Aparte holist

M.H. van Meurs: J.C. Smuts. Staatsman, Holist, Generaal. Suid-Afrikaanse Instituut, Amsterdam. 516 blz. ƒ 59,50

De Zuid-Afrikaanse politicus en generaal Jan Christiaan Smuts is een even lang als invloedrijk leven beschoren geweest. Tijdens de Tweede Boerenoorlog leidde hij de guerrilla tegen de Engelsen, om vervolgens in Londen zelfbestuur voor Zuid-Afrika uit het vuur te slepen. In 1917 maakte Lloyd George hem als 'one of the most brilliant generals in this war' lid van het Britse oorlogskabinet. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Smuts zeventig jaar oud. Als vertrouwensman was de Zuidafrikaanse premier zo belangrijk voor Churchill dat deze hem vroeg als plaatsvervangend premier op te treden terwijl hij zelf de conferentie van Teheran bijwoonde.

Maar het zijn niet Smuts' politieke wapenfeiten waarom de historicus Martin van Meurs zijn proefschrift over hem geschreven heeft. Het gaat hem, zoals de ondertitel van deze biografie al aangeeft, om de holist achter de politicus-generaal en de manier waarop het holisme leven en carrière van de Zuid-Afrikaan gedicteerd heeft. Smuts heeft de term holisme (van het Griekse 'holus' = geheel) bedacht en zijn theorie hierover ontvouwd in twee boeken: An Inquiry into the Whole (1912) en Holism and Evolution (1926). Geïnspireerd door de 'kosmische' poëzie van Walt Whitman en filosofen als Leibniz en Hegel, formuleerde Smuts het holisme als 'de ultieme activiteit die pulseert door alle andere activiteiten in het universum.' Zich afzettend tegen het mechanistische denken van eind negentiende eeuw betoogde Smuts dat zowel in het leven als in de (natuur)wetenschap delen van de werkelijkheid nooit geïsoleerd behandeld moesten worden.

Van Meurs neemt Smuts' holisme uiterst serieus en wordt niet moe te herhalen dat het hier gaat om een 'groot filosofisch concept'. Waar de Zuid-Afrikaan zelf in een voorwoord nog sprak van een 'discutabel grensgebied tussen Wetenschap en Filosofie', lezen we in deze biografie dat het holisme door Smuts 'op een stevige wetenschappelijke basis geplaatst' is. De vele citaten die Van Meurs geeft uit de twee boeken overtuigen echter allerminst. De gedachte dat 'het universum bestaat uit dynamische creatieve gehelen die naar nieuwere vormen van grotere perfectie streven, tot aan het ontstaan van ideale gehelen als Waarheid, Schoonheid en Goedheid' bevestigt vooral het beeld van het holisme zoals we dat hebben: een spiritueel-filosofische hutspot waarin alles met alles samenhangt. Uiteindelijk is het holisme voor de religieuze Smuts toch vooral een moderne bijbel geweest, waarin hij zijn wetenschappelijke interesse kon verenigen met zijn behoefte aan zingeving.

Smuts' holisme heeft zijn politieke loopbaan in zoverre beïnvloed dat hij altijd op de bres heeft gestaan voor eenheid, zowel tussen Britten en Boeren in Zuid-Afrika als tussen landen onderling binnen het kader van de Volkenbond. Zijn idealisme was daarbij niet altijd van naïviteit gespeend. Zo stelde Smuts het Amerikaanse Congres in 1943 voor om van machtspolitiek 'een internationale misdaad' te maken. Meer heeft hij bereikt als pleitbezorger van de Verenigde Naties, waarvoor Smuts het beroemde handvest voor de Rechten van de Mens opstelde. De passage hierover in de biografie wordt helaas ontsierd door Van Meurs, die ons bezweert dat de preambule 'moet worden opgevat als een holistisch document'. Smuts' streven naar een internationale rechtsorde kwam immers mede voort uit zijn holistische idealen over harmonie en verzoening. Was de overwinning die Zuidafrikaanse troepen in 1941 in Oost-Afrika op de Italianen boekten soms ook een holistische veldslag, omdat Smuts hiermee streed voor de wereldeenheid?

Van Meurs beperkt zich niet tot wetenschappelijke argumenten om de relevantie van Smuts' holisme kracht bij te zetten. In de jaren tachtig is volgens hem het 'anti-fragmentatie denken volledig doorgebroken' dankzij 'de jongeren uit de jaren zestig met hun nieuwe waarden, waaronder intuïtie en creativiteit'. Het holisme, zo vervolgt de achterflap, wordt door velen beschouwd 'als een mogelijke oplossing voor de problemen van deze tijd'. Van Meurs doelt hiermee niet alleen op de gezondheidszorg en de psychologie, maar op de strijd tegen waarden en normen van de consumptiemaatschappij. Smuts als voorloper van de New Age - dat had Zuid-Afrika vast niet achter hem gezocht.