Arm ei

Op 28 november 1995 ging een lang gekoesterde wens van het Kröller-Müller Museum in vervulling toen directeur Evert van Straaten erin slaagde om op een Londense veiling een beeld van Constantin Brancusi te kopen, Le Commencement du monde (1924), een liggende ovaal van gepatineerd brons. Twee maanden later, op 27 januari 1996 werd het beeld op een feestelijke bijeenkomst in het museum onthuld door minister Ritzen en staatssecretaris Nuis van OCW.

Het begin van de wereld is het eerste en enige beeld van Brancusi in een Nederlandse openbare verzameling. In het Kröller-Müller Museum werd het aanvankelijk getoond in een door Berlage ontworpen vitrine uit de jaren twintig, maar deze opstelling was maar tijdelijk, zoals Evert van Straaten meteen al liet weten. Hij was van plan om aan een kunstenaar 'van wereldformaat' de opdracht te geven een sokkel te ontwerpen voor Brancusi's ei-vormige brons-sculptuur.

Die sokkel staat er nu. Hij werd gemaakt door de Nederlandse conceptuele kunstenaar Stanley Brouwn, die al jarenlang geobsedeerd is door het meten van voetstappen. Brouwns sokkel bestaat uit drie dikke, rechthoekige platen merantihout, een rood-achtig gevlamde, tropische houtsoort. De grootste rechthoek ligt op de vloer, een kleinere staat daar verticaal bovenop en draagt de plaat waarop de schepping van Brancusi prijkt. Om de sokkel en het beeld is, als een reusachtig aquarium, een glazen kast gebouwd zodat het publiek Het begin van de wereld van alle kanten kan bekijken.

Brancusi's ei had geen ongelukkiger ligplaats kunnen krijgen dan dit massieve tafeltje van Brouwn. Het mat-glanzende, bronzen ei toont een zachte mengeling van groene, grijze, gouden en rozige tinten. De delicate, wolkige kleurschakeringen moeten nu ineens wedijveren met de harde vlammen van het rode merantihout. Een bij voorbaat verloren strijd van subtiliteit tegenover geweld.

Brancusi zette zijn bronzen beelden zelf nooit op hout, maar op steen, staal of glas en als er al hout aan te pas kwam, dan was dat voor de onderkant van de sokkel. Bij dit ene beeld, Het begin van de wereld, waaraan Brancusi zeer gehecht was, had hij speciale, uitgesproken ideeën over de wijze van opstelling. Hij vond dat het bij voorkeur moest rusten op een kussen of een sofa. Het Kröller-Müller Museum wilde aan die wens niet voldoen. Volgens Evert van Straaten heeft een kussen het nadeel dat het ei er gedeeltelijk in verdwijnt. “En wat voor kussen zou dat moeten zijn? Ik vond het een spannender idee om een reactie te creëren van de gevoeligheid van de ene kunstenaar op die van de andere. Daarom heb ik Stanley Brouwn gevraagd een sokkel te maken. Het had ook Carel Visser kunnen zijn, of Carl Andre. Voorlopig handhaven we deze sokkel, maar het is de bedoeling dat we in de toekomst ook aan andere kunstenaars een opdracht geven.”

Arm ei, wat staat het nog te wachten? Waarom mag dit beeld zichzelf niet genoeg zijn? Is Brancusi's schepping nu gedoemd om telkens te moeten reageren op de gevoelige creaties - sokkels - van andere kunstenaars?