De opvolger van Einstein

F. David Peat: Infinite Potential. The Life and Times of David Bohm. Addison & Wesley, 353 blz. ƒ 58,75

De kwantummechanica wordt wel beschouwd als de meest succesvolle theorie ooit door mensen ontwikkeld. En inderdaad beschrijft zij de werkelijkheid om ons heen tot in de kleinste details en met een enorme nauwkeurigheid. Die werkelijkheid blijkt echter vreemder te zijn dan we ooit hadden kunnen vermoeden: deeltjes die zich als golven gedragen en omgekeerd, een intrinsieke onzekerheid over plaats en snelheid, een kat in een doos die niet dood maar ook niet levend is en beïnvloeding op afstand zonder dat enig signaal wordt overgestuurd.

Het zijn wonderlijke verschijnselen, maar de theorie die eraan ten grondslag ligt werkt, dus is er geen reden om je hoofd te breken over 'filosofische' problemen. Dat was de laatste vijftig jaar de algemene opvatting. Het standaard dogma heette de Kopenhaagse Interpretatie en droeg het goedkeuringsstempel van de paus zelf: Niels Bohr. Zelfs Einstein, voor wie een door waarschijnlijkheden geregeerde wereld niet het laatste woord kon zijn, moest het tegen het Deens orakel afleggen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Amerikaanse fysicus David Bohm, ooit door Einstein als zijn opvolger bestempeld, met zijn alternatieve interpretatie van de kwantummechanica geen voet aan de grond kreeg.

Het waren Bohms marxistische opvattingen, die hem ertoe brachten op zoek te gaan naar een alternatief voor de al te metafysische en bijna mystieke leerstellingen van Bohr en de zijnen. Zijn politieke geaardheid was er echter ook de oorzaak van dat zijn carrière al in een vroeg stadium praktisch tot stilstand kwam. Hoewel hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als student van Oppenheimer nog wel meewerkte aan het onderzoek ten behoeve van de atoombom, werd hij ook toen al nauwlettend in de gaten gehouden als vermeend lid van een communistische cel. Dat leidde in 1949 tot zijn arrestatie en verhoor voor het House of Unamerican Activities Committee. Bohm weigerde echter tegen zijn collega's te getuigen, werd na twee jaar vrijgesproken, maar verloor toch zijn aanstelling aan Princeton University. Omdat geen Amerikaanse universiteit hem meer wilde aanstellen, week hij uit naar Brazilië. Daar werd zijn paspoort ingetrokken, waardoor hij werd afgesloten van internationale wetenschappelijke contacten. Pas toen hij Braziliaans staatsburger werd, slaagde hij er in om via Israël in Engeland terecht te komen, waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen. Hoewel er nog wel enige rehabilitatie volgde, zou het tussen Bohm en de Verenigde Staten nooit meer helemaal goed komen.

In Brazilië zette Bohm wel de eerste stappen op weg naar zijn alternatieve formulering voor de kwantummechanica. Maar toen deze in 1952 gepubliceerd werd, gebeurde wat hij al had gevreesd: helemaal niets. In de ogen van bijna al zijn collega's had hij namelijk niet meer dan een 'filosofisch punt' gemaakt, 'van generlei praktische waarde'. Naar later is gebleken, waren Oppenheimer en Pauli in meer besloten kring heel wat minder terughoudend. Daar spraken zij van 'jeugdig deviationisme' en zelfs van 'domme eenvoud'. Het was maar goed dat Bohm dat allemaal niet direct ter ore kwam, want hij voelde het uitblijven van serieuze aandacht al als een dolksteek in het hart. Misschien als reactie hierop dook hij helemaal onder in de filosofische beschouwing van de wereld om ons heen. In zijn theorieën ging hij op zoek naar wat hij 'wholeness' noemde, of ook wel de 'implicite order'. Alles in ons universum moest wel met al het andere samenhangen. Het was de taak van de natuurkundigen uit te stijgen boven de traditionele fragmentarische manier van beschouwen en denken. Zo werd hij de lieveling van wat we tegenwoordig de New Age beweging zouden noemen. Hij experimenteerde met taal door tijdens lezingen geen zelfstandige naamwoorden meer te gebruiken, omarmde Uri Geller en werd zo'n beetje de persoonlijke natuurkundeleraar van de Dalai Lama. Lichamelijk en geestelijk ging het hem echter voortdurend bijzonder slecht. Hij leed zijn hele leven aan ingewandstoornissen, kreeg last van zijn hart, en raakte tegen het eind van zijn leven - volledig gedesillusioneerd - in een diepe depressie. Toen hij daar met behulp van elektroshock-therapie weer een beetje was uitgeklommen, werd hij getroffen door een hartaanval. Hij stierf op 27 oktober 1992 op vijfenzeventigjarige leeftijd. Hij heeft dan net nog mee kunnen maken dat zijn theorie langzamerhand de aandacht begint te krijgen die deze verdient.

David Peat, een jarenlange vriend van Bohm, heeft diens leven nu op een voorbeeldige wijze uiteen weten te zetten, gebruik makend van interviews met familie en vrienden, uitgebreide briefwisselingen en speciaal vrijgegeven documenten van de Amerikaanse regering. Er had wat mij betreft wel wat meer aandacht mogen zijn voor Bohms 'harde' wetenschappelijke prestaties - niet voor niets heette hij een tijd lang een goede kandidaat voor een Nobelprijs te zijn. Peats beschrijving van de levenslange worstelingen van een enkel individu om tot wat meer inzicht te komen in de verwarrende veelheid die de werkelijkheid ons voortovert, zal me zeker nog lang bij blijven.