Genieten van prachtig uitgestalde varkensribben

Sommige Tweede-Kamerleden lopen stage tijdens het zomerreces van de Kamer. Pieter ter Veer (D66) inspecteerde de verwerking van het vlees bij Albert Heijn.

ZAANDAM, 22 AUG. Strak in het gelid hangen de varkensribben als confectiepakken op een rij. Ze hebben zojuist een temperatuur van min 30° en een bries van windkracht 5 doorstaan. Na deze geforceerde behandeling is het vlees mooi stevig en zo gereed voor verwerking.

Tweede-Kamerlid en veehouder Pieter ter Veer geniet, in de Centrale Slagerij van Albert Heijn in Zaandam. Gestoken in slagersjas en voorzien van witte laarzen en een haarkapje monstert hij in de koelcel de partij varkensribben en knikt hij goedkeurend. “Dat ziet er mooi uit.”

Ter Veer is een liefhebber: “Ik ben dol op vlees. In de winkel loop ik altijd langs de vleesafdeling. Gewoon om te kijken hoe het ligt uitgestald. Een mooi stuk vlees, dat is toch prachtig om te zien.”

Zelf heeft hij op zijn boerderij in Woltsersum uitsluitend jongvee. Vroeger had hij melkkoeien, maar dat was door de intensiteit van het werk niet te combineren met zijn politieke bestaan in Den Haag. Bij Albert Heijn is hij een slechte klant. “Ik haal mijn lamsvlees bijvoorbeeld bij de buurman, dan heb ik gelijk een grote partij”, vertelt hij zijn gesprekspartner J.J.A.M. Smits, 'unitmanager vers vlees' bij AH.

Landbouwspecialist Ter Veer bezoekt Ahold om zijn kennis van de voedselindustrie te vergroten. Landbouwpolitiek is meer dan wat er gebeurt op het boerenbedrijf, vindt hij. “Ik wil weten hoe de consument wordt bediend: hoe gaat de voedselstroom: waar komt het vandaan, waar gaat het heen.”

Hij weet inmiddels iets meer van de routing van vlees. In Zaandam komt per week 300.000 à 400.000 kilo onder het mes: uit eigen land, uit de EU en van daarbuiten, sinds kort zelfs uit het Afrikaanse Botswana. In de winkels presenteert AH het vlees in 130 varianten: vers en voorverpakt voor mens én dier. Soms is onduidelijk waar de scheidslijn ligt.

Neem de bakjes runderhart. In de Centrale Slagerij floepen ze voorverpakt uit de machine. 'Diervoeding' staat er op het label. Niet dat er iets mis is met de kwaliteit. “Dit vlees voldoet aan alle eisen. Het is alleen een kwestie van smaak. In Frankrijk vinden ze runderhart een delicatesse, daar doen ze het op de spies voor de barbeque, wij geven het aan de hond”, aldus manager J. de Jong van de Centrale Slagerij.

Later die dag treft Ter Veer het runderhart aan in een AH-filiaal in Haarlem. De bakjes liggen bij de vleesafdeling naast de voorverpakte rundertartaartjes voor menselijke consumptie. “Dat is een verkoopfilosofie. Die producten liggen bewust dicht bij elkaar. Je winkelt voor het hele gezin en daar horen de huisdieren tegenwoordig ook bij”, heeft Ter Veer inmiddels geleerd. Later blijkt de werkelijkheid iets ingewikkelder: de koeler voor het runderhart bij de afdeling dierprodukten is stuk.

Landbouw, het is 'meer dan mest, pest en de rest', proclameert Ter Veer. Maar toch: de voorgenomen inkrimping van de varkensstapel met een kwart blijft een gevoelige kwestie. De man die bij Albert Heijn over de inkoop van vlees gaat, 'unitmanager' Smits, heeft zijn bedenkingen over de vergaande voorstellen van minister Van Aartsen van Landbouw.

“Deze maatregel gaat ten koste van de goeie varkensboeren. Ik zou willen zeggen tegen Den Haag: 'neem een genuanceerde maatregel, waarbij de reductie het resultaat is van een aantal maatregelen, en laat niet iedere varkenshouder op dezelfde manier bloeden'. ”

Smits is geen vreemde in de wereld van de landbouwpolitiek. Via het Centraal bureau levensmiddelen, de branche-organisatie van de kruideniers, zit hij in het Produktschap vee en vlees, een van de gesprekspartners van minister Van Aartsen. Vorige week kwam het produktschap samen met de landbouworganisaties versneld met alternatieven voor de sanering van de landbouwsector.

Ter Veer krijgt een boodschap mee, maar laat er bij Albert Heijn ook een achter. Hij verwijt de kruidenier commercieel gedoe met scharrelvlees. “Wat is scharrelvlees, dat is vlees waarvan de consument denkt dat het beter van kwaliteit is. Ik proef geen verschil en u ook niet. Dat weet ik zeker”, houdt hij zijn gesprekspartner voor.

Smits: “Wij zijn een enorme fan van scharrelvlees. Het is van geweldig belang voor het imago van de vleessector. En wij willen vlees dat op een goede manier is geproduceerd.”

Ter Veer: “Als je problemen hebt met de praktijk van de intensieve veehouderij, met de manier waarop daar met dieren wordt omgegaan, moet je het houden van dieren aanpakken; je moet dan iets doen met de klachten. Een label voor scharrelvlees vind ik geen oplossing.”

Later op de dag in een supermarkt in Haarlem, waar AH een nieuw winkelconcept uitprobeert, inspecteert Ter Veer de vitrine van de slagerij. “Ik zie geen lamsvlees”, stelt hij ontevreden vast. Foutje, in de uitstalkast ligt wel degelijk een stevige lamsbout. “Oh, da's een mooie, lekker groot”, constateert hij verlekkerd.

Zijn dag is goed als hij hoort dat AH de slager, die eerst ontbrak in de modelwinkel, op verzoek van de klant in ere heeft hersteld. “Zeg nou zelf: een mooi stuk vlees moet je kunnen uitkiezen, daar hoort niet zo'n plastic verpakking om.”