De Leeuw: Geen gesjoemel bij de Erasmusprijs

Terug van het Tanglewood Contemporary Music Festival wordt Reinbert de Leeuw geconfronteerd met het voortdurende rumoer van de afgelopen weken rond de toekenning van de Erasmusprijs aan de componist Mauricio Kagel. Etty Mulder, voormalig bestuurslid van de Erasmusprijs, beschuldigde De Leeuw ervan de kandidatuur van Kagel te hebben 'geforceerd'.

De Leeuw dirigeerde vaak muziek van Kagel, in het afgelopen Holland Festival nog Aus Deutschland. “Wat Etty Mulder over die prijstoekenning naar buiten heeft gebracht is in strijd met de feiten. De aantijgingen aan mijn adres van gesjoemel en kongsi's zijn heel erg beneden de maat.”

De musicologe prof. dr. Etty Mulder, van 1984 tot 1996 bestuurslid van de stichting Praemium Erasmianum, schreef na de toekenning van de Erasmusprijs 1998 aan Mauricio Kagel en de regisseur Peter Sellars, een open brief aan dr. Rinnooy Kan, de nieuwe voorzitter van het bestuur van de Erasmusprijs, over haar 'ontzetting' over de prijstoekenning aan Kagel, omdat in 1995 op haar voorstel al was besloten de Erasmusprijs toe te kennen aan Pierre Boulez.

Na dat besluit stelde het bestuur van de Erasmusprijs in 1996 echter alsnog een adviescommissie in met als leden de dirigent Reinbert de Leeuw, de publicist Elmer Schönberger en de Amsterdamse conservatoriumdirecteur Ton Hartsuiker. Deze commissie besloot tot de aanbeveling aan het bestuur de prijs toe te kennen aan Kagel. De Leeuw: “Die beslissing werd genomen met de grootst mogelijke meerderheid in aanwezigheid van de bestuursleden Mulder en Sanders, de directeur van het Amsterdamse Concertgebouw. Alleen Mulder was tegen.”

De meerderheid van het bestuur van de Erasmus Stichting accepteerde die aanbeveling om Kagel te prijs te geven echter niet. De toekenning van de prijs aan een componist werd opgeschort en de Erasmusprijs 1997 ging naar Jacques Delors, ex-voorzitter van de Europese Commissie. De Leeuw: “Ik ben nooit op de hoogte gesteld van de argumentatie om Kagel niet de Erasmusprijs te geven. Tot mijn verrassing is die nu alsnog aan hem toegekend.

“Ik begreep tijdens de eerste vergadering van de adviescommissie dat het bestuur aan Boulez dacht. Maar wij kregen uiteraard de volledige vrijheid om tot een eigen beslissing te komen. Er is een na-oorlogse componistengeneratie tussen de 65 en 75, van wie er wel vijf of zes of zeven daarvoor in aanmerking komen. Het was moeilijk kiezen uit die overvloed van kandidaten: Berio, Boulez, Kurtág, Kagel, Ligeti, Stockhausen en nog meer.

“Tijdens verschillende plezierige en levendige vergaderingen kwamen we tot de conclusie dat het zinloos was uit te maken wie 'de beste componist' is. Dus praatten we over het karakter van de prijs - Erasmus staat voor openheid, tolerantie, een kritische geest en de mensheid een spiegel voorhouden. En we discussieerden over de waarde, betekenis en de uitstraling die componisten hebben. Uiteindelijk was de beslissing voor Kagel met vier tegen één. Maar ik was niet tégen Boulez - hij is een groot denker en een groot componist. Als hij morgen de Erasmusprijs krijgt, sta ik applaudisserend aan de kant.

“Ik vind het ernstig dat Etty Mulder mij ervan beticht dat ik 'een kandidatuur van Mauricio Kagel beoogde te forceren op grond van contacten tussen hem en Kagel, rondom de NV Het Concertgebouw.' Er was niets smoezeligs aan, er zaten vier mensen bij, er zijn notulen van. Terwijl er zoveel kandidaten waren, heeft Mulder in het bestuur ervoor gezorgd dat in 1997 geen enkele componist een prijs kreeg. En nu in 1998 eindelijk, voor het eerst na de Erasmusprijs voor Olivier Messiaen in 1970, een componist weer een prijs krijgt, wordt die door haar bezoedeld. Zij heeft alleen Boulez in haar hoofd en omdat ze haar zin niet krijgt worden anderen daarvan ten onrechte beschuldigd.”