De Zesdaagse in het Kuipke in Gent, in het spoor van het Nederlandse duo Wim Stroetinga (links op de grote foto) en Yoeri Havik. De zege was voor het Italiaans-Belgische koppel Elia Viviani en Iljo Keisse.

Foto’s Wouter Van Vooren

Elke avond tot na middernacht pijn lijden in de wielertempel

Zesdaagse van Gent 24 uur op pad met Wim Stroetinga en Yoeri Havik, die als vijfde eindigden in de Zesdaagse van Gent.

Een Fries en een Noord-Hollander komen ruimschoots na het middaguur met een verkreukeld gezicht de ontbijtzaal van snelweghotel Nazareth aarzelend binnen, en schuifelen met een bord in de hand langs een koud buffet. Speciaal voor hen blijft dat geopend tot één uur. Het hoofd van nestor Wim Stroetinga (33) is vuurrood en z’n lichaamstaal is dat van een kind dat geen tekenfilm meer mag kijken, terwijl Yoeri Havik (27) goedgeluimd een hand geeft en tegen enen groet met „goedemorgen”. „Laat Wim maar even”, zegt hij. „In de ochtend is hij nooit zo…”

Het duo doet mee aan de befaamde Zesdaagse van Gent in wielertempel ’t Kuipke en staat na twee dagen jachtig wielrennen van acht uur ’s avonds tot één uur ’s nachts op een vierde plaats, volop in de race voor de overwinning. In het hol van de leeuw nemen ze het onder anderen op tegen Belgische koppels die boven zichzelf uit stijgen omdat ze worden opgetild door het uitzinnige thuispubliek.

En toch zijn Havik en Stroetinga titelfavoriet: twee weken geleden wonnen ze de Zesdaagse van Londen door op dag 5 uit geslagen positie terug te komen. Ze zijn in vorm. Maar voor de wielen liggen nog vier lange dagen. Hoe houden ze zich staande in de chaotische nacht van donderdag op vrijdag, als het pietepeuterige middenterrein van ’t Kuipke traditioneel staat volgepakt met lamme studenten? Een fragment uit het leven van een Zesdaagse-duo.

Foto’s Wouter Van Vooren
15112018 WVV GENT BELGIE Zesdaagse

De “Zesdaagse” in het Kuipke in Gent.
In het spoor van het Nederlandse duo Yoeri Havik en Wim Stroetinga.
Wielerpiste

Donderdag 15 november 12.45 uur Hotel Nazareth

Voor z’n neus liggen drie eieren, stokbroodjes met rauwe zalm, een kom yoghurt met zoetigheid; Yoeri Havik moet eiwitten tanken om zijn spieren weer op krachten te laten komen nadat hij zich op woensdagnacht met alleen wat korte adempauzes uit elkaar heeft getrokken. Hij begint te vertellen over het „bijzondere ritme” van de Gentse Zesdaagse, waar de organisatie graag vasthoudt aan het nachtbrakende karakter van het baanwielrennen zoals dat eind negentiende eeuw in New York ontstond – begonnen als 24-uurraces. Zesdaagsen elders in de wereld krimpen hun programma’s tegenwoordig in, voor middernacht is het meestal afgelopen. Maar niet in Gent. „Hier gaan ze voor de uitputting”, weet Havik. „Dat is lastig, maar heeft ook z’n charme.”

Om kwart over één ’s nachts zijn de wedstrijden zo’n beetje klaar, om twee uur is het duo terug in het hotel, en pas na drieën gaat het licht uit, na de herhaling van DWDD of Pauw. Slapen lukt niet meteen als het lichaam nog warm is. De benen zijn rusteloos, de kop zoemt van de pompende muziek die in ’t Kuipke wordt gedraaid om het publiek wakker te houden, de adrenaline maakt inslapen onmogelijk. Sommigen nemen slaapmedicatie om uren te maken, maar dat levert katers op, vertelt Nick Stöpler, een andere Nederlandse deelnemer, later die dag.

Terwijl hij eieren naar binnen schuift, verhaalt Havik opgewerkt over het metier van de zesdaagserenner, een van de oudste professies in de wielrennerij, waarbij sport zich vermengt met muziek en entertainment. Havik redde het niet als wegwielrenner maar kon wel met ’s werelds besten mee op de baan. Het rijden van Zesdaagsen levert hem 80 procent van zijn jaarsalaris op, zeker sinds de Londense Madison Sports Group twee jaar geleden de Six Days Series in het leven riep, overtuigd van de hernieuwde groeipotentie van de ooit wereldwijd vermaarde Zesdaagsen. Tijdens de economische crisis verdwenen ze overal ter wereld van de kalender, maar nu kan Havik weer van zijn sport leven. Ondertussen zit partner Wim Stroetinga aan een belendende tafel met zijn rug naar Havik toe. Hij is geen ochtendmens, zegt hij.

