Oorlogsveteraan (2)

Lkol bd. Schüssler behoeft helemaal geen berouw te hebben zoals W. ten Haaf beschrijft. Evenals zovelen, die menen hun oordeel over de gebeurtenissen in de periode 1945-1950 in Indonesië te moeten geven, beschouwt Ten Haaf de gebeurtenissen van toen vanuit de optiek van nu.

Schüssler had opdracht uit het niet door Nederlandse troepen bezet gebied kostbaar en onvervangbaar materiaal van het Boswezen op te halen. Tijdens die meerdaagse patrouille stuitte hij op weerstand, die hij opruimde. Daarbij maakte hij gevangenen. Hij had de keuze uit drie mogelijkheden: meenemen, hetgeen betekende hen bewaken en voeden; hen laten lopen, dat betekende informatie aan de tegenpartij; hen executeren.

Gelet op het belang van de uitvoering van zijn opdracht heeft hij dat laatste gedaan. In moderne legers zijn er speciale eenheden belast met het opvangen van krijgsgevangenen. Achter Schüssler volgde niets. Bovendien waren die gevangenen volgens de Conventie van Genève geen krijgsgevangenen.

Waar Ten Haaf de opleiding die hij doceert als voorbeeld wil stellen gaat hij ook mank. Voor militairen van gevechtseensheden is objectbenadering essentieel. Het bereiken van het doel met zo min mogelijk verliezen aan eigen zijde is altijd de inzet. Leiders van gevechtseenheden, van laag tot hoog zijn geen managers.

Ik neem aan dat Ten Haaf geen managers opleidt, die straks een baan gaan bekleden waar een risico voor eigen leven aan is verbonden.

    • J.J. Hendriks
    • Ex-Knil-Off. Ermelo