellen? Kasdan laat zijn personages, semi-religieus, berusten in wat het leven hen heeft gegeven. Problemen ontstaan immers 'wanneer je vaker gelukkig wilt zijn'. Hij laat ze vertrouwen op beschermengelen die op cruciale momenten een helpende hand bieden. Hij laat ze naar vermogen goede daden verrichten. En hij laat ze aan de rand van de Grand Canyon staan, om de nietigheid van het menselijke bestaan te onderstrepen.

De film zou zó op prime time bij de EO kunnen. Tegelijkertijd ontroert Kasdan door de eenvoud en de weerloze oprechtheid waarmee hij zijn boodschap verkondigt.

Ik wil er inderdaad geen kwaad woord over horen.