Expositie van de beweeglijke objecten van Riesjart Bus; Metalen regen uit wolken van boomstam

Beeldhouwer Riesjart Bus gaat 's morgens als een ouderwetse handarbeider aan het werk. Hij maakt wolken, bomen, kammen, bollen en hekken van drijfhout, steen en gevonden materiaal uit de rivier. “Hele gebouwen worden in de rivieren gedumpt.”

Riesjart Bus, beelden, 24 aug tot 13 okt in Galerie De Beerenburcht, Wielserweg, Eck en Wiel. Woe t/m za van 11-18u, zon 13-18u.

Dat Richard Bus (39) zijn voornaam spelt als Riesjart is niet uitsluitend het modieuze restant van een progressieve mode die enkele decennia geleden ook beleden werd door Tejo, Lejo, Sjakelien en Pjeroo. Richard Bus namelijk is behept met een lichte vorm van woordblindheid die hem ooit in moeilijkheden bracht bij het spellen van zijn eigen naam. Hij schrijft, zegt hij, zoals hij hoort. De fonetische variant van zijn voornaam echter heeft ook te maken met iets belangrijkers, met een cesuur in zijn leven toen hij brak met de fruitteler Richard en zich manifesteerde als de beeldhouwer Riesjart.

Hij maakt nu met een geheimzinnige symboliek beladen constructies van ijzer, steen en vooral hout, dikwijls met door de wind te bewegen elementen erin.

Of een reusachtige eikenhouten bol die ter gelegenheid van een tentoonstelling van zijn woonplaats Eck en Wiel naar het andere Betuwedorp Maurik werd gerold, een afstand die zeker langs binnenwegen enkele kilometers bedraagt. De bol speelde vervolgens zijn rol in een performance waarmee de expositie geopend werd.

Een anderhalf meter hoge bol, eigenlijk de volmaakste vorm die er bestaat. Als de natuur zijn eigen gang kan gaan maakt hij dikwijls bollen, waarin de grootste inhoud wordt gecombineerd met het kleinst mogelijk oppervlak. Regen- of dauwdruppels die door bladeren worden opgevangen en vastgehouden nemen onmiddellijk de vorm van een bol aan.

Dat is het meest economische als het gaat om het gebruik van energie waaraan oppervlaktespanning en zwaartekracht te pas komen. En ook het mooiste, maar dat vinden wij: wiskundige oervormen hebben een nauwelijks te verklaren eigen schoonheid. Die van de logica.

Kunstenaars als Bus laten zich door dergelijke gedachtenspinsels inspireren, door de logica van elementaire vormen en door de onverklaarbaar lijkende massale hoeveelheid varianten daarop, die toch stuk voor stuk onderzocht kunnen worden en dan blijken te passen in het systeem waarin cirkel, rechthoek, bol en cilinder samenwerken. Riesjart Bus gebruikt graag de wetmatigheden van het ogenschijnlijke toeval met de materialen die zich aan hem voordoen. Afval bijvoorbeeld. Een aangespoelde plank met een onbekende geschiedenis van vervaardiging en gebruik door mensen die altijd onbekend zullen blijven, maar die wel hun wil aan het hout oplegden en het dus bezielden.

Achteloos weggeworpen voorwerpen in een nieuwe rangschikking een kunstzinninge inhoud en functie geven en het bezielen van triviale dingen uit het dagelijks leven zijn zeker sinds da-da geen nieuwe ontdekkingen.

De thematiek van het toevallig aanwezige speelt nog steeds bij diverse kunstenaars een rol zonder dat we van een benoembare stroming kunnen spreken. Daarvoor lopen het gebruik van de materialen en de achterliggende gedachten te veel uiteen. Toch hebben onder anderen Karl Eljitsj Pelgrom, Cornelius Rogge, Johan Claassen, Sjef Henderickx en ook Riesjart Bus iets met elkaar te maken. Zoals nu, wat de laatstgenoemde betreft, te zien is in de beeldentuin van Galerie De Beerenburcht die onder aan de rivierdijk van de Neder Rijn in het dorp Eck en Wiel ligt op slechts enkele honderden meters afstand van de verbouwde boerenarbeiderswoning waar Bus in een paar kleine werkplaatsen maar toch vooral in de tuin aan zijn sculpturen werkt.

Fruitteler

Hij is de zoon van een grote fruitteler in Maurik en werd door zijn vader zelfs als opvolger in dat bedrijf gezien. Er waren nog drie zonen die in deze tak van de landbouw werden geschoold. Richard Bus werd opgeleid aan de Lagere Agrarische School in Kesteren en daarna aan de Middelbare Tuinbouwschool in Tiel. Hij volgde voorts een imkercursus. Als vanzelfsprekend kwam hij in de boomgaard terecht en werkte daar jaren. “Al die tijd”, zegt hij, “wist ik dat ik wat anders wilde met als eerste herinnering een beeldje dat mijn moeder kocht van de smid die het in elkaar had geflanst. Het had mijn grote belangstelling, dat beeldje.”

In de boomgaard werkte hij met een vage tegenzin en, wat sommige onderdelen van het werk betreft, met gróte tegenzin.

Alleen het snoeien, 'het werken met de boom' deed hij graag: de wintersnoei, de zomersnoei, het uitbuigen en het kankerfrasen. Bij die laatste bezigheid, die de boom tegen ziekte moet beschermen, werd een klein model, door luchtdruk aangedreven kettingzaagje gebruikt: “Het werd een verlengstuk van mijn arm, ik werk er nog steeds mee.” Het snijden in het hout, bij welke soort snoei dan ook, met de groei van nieuwe vormen als resultaat sprak de beeldhouwer in hem aan.

