Vossenlintwormen gevonden, kans op infectie is klein

ROTTERDAM, 21 AUG. Langs de Duitse grens zijn vossen geschoten die besmet waren met de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis). De larven van de lintworm kunnen in de mens een dodelijke ziekte veroorzaken, maar de infectiekans is klein. In Zwitserland worden sporadisch mensen ziek in gebieden waar meer dan een kwart van de vossenpopulatie is besmet.

Volgens de Veterinaire Hoofdinspectie voor de Volksgezondheid is er nog geen gebied in Nederland waar zoveel vossen besmet zijn. In België en Duitsland breidt de besmetting zich uit.

In Nederland is één patiënt gediagnostiseerd met een echinokokkose van de vossenlintworm. Vrijwel zeker heeft deze patiënt de besmetting in Zwitserland opgedaan. Niettemin waarschuwt de inspectie nu jagers en boeren om voorzichtig om te gaan met vossen en vossenlijken.

De eitjes van de lintworm zitten in uitwerpselen maar kunnen ook aan de vacht kleven. Jachthonden moeten regelmatig worden ontwormd. De inspectie ontraadt het eten van ongewassen bosbessen en bramen, omdat die via de vossenuitwerpselen besmet kunnen zijn.

De vossenlintworm is een 5 millimeter lang beestje dat bestaat uit een kop (scolex) en enkele aanhangende segmenten (proglottiden) waarin eitjes tot ontwikkeling komen. Het achterste rijpe segment laat los waarna de eitjes in de feces vrijkomen. Normaal gesproken worden daarmee kleine knaagdieren besmet. Daarin groeien de eitjes tot een larvestadium. De larve nestelt zich in een cyste, in de lever of long. Dit stadium wordt blaasworm genoemd. Als een vos het besmette beest of het kadaver eet, krijgt hij lintwormen.

Bij mensen kan het na een besmetting jaren duren voordat de patiënt last krijgt van een blaasworm. Als het zover is, heeft de ziekte een hoge mortaliteit.

Wegens de zeer geringe besmettingskans overweegt de inspectie niet om de risicogroepen (jagers, boswachters, bosrandboeren) te screenen. Dat kan met bloedonderzoek, eventueel gevolgd door een CT-scan, maar de test is zo onnauwkeurig dat screenen vooral tot overbehandeling leidt.

In Europese landen waar de besmettingsgraad van de vossen veel hoger is worden de risicogroepen ook niet gescreend.