Franse regering zet aanval op auto in

PARIJS, 22 AUG. Het moest er van komen na elf topdagen voor de luchtvervuiling: de linkse regering-Jospin heeft de overheersende rol van de auto in Frankrijk aangevallen. Hard rijden, diesel en vrachtverkeer in de stad moeten het ontgelden. Een nationaal gevecht kan niet uitblijven: één miljoen banen staan op het spel.

Gisteren was tot nu de vuilste dag van het jaar. Parijs, Marseille, Nancy, Rouen en andere steden bereikten alarmfase 2, in Straatsburg deed een lichte wind de ozon-niveaus wat dalen. Aangemoedigd door premier Jospin liet de minister van Milieuzaken, Dominique Voynet, gisteren weten dat kleine maatregelen niet helpen, en dat het uit moet zijn met de verheerlijking van de automobiel.

De Groene minister oogstte vorige week kritiek omdat toen een daadkrachtig antwoord op de luchtcrisis uitbleef. Zij was, naar nu blijkt, een weekje gaan wandelen in Ierland en had haar draadloze telefoon uitgeschakeld. Gisteren sloeg zij terug, en fors. In de ministerraad had zij alle steun gekregen om veranderingen op lange termijn te bewerkstelligen. Fiscale maatregelen moeten in de eerste plaats de Franse voorkeur voor diesel de wereld uit helpen. De brandstof is al vele jaren zo veel goedkoper dan gewone benzine dat bijna de helft van het wagenpark in Frankrijk er op rijdt. Bovendien leggen dieselgebruikers 50 procent meer kilometers per jaar af. In Europa ligt het dieselgebruik gemiddeld op 23 procent.

De strijd rond de diesel kan pittig worden. De rol van de vrachtauto is dominant. Bovendien is het vervoer over de weg een financieel marginale en strijdbare sector. Ook de nationale auto-industrie is gespecialiseerd in dieselmotoren. Vooral PSA (Peugeot-Citroën) exporteert op grote schaal diesel-auto's; het bedrijf van president-directeur Jacques Calvet heeft tot nu toe iedere regering ervan weten te weerhouden het belastingvoordeel op diesel aan te pakken.

Verder wil de regering bij toekomstige vervuilingspieken voorrang geven aan auto's met groene vignetten (voor schone auto's; kan pas in 1998), het gebruik van LPG, aardgas en elektriciteit bevorderen en vrachtvervoer per spoor (al of niet in combinatie met vrachtwagens) een nieuwe kans geven. Voynet noemde het ook “incoherent” dat personenauto's niet harder mogen dan 130 kilometer per uur en standaard zo gemaakt worden dat zij 180 kunnen. Zij hoopt dat de industrie daar wat aan wil doen.