Toch ging het werk tussen de bomen hem steeds meer bedrukken: “Vooral het plukken was voor mij een rottijd, dan bleef er geen minuut vrije tijd over om te beeldhouwen.”

En ook: “Er gebeurden in de fruitteelt dingen waar ik geen vrede mee had. Van het spuiten bijvoorbeeld kreeg ik nachtmerries. Dan droomde ik dat ik een groene tunnel inging en dat alles achter mij zwart werd.”

Het gebrek aan tijd om zich aan de kunst te wijden, de groeiende verschillen van inzicht met zijn broers, het moest er toe leiden dat hij zich uit het bedrijf terugtrok. Er volgde een (verplichte) omscholing tot timmerman. Daarvoor had een gebroken voet hem een tijdje een uitkering van een agrarisch fonds bezorgd, net genoeg om in Bemmel een kamer te huren en daar te gaan beeldhouwen. In deze opsomming ontbreken nog een poging om in Nijmegen het Hoger Beroepsonderwijs te volgen en zijn mislukte pogingen om als leerling aangenomen te worden op de kunstacademies van Groningen, Maastricht, Enschede en Den Bosch. Noodgedwongen is Bus een autodidact.

Al van het begin af waren zwerftochten langs de rivier, dichtbij en verder weg, belangrijk, het jutten van alles wat daar te vinden was, aangespoeld hout, soms stukken steen, metaalschroot: “Hele gebouwen worden in de rivieren gedumpt.”

In die eerste tijd nam hij zo'n beetje alles mee, later werd hij selectiever, maar toch hoopte het materiaal zich op. Hij deed keramische experimenten met een zelfgebouwde oven, die werd gestookt met het zaagsel dat van het werken in gejut hout overbleef.

Richard is dan Riesjart geworden, heeft besloten zich helemaal aan de beeldende kunst te wijden. Hij woont met vrouw en kind in het arbeidershuisje in Eck en Wiel. Zijn kunstenaarschap is mede mogelijk door de baan die zijn vrouw heeft aangenomen. Riesjart Bus moet zijn werk combineren met de verzorging van inmiddels twee kinderen, hij is huisman geworden.

Toch groeit zijn werk, wat de omvang van de objecten betreft, maar ook wat veelzijdigheid en verfijning betreft. Zoals gezegd is beweging een belangrijk element in zijn opvatting, echte beweging, maar ook gesuggereerde beweging.

Acacia

Met enige regelmaat keren in zijn werk wolken terug, uitgehouwen uit een stuk van een boomstam en meestal enigszins langwerpig van vorm zoals wolken die door de wind worden voortgejaagd, wel aannemen. Het liefst hakt hij in eikenhout of in het hout van de acacia; vruchtbomenhout, dat kwetsbaarder is, wordt voor binnenbeelden gebruikt.

Bus' wolken zijn hoog in de lucht voortgestuwde gevaarten die soms steunen op metalen regenstralen die schuin omlaag verwaaien; maar ook bewegen zij zich met de rust en de kalmte van een mooie dag, dan hangen ze tussen grote ijzeren wielen.

In Bus' objecten zijn dikwijls alle mogelijke materialen gecombineerd, stukken boomstam, ijzeren buizen, stukken steen. Het hout leerde hij behalve tijdens het snoeien in de boomgaard ook op de timmercursus bedwingen, het hakken in steen vereiste enige oefening vooral omdat hij graag stukken hardstenen stoepranden gebruikt. Bij de bewerking van de ijzeren elementen (meestal afkomstig van een opkoper) is de plaatselijke smid hem bij de moeilijker constructies graag ter wille. Die smid leerde hem ook het hydraulisch buigen van metalen buizen, hetgeen een moeilijk, langzaam proces is.

Het elementaire handwerk, het ambachtelijke in diverse disciplines speelt een rol van belang, hij heeft een kleine keramische oven, een aambeeld en een smidsvuur.

Als een ouderwetse handarbeider gaat hij 's morgens aan het werk in zijn tuin, een omsloten tuin die, aangevuld door enkele gebouwtjes Bus' atelier is. Er lopen ook kippen rond, een paar honden en soms wat schapen. Diverse grote objecten worden in de tuin bewaard, wachtend op expositie of aankoop. Daaronder een voor Bus heel kenmerkend beeld: een staande boomstam waarin weer de contouren van een andere boom zijn uitgehakt, de stam werd een reliëf van een andere boom met de aanzetten tot de zijtakken.

Er staat voorts een grote houten poort, meer een tempel met een deur die van het niets toegang geeft tot het niets. Veel van het hout in de objecten is dus 'vindhout', langs de rivieren gejutte planken en balken waarin behalve het verloop van nerven en de reeds gezaagde vormen ook de geheimzinnigheid van de onbekende geschiedenis een beeldende rol speelt, die door de kunstenaar zichtbaar gemaakt moet worden.

Een andere vorm die geregeld in het werk terugkeert is die van een reusachtige kam met tanden van zo'n anderhalve meter. Ze steken omhoog uit een soort fraai en vloeiend vormgegeven hek, ook weer een scherm tussen binnen en buiten waardoorheen slechts de wind zich kan bewegen.

Bomen, symbolische hekwerken of kammen, wolken, totems, bollen, vogels ook, ze behoren in het denken van Riesjart Bus in een kringloop die hem bezighoudt, wolken regenen in de rivieren, de rivier stroomt en gooit het ogenschijnlijk overbodige opzij, waar het door de kunstenaar gevonden wordt en weer teruggezet in het grote spel van de doorgaande beweging.

Langzamerhand dringt Bus met zijn werk door, objecten van hem staan in Gorkum, Maurik, Oosterhout, ze komen ook in Tiel, Zwolle en Aalten. En nu dus in de beeldentuin van De Beerenburcht, waar zijn expositie de kern vormt van de wisselende permanente collectie.