Mir: melkkoe van Russische ruimtevaart

In de Mir worden dure reclamespots opgenomen; Westerse instituten onderzoeken voor veel geld de kosmonauten na hun terugkeer. Zonder die inkomsten is het Russische ruimtevaartprogramma ten dode opgeschreven.

MOSKOU, 21 AUG. Als een vis in een aquarium, zo hapt Mir-commandant Vasili Tsiblijev naar een zwevend 'bolletje' melk. Hij slikt en lacht naar de camera, alsof hij wil zeggen: lange leve de Russische ruimtevaart - dankzij onze Israelische sponsor. Het reklamespotje voor lang houdbare melk is op 25 juli aan boord van de Mir opgenomen, anderhalve week nadat Tsiblijev begon te klagen over slapeloosheid en hartritmestoornissen. Het stervende ruimtelab had net de ergste crises achter de rug (een botsing met een ander ruimtevaartuig en een totale stroomuitval), maar daar gaat het filmpje, dat 450.000 dollar heeft opgeleverd, niet over.

Kennelijk zit de Russische ruimtevaart zozeer om geld verlegen, dat er tussen alle reparatieklussen door tijd gevonden kon worden om de bemanning van de Mir met een videocamera en een fles Israelische Tnoeva-melk te laten spelen. Eerder al maakte Pepsi-cola reclame in het ruimtelab, terwijl er in het vluchtleidingscentrum Koroljov grote billboards staan van de computerproducent Hewlett Packard en de Russische chocoladefabriek Rode Oktober.

Nadat aanvankelijk commandant Tsiblijev als zondebok voor de ongelukken werd aangewezen, schrijven de vluchtleiders de jongste tegenslagen toe aan het bijna-bankroet van de Russische ruimtevaart. “Om geld te besparen vervangen we sommige onderdelen pas op het moment dat ze kapot gaan”, zei adjunct-vluchtleider Viktor Blagov, ter verklaring van het uitvallen van de boordcomputer, maandag, toen een totaal verouderde modem het begaf en de Mir 48 uur chaotisch om zijn as ging tollen. “Er komt een moment dat de veiligheid van de ruimtevaarders verdere bezuinigingen niet toelaat”, voegde hij er onheilspellend aan toe.

De restanten van het ooit zo glorieuze Russische ruimteprogramma, waaronder het vlaggeschip Mir, worden de laatste jaren drijvende gehouden met buitenlandse steun. De Amerikanen betalen 478 miljoen dollar voor het ruimteverblijf van een reeks gastastronauten (tot in 1998) aan boord van de Mir, en nog eens 400 miljoen dollar voor de in Rusland te bouwen onderdelen van het toekomstige internationale ruimtestation Alpha. Het Europese ruimtevaartagentschap ESA telde vijftig miljoen dollar neer voor twee ruimtereizen naar de Mir in 1994 en 1995.

De toekomst is echter onzeker: lukt het de kosmonauten morgen om tijdens een hachelijke reparatieklus de energievoorziening te herstellen en daarmee de levensduur van het overjarige station te rekken? Betalen de Fransen nog wel, nu hun astronaut eerder deze maand aan de grond moest blijven? En: staat de financiering van de Mir nog wel op de Russische begroting van 1998?

Vladimir Petrov, onderminister van Financiën, vindt de tijd rijp om het schip af te schrijven: “We moeten de Mir in de loop van volgend jaar opgeven”, zei hij dinsdag. “Er is al een reeks defecten geweest; de ene misser volgt de andere op.” Maar de bazen van het Russische ruimtevaartagentschap vinden dat 'onzin' en willen het laboratorium tot het jaar 2000 blijven gebruiken.

Zij doen alles om aan geld te komen. Journalisten die de vorige week teruggekeerde kosmonauten Tsiblijev en Lazoetkin als eersten op de steppen van Kazachstan wilden ontmoeten, konden voor 1500 dollar mee met het vliegtuig dat hen kwam ophalen. Een verzoek om een medisch instituut te bezoeken, dat onderzoek doet ten behoeve van de ruimtevaart, wordt als volgt beantwoord: “U bent welkom, maar zou u een bijdrage van ongeveer 200 dollar kunnen meebrengen?” Terug op aarde worden Tsiblijev en Lazoetkin wekenlang uitgemolken - niet als acteurs in een spotje maar als objecten voor de wetenschap. Specialisten uit Duitsland, Italië en Zwitserland kopen peperdure 'onderzoeksuren'. Alleen al afgelopen maandag moest Tsiblijev tussen half negen 's ochtends en half acht 's avonds elf medische experimenten ondergaan.