Het gaat deze vroege middag over de curieuze techniek van de aflossing tijdens de koppelkoers, het belangrijkste en ook langste onderdeel van een Zesdaagse, een nummer dat terugkeert tijdens de Spelen van Tokio. Je kunt er de concurrentie op ronden achterstand rijden, en die tellen zwaarder dan de punten die er tijdens de andere onderdelen te sprokkelen zijn – dernykoersen, tijdritten, afvalraces. Tijdens de koppelkoers wisselt het duo elkaar om de paar ronden af, bij vermoeidheid of uit tactische overwegingen. De twee grijpen elkaars handen vast en de renner die de strijd hervat, wordt met een armzwaai gelanceerd. De ander pakt even rust, en pikt de draad weer op als de tijd rijp is.

Voor ‘koppelen’ is vertrouwen nodig, en dat hebben Havik en Stroetinga in elkaar sinds ze ruim twee jaar geleden een vast koppel werden en uitgroeiden tot een van de besten ter wereld. De Fries is zich in het gesprek gaan mengen, op krachten gekomen door de stapel wit brood die hij tot zich nam. Hij heeft de tactiek voor deze Zesdaagse uitgestippeld: ze moeten onopvallend meekoersen en pas ronden pakken in de laatste twee dagen, in de hoop dat de Vlamingen hun kruit dan verschoten hebben. Want wat gaan die hard, vooralsnog. Havik zucht. „Veertien keer op een avond moet je het opbrengen om met hen mee te sprinten, pijn te lijden. Dat is mentaal zwaar.” Stroetinga, twee jaar prof op de weg geweest: „Het ergste aan een Zesdaagse vind ik dat je amper daglicht ziet.”

15112018 WVV GENT BELGIE Zesdaagse

De “Zesdaagse” in het Kuipke in Gent.
In het spoor van het Nederlandse duo Yoeri Havik en Wim Stroetinga.
Wielerpiste

Foto’s Wouter Van Vooren

13.30 uur Hotel Nazareth

De twee stappen maar eens op. Buiten schijnt de zon, en ze willen nog een wandeling maken om hun stramme lichaam in beweging te krijgen. Goed ook om even niet op een fiets te zitten, want met die krappe kuipbocht in Gent wil het zitvlak aan de linkerkant nog wel eens pijn gaan doen. Om vijf uur gaat het duo in de auto van de Fries richting stadion. Daar wordt in provisorisch ingerichte zeecontainers – het ‘Rennersdorp’ – een pastamaaltijd met kabeljauw uit stalen hotelbakken geschept en ontmoeten renners elkaar in een ontspannen setting.

18.20 uur Rennersdorp ’t Kuipke

Een gangenstelsel even buiten de betonnen catacomben van ’t Kuipke is behangen met zwarte doeken en voert naar de kleedkamer-bouwkeet van zeven renners, waaronder die van het Nederlandse duo. Het is de plek waar ze gemasseerd worden, waar Luikse wafels op tafel voor het grijpen liggen en daarnaast blikken roomrijstpap, waar een koffiemachine staat en een koelkast vol met suikerige hersteldrankjes, en waar muziek zachtjes uit een mobiele speaker klinkt.

Yoeri Havik trekt zonder aarzelen zijn onderbroek en T-shirt uit en neemt onder een wit handdoekje plaats op de massagetafel van verzorger Kristof Leroy. Hij sukkelt nu en dan in slaap, zijn handen op zijn borst gevouwen. Het is de stilte voor de storm. Ondertussen komt publiekslieveling Kenny De Ketele binnen, vorig jaar winnaar in Gent. Hij wordt ingetapet door Tino Laureys, elektricien van beroep, maar nu wielerverzorger. De Ketele brak tweeënhalve week geleden vier ribben tijdens een wereldbekerwedstrijd. Het is een wonder dat hij in Gent aan de start staat. De avond ervoor had Wim Stroetinga op de Vlaamse tv gezegd dat hij zijn Belgische concurrent niet geloofde. Nu, grappend: „Je hebt zeker ook je knie gebroken.” Een lachsalvo trekt door de kleedkamer. Het is er gezellig, jolige kerels onder elkaar.

