Blackpool heeft zich van de zee afgekeerd

Het is weer tijd om het strand op te zoeken - hier of verder weg. Ook een aantal van onze correspondenten gaat deze zomer een dagje naar zee. Vandaag: Blackpool.

BLACKPOOL, 22 AUG. Foto's laten zien dat in Blackpool de zon soms schijnt, maar ook de trouwste bezoekers kunnen zich dat wonder niet heugen. Ze weten wel dat de wind er altijd raast en dat de zee er altijd ranselt. Wie zich te dicht bij de boulevardkade waagt, wordt beurtelings overspoeld door golven water en zand.

De stranden ten noorden en zuiden van Blackpool behoren tot de negentien smerigste van Groot-Brittannië, volgens een onderzoek van de Tidy Britain Group. Dat wil wat zeggen in een land dat op het terrein van vervuilde kusten een reputatie hoog te houden heeft. Rioleringspijpen zorgen voor meanderende stroompjes richting branding. Een karavaan van ezels trekt een spoor van keutels in het zand. De zwaarlijvige matrone die zich bij het reuzenrad in zee waagt, wordt als dorpsgek ingehaald.

“Nee”, zegt de juffrouw van de VVV terwijl ze de kauwgom van haar hoektanden pulkt. “Nee, voor de zee moet u zeker niet in Blackpool zijn. Blijf maar liever weg van de zee. Heeft u nooit gehoord van de vreselijke watervervuiling? Even verderop ligt een nucleaire opwerkingsfabriek. Mensen hier zeggen dat je 's nachts licht geeft als je overdag gezwommen hebt in zee.” Blackpool is een badplaats die zich van het water heeft afgekeerd. Een oerwoud van gokhallen, subtropische zwembaden en reclameborden onttrekt de zee over grote afstand aan het zicht. Het nat leidt maar af van waar het allemaal om draait in Blackpool: dat is het vermaak van de massa, in al zijn exotische vormen. 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, hét amusementsbedrijf van Groot-Brittannië draait volcontinu.

Geen stad in het Verenigd Koninkrijk is zo monomaan op platte behoeftebevrediging ingesteld als Blackpool. De 66-jarige Peter Bennett, een gepensioneerde metaalwerker uit Halifax, erkent dat meteen. Elk jaar komt hij naar Blackpool, telkens naar hetzelfde pension, al sinds zijn veertiende verjaardag. “Mensen gaan naar Blackpool om een beetje lol te maken. Om eens flink te lachen. Het hele jaar door hebben ze verdomde hard gewerkt. Ze willen een verzetje. Dus nemen ze het er eens van met eten en drinken. Dus wagen ze een gokje. Het geld mag rollen. Dat hebben ze verdiend.”

“Wie uitgerust terugkomt van Blackpool, heeft er niets van begrepen”, vindt Bennett. “Je gaat niet naar Blackpool voor ontspanning. Je komt hier voor het vertier en plezier.” Vanmiddag speelt hij bingo. En vanavond gaat hij naar de Ken Dodd Lachshow. Of naar een optreden van The Cover Girls, Blackpools antwoord op The Spice Girls. Of naar het concert van Joe Longthorne, de Britse Barry Manilow. Het grote aanbod windt hem op en maakt hem gulzig. “In Blackpool voel je dat je leeft.”

Blackpool weet al meer dan 200 jaar toeristen te lokken. In 1788 waren er in elk geval zes huizen “die geschikt waren voor de ontvangst van gasten”. Een aantal dat een halve eeuw later tot twintig was gestegen. Maar het massatoerisme kwam pas op gang met de komst van de spoorweg honderdvijftig jaar geleden. Sindsdien is de toevloed van arbeiders uit Lancashire, Yorkshire, de Midlands en Schotland nooit meer gestremd.

Blackpool is als badplaats net zozeer het product van Industriële Revolutie en Victoriaanse verlichting als de stoomlocomotief van George Stephenson en de zesdaagse werkweek. Mijnen en fabrieken moedigden het werkvolk aan om zich aan de gezonde zeelucht te laven en onbekommerd van het leven te genieten. Al was het maar één week per jaar. Omdat tevreden en uitgeruste mensen nu eenmaal harder werken en minder snel opstandig zijn.

Ook een eeuw geleden waren zee en strand al niet meer voldoende om de vakantiegangers te vermaken. Blackpool kreeg zijn eerste pier in 1863, zijn tweede in 1866, zijn derde in 1893. Ondernemers speelden gretig in op een onlesbare dorst naar verpozing. Waarzeggers en variété-artiesten net zo goed als entrepreneurs met grootse visioenen. Zoals William George Bean die met zijn uit de Verenigde Staten geïmporteerde fietsspoorweg de basis voor een pretpark legde. Zoals ook John Bickerstaffe die met het plan kwam voor een verkleinde versie van de Eiffeltoren. Blackpool Tower waarvan de poten al sinds 1894 in een kolossaal amusementscentrum rusten, geldt nog steeds als het treffende symbool van de badplaats. Een monument van surrogaat en namaak. Een paleis van kitsch en klatergoud.

