Rollerball

Rollerball (Norman Jewison, 1975, VS). RTL5, 20.30-22.45u., onderbroken door reclame.

Een samenleving waarin mensen in pais en vree hun bestaan doorbrengen. Geen naijver, geen agressie, louter liefde en genegenheid. Dat zou mooi zijn. Stammen die elkaar uitmoorden en naties die uit nationalistische motieven met elkaar wedijveren om macht en materiële rijkdom, bestaan niet meer. Vlagvertoon en liederen ter bevordering van het nationale gevoel zijn uit den boze. De samenleving wordt geregeld door corporaties die de mensen voorzien van noodzakelijke levensbehoeften. Sport dient in die wereld van aaien en vertroetelen als uitlaatklep. Zo is het altijd geweest. Maar de Leiders die in de film Rollerball over het welzijn in de wereld waken, willen sport nog meer verruwen om aan verwerking van oerdriften tegemoet te komen. In de film ziet men dan ook mannen en vrouwen zich te buiten gaan aan onvermoede primitieve gevoelens. Op de eretribunes waken de Leiders.

Zo beestachtig is het publiek in Rollerball, dat zich in de 21ste eeuw afspeelt nu ook niet. De mensen verlangen weliswaar naar bloed en dood, maar zoveel erger als tegenwoordig in voetbalstadions zijn hun wensen zeker niet. Rollerball is een fictieve sport, waarin de elementen van American Football en ijshockey zijn vermengd met die van onder meer basketbal. De spelers cirkelen op rolschaatsen over een wielerbaan en proberen een kogel in een gat te gooien. Bijgestaan door motorrijders moeten zij daarvoor de gruwelijkste afweermethoden van de tegenpartij laren welgevallen.

De held is Jonathan E. (James Caan), de man waarmee de Leiders van de corporatie Energy in Houston zich vereenzelvigen. Aan zijn hand trekken zij ten strijde tegen andere corporaties. E. mag in weelde leven, zolang hij zich houdt aan de normen van de Leiders. De regels van het spel worden versoepeld, rollerball moet gruwelijker worden. E. moet stoppen, maar legt zich daar niet bij neer.

Rollerball heeft veel weg van de sfeer die nu in commerciële sporten als voetbal, American Football en ijshockey heerst. De toon is aangezet. Maar dat kan niet anders in een film die begint met de Toccata in D mineur van Bach. Het is even of we Garth Hudson van The Band op het orgel horen aanzetten voor Chest fever, maar zo mooi als dat voorspel wordt de film niet. Rollerball biedt alleen het beeld van een ontaarde sportwereld.