Versterven (3)

Naar aanleiding van alle commotie over (misschien) onterechte verstervingsvallen het volgende:

1. We gaan er, hoop ik, nog steeds van uit dat verplegenden en artsen in een verpleeghuis het beste voor hun patiënten willen; ook dat hun werk zwaar is en onze achting verdient.

2. Dat het leven eindig is voor iedereen; dat alle bejaarden min of meer dicht bij hun dood staan, dement of helder van geest en dat ook meestal accepteren.

3. Dat de laatsten, indien nodig of gewenst een halt kunnen toeroepen aan ongewenste levensverlengende handelingen en/of ingrepen.

4. Dat demente personen weliswaar niet meer helder onder woorden kunnen brengen wat zij in dat opzicht wensen, maar dat zij wel hun trieste of blije gevoelens kunnen uiten door gebaren of gelaatsuitdrukkingen.

'Lekker' eten is een van de laatste en belangrijkste middelen, waarin zich het welbehagen bij hen kan uiten. Als zij dus uit zichzelf voedsel weigeren, laten zij ons weten dat verder leven voor hen niet meer hoeft. Een andere manier hebben zij niet, daar hoeven geen kinderen of anorexiapatiënten bij gehaald te worden.

Het getuigt dus niet alleen van weinig respectgevoel voor de demente mens, met kunstmatige middelen zijn zelfgewilde dood te verhinderen, het is ook een grove belediging voor al die verzorgenden en artsen, te veronderstellen dat zij onzorgvuldig met de laatste wens van hun patiënt - na constant weigeren van voedsel - om zouden gaan, als zij hem rustig laten versterven.

Ten slotte: laten wij, ouderen, de goede raad van B.E. Chabot opvolgen en op tijd een schriftelijke wilsverklaring aangaande ons sterven opstellen en bij onze papieren bewaren, als steun voor onze achterblijvers.