Voor de Eerste Wereldoorlog waren alle elementen al aanwezig die Blackpool tegenwoordig tot het laatste arbeidersparadijs ter wereld maken. Niet alleen Blackpool Tower dat na een opknapbeurt van 14 miljoen pond en een bezoek van prinses Diana tot Blackpool World is ongedoopt. Niet alleen het pretpark van Bean dat nog steeds door zijn familie wordt beheerd en als Pleasure Beach met jaarlijks bijna acht miljoen bezoekers tot de populairste toeristenattractie van Groot-Brittannië is uitgegroeid. Ook de schitterende elektrische trams reden al. Ook de boulevards waren al met kleurige lampjes versierd. En op elke hoek vond je ook toen al een pub of bingozaal.

De kracht van Blackpool is dat ze nooit pretenties heeft gehad. Ze heeft zich nooit boven haar cliëntèle proberen te verheffen. Veel waar voor weinig geld. En: vermaak voor de massa. Dat zijn nog steeds de motto's die haar leiden. Ook al past ze zich verder zonder schaamte aan alle stromingen en modegrillen aan. Waarom zou ze de tijdsgeest trotseren en wensen van klanten negeren? Blackpool is er niet de plaats naar om te beleren en te intimideren en te waken over goede smaak. Juist dat maakt haar tot een favoriet vakantieoord voor mensen “die niet per se jong en niet per se blank en niet per se rijk en niet per se uit Zuid-Engeland afkomstig hoeven te zijn”, schrijft Alfred Gregrory in zijn fotoboek over de stad.

Terwijl andere Britse badplaatsen verkommerden onder invloed van de chartervluchten naar het Zuiden, bloeide Blackpool ongebreideld verder door zich te wenden tot de weekendbezoekers en de dagjesmensen. De stad is de Dirk van den Broek van het vakantievermaak geworden. Snel en goedkoop. Voor alle geledingen, in alle seizoenen. Drukst is het in september en oktober als de lichtjes branden, drukker nog dan in de zomer. En als de lichtjes doven, gaan veel homo's op vakantie naar Blackpool. Blackpool is voor iedereen.

Volgens de VVV trekt Blackpool jaarlijks bijna 18 miljoen mensen, meer dan Griekenland. De stad telt 3.500 hotels en pensions, met samen 120.000 bedden, meer dan Portugal. Dat is de ironie van Blackpool: mensen die hun dagelijks werk ontvluchten, zoeken verlossing in een vrijetijdsfabriek. Als sigaretten in een pakje worden ze aangevoerd door het treintje van Preston naar Blackpool. In polonaise sjokken ze naar hun pensions waar het hammondorgel in de bar al klaar staat. Allemaal meedeinen vanavond. Geen orkaan behoedt hun neuzen voor de menggeur van suikerspin en friet.

In Tower World kunnen ze op 34 plaatsen cola en hamburgers kopen. Ouderen schuifelen over de dansvloer van de glorieuze monumentale ballroom terwijl de kleinsten door een hyperactieve clown buiten zinnen gebracht worden. 'Maria forever', fluistert de tatoeage op zijn bovenarm. 'Loud 'n' proud', schreeuwt de tatoeage op zijn borst. Onder de Victoriaanse glazen daken aan de smeedijzeren staanders hangen de tieners in Jungle Jim's Adventure World.

Bij Pleasure Beach staan ze 's ochtends al in de rij om tegen betaling van veertien gulden een ritje te mogen maken in de grootste achtbaan van Europa. Maximumsnelheid: 120 kilometer per uur. Kosten: bijna 36 miljoen. Terwijl ze toch de keuze hebben uit een dozijn rollercoasters, monorails, kabelbanen en treintjes waarvan sommige al langer dan zestig jaar mee gaan. En dat is alleen nog maar de familie der achtbanen. Elke denkbare en ondenkbare attractie komen ze op Pleasure Beach tegen. In tienvoud. Zoals een zweefmolen die door de uitvinder van het machinegeweer Hiram S. Maxim is ontworpen. Pleasure Beach is de dolgedraaide griezelversie van een pretpark. Hemelse hel van het kermisvermaak.

Een vermoeide vrouw van halverwege de dertig probeert tevergeefs haar vier jengelende kinderen mee te tronen. De vertwijfeling staat op haar gezicht. Terwijl ze misschien wel naar Blackpool trok om de tekst op haar T-shirt te vergeten. “Wie zegt dat leven simpel is.”