Terras; Hond op Tafel

Dudok aan zee, Eerste Slag, paal 13 in Rockanje. Open 08u30-23u. Keuken open 18-21u

We waren dolenthousiast. Of we naar Cocagne wilden, was ons gevraagd. Natuurlijk wilden we naar Cocagne; natuurlijk wilden we op zoek naar het gedroomde land; naar die paradijselijke omgeving waar alle heerlijkheden vrijelijk opgetast liggen. Naar die ene plek waar je je in Arcadië en Luilekkerland tegelijk bevindt. Onze gedachten dreven al weg naar verre kusten en exotische locaties.

Ach hemel, hoe konden we ons zo vergissen. Ons reisdoel moest Rockanje zijn, Rockanje in Zuid-Holland. We scheepten ons in op de pont bij Maassluis en voeren over de Nieuwe Waterweg naar Rozenburg. Aan de overkant stak de petrochemische bedrijvigheid mooi af tegen een strakblauwe hemel, ergens daarachter moest Brielle liggen en nog verderweg Rockanje.

En inderdaad, heel knus lag het daar tegen de duinen aangevleid. Bij de Eerste Slag naar het strand ademde de omgeving nog de sfeer van een tijd, waarin de strandganger familiegewijs met emmertjes, schepjes, koffie en brood het duin beklom. 'Limo en patat' stond ergens met onbeholpen letters op een uitspanning. Was het verloren paradijs hier dan toch onder handbereik?

Ons reisdoel was 'Dudok aan zee': mondain, trendy en bovendien pas voor het eerste seizoen geopend. Over het duin lag het paviljoen er uitnodigend bij: groene parasols waar je ook keek en het hout geschilderd in een kleur die nog het meest leek op Havanna-geel. Hier moest het heerlijk toeven zijn: een groot terras, een fraai uitzicht en koele dranken onder handbereik.

Het eerste wat onze aandacht trok was het bord bij de entree: 'Wij zijn preuts. Binnen de afscheiding wordt het op prijs gesteld niet topless te zonnen of zich op te houden. De directie'. En inderdaad, hier was een scherpe grens getrokken: de cliëntèle in het restaurant- en bargedeelte had iets meer aan dan de gasten op het terras. Gebronsde lijven met piercings, tatoeages en grote honden om zich heen bevolkten het voorportaal.

Wij hielden ons vast aan de renommee van Dudok, de moederzaak in Rotterdam, en monsterden de kaart, die er goed uitzag plus de bediening, die talrijk leek. We kozen voor een Italiaanse vissoep (ƒ 13,50) en dachten daarna aan gegrilde zalm met saffraansaus (ƒ 25,50). Vanaf het terras zagen we de zon langzaam ondergaan en een garnalenvisser de netten spreiden.

Of we konden bestellen? Dat kon. Maar of we ook geduld hadden, de keuken was onderbemand. Daarna trok de bediening zich terug zoals het water bij eb: steeds verder van ons weg. Na drie kwartier kregen we onze vissoep. De consumptie ervan werd eerst lelijk verhinderd door een boxer van een belendende tafel, die zijn kop ongeveer in ons bord vlijde. Het duurde ook even voor hij zich kwijlend terugtrok, want zijn baas was te druk met zijn GSM. Gelukkig bleef de Deense dog van verderop uit de buurt; zijn kop had niet in ons bord gepast.

De zon tekent purper en de garnalenvisser zet koers richting Stellendam. Topless Rotterdam onderhoudt zich op het terras onvermoeid met boxer, bacardi en bloody mary. En wij wachten af of de bediening nog onze kant uit wil komen. Na ruim een uur geven we het op: bestellen het hoofdgerecht af, krijgen plots wel drie van het bedienend personeel aan onze tafel en verlaten de zaak. Op het duin kijken we nog een keer om: de zon zakt weg in het water en het paviljoen ligt er onder aan het duin dromerig bij. We mijmeren hoe mooi het had kunnen zijn: Cocagne aan zee.