20.30 uur Tribune van ’t Kuipke

Het krappe middenterrein is volgelopen met jongelui die plastic bekers bier in hun handen hebben. Het rumoer gaat langs Havik en Stroetinga heen. Zij beginnen de avond rustig, strijden niet mee voor de punten bij de afvalkoersen. Daarmee verschaffen ze zich extra tijd om te herstellen. Tussen de onderdelen door rusten ze uit aan de buitenring van het middenterrein, in houten bouwsels die lijken op kleine bushokjes, hun gezicht richting publiek. Ze kunnen er niet rechtop in staan, noch er languit liggen, maar er kan een soort douchegordijn dicht als ze van wielerbroek willen wisselen.

21.35 uur Wielerbaan ’t Kuipke

Als Havik en Stroetinga bij de 160 meter tijdrit de snelste tussentijd neerzetten, klinkt er amper applaus. De Gentenaar Iljo Keisse daarentegen wordt even later toegezongen als een moderne gladiator – „Iljoooohh, Iljooohh”, galmt het. Tijd om uit te rusten is er voor niemand. Even een washandje in het gezicht en dan maken de koppels zich op voor 40 minuten koppelkoers – op het spartaanse af. Havik en Stroetinga proberen van alles, maar eindigen op een ronde achterstand als vierde. Na afloop glimmen ze van het zweet. Havik heeft een noodmassage nodig, zijn benen liepen vol en moeten nog uren. De heren krijgen een half uurtje pauze, en worden bezongen door de Vlaamse schlagerzangeres Laura Lynn.

Foto’s Wouter Van Vooren

23.30 uur Wielerbaan ’t Kuipke

Als Havik zich in het benauwde hokje klaarmaakt voor een race achter de dernybrommer, kijkt Stroetinga niet op of om. Havik houdt niet meer zo van dernyrijden sinds hij in oktober 2014 op hoge snelheid over zijn opa heen duikelde, die tijdens de Zesdaagse van Amsterdam op de derny een hartstilstand kreeg maar het overleefde. „Steeds zie ik die valpartij weer voor me”, zei Havik ’s middags al. Je ziet het aan hem: zijn ogen zijn opengesperd en volledig gefocust op de achteras van de brommer, die hem in zestig rondjes naar zeventig kilometer per uur brengt. Als Havik de longen uit zijn lijf sprint en zich niet plaatst voor de finale later die avond, ligt Stroetinga in het bushokje met een baseballpetje over zijn ogen te powernappen.

00.20 uur Wielerbaan ’t Kuipke

Een afvalrace en een tijdrit na middernacht volgen na de laatste koppelkoers van de avond: 20 minuten plus dertig rondes jagen. Drie koppels gaan aan de leiding als het ineens doodstil wordt in ’t Kuipke. Bij een aflossing vlak voor de finishlijn gaat het mis bij Gerben Thijssen en Marc Hester, die heel even in de foetushouding blijft liggen maar algauw weer opkrabbelt. Het doet terugdenken aan de Gentse Zesdaagse van 2006, toen de Spanjaard Isaac Gálvez viel en ter plekke overleed. Velen in Gent hebben daar herinneringen aan, uit de eerste hand of via via. De koers wordt meteen gestaakt. Sinds die novemberdag twaalf jaar geleden wordt er in ’t Kuipke geen risico meer genomen. De Nederlanders zijn daardoor eerder klaar dan ze verwacht hadden. Je ziet ze opgelucht ademhalen.

00.48 uur Kleedkamer ’t Kuipke

Een elektrisch kacheltje blaast warme lucht de kleedkamer in als de heren wielrenners hun kleren uittrekken en zich met een handdoekje om het middel naar de doucheruimte begeven, in een container even verderop. „We zijn deze dag goed doorgekomen”, zegt Havik bij terugkomst, en hij klokt een roze eiwitdrankje naar binnen. Er is verwarring over de uitslag van de stilgelegde koppelkoers. Wordt die nu geschrapt of niet, niemand die het weet. Stroetinga: „Och, dat zien we morgen wel.”

Vrijdag 16 november

12.48 uur Hotel Nazareth

In dezelfde joggingkleding als een dag eerder komen Havik en Stroetinga de ontbijtzaal binnen. De een slaperig en verkouden, de ander vol goede zin. Het duo is opgeklommen naar plaats drie. Ze leggen precies dezelfde route af, langs het brood, de eieren, de zalm, en de yoghurt en gaan dan aan een tafeltje voor twee zitten. Praten doen ze niet, naar buiten kijken evenmin. „Ik moet even liggen”, zegt Stroetinga na een half uur. Daarna zullen ze gaan wandelen, bellen ze met thuis, eten ze pasta in ’t Kuipke, laten ze zich masseren, en begint de vierde van zes nachten weer van voren af aan.

    • Dennis Boxhoorn