Marcel Wouda op EK vedette van wereldniveau

SEVILLA, 21 AUG. Of hij ooit van Johan Bontekoe had gehoord? Nou en of, knikte Marcel Wouda. Johan Bontekoe, voor velen een naam uit een jongensboek, maar de kersverse Europese kampioen op de 400 meter wisselslag besefte gisteren in een oogwenk in wiens voetsporen hij zojuist was getreden. Het verleidde hem tot de opmerking dat Nederland van oudsher goede zwemmers voortbrengt en trots mag zijn op de huidige lichting. “Want wij zijn echt heel goed.”

Vijfendertig jaar geleden won Bontekoe bij de EK in Leipzig, volslagen onverwacht volgens de overleveringen, het goud op de 400 meter vrije slag. Sindsdien ging het langzaam bergafwaarts met het Nederlandse mannenzwemmen, een enkele oprisping daargelaten. Marcel Wouda (25) maakte gisteren een einde aan die naargeestige traditie. Op de 400 meter wisselslag, zijn 400 meter wisselslag zoals hij vooraf benadrukte, gaf de alleskunner uit Uden zijn concurrenten het nakijken. Met grote voorsprong tikte hij aan in 4.15,38 nadat hij in de ochtenduren ook al de snelste tijd (4.20,82) op de klokken had gebracht.

Na een valse start nam Wouda gisteren meteen het initiatief en gaf die vervolgens niet meer uit handen. Daarmee voerde hij feilloos uit wat coach Jacco Verhaeren hem vooraf had opgedragen. “Met lef openen, de koppositie pakken en niet meer afstaan.” Toch wilde Verhareen naderhand niet spreken van een perfecte race. De 28-jarige trainer van PSV, wiens eigenzinnigheid als een van zijn grootste gaven wordt beschouwd, noemde Wouda's laatste honderd meter op de vrije slag ronduit matig. Ook bondscoach René Dekker signaleerde een minpuntje. “Zijn keerpunten waren niet vlekkeloos. Marcel kan dus nog veel harder.”

Zelf liet Wouda na afloop weten in de laatste vijftig meter niet op volle kracht te hebben gezwommen. De zege was niet meer in gevaar en met het oog op de 4x200 meter estafette wenste hij geen beroep te doen op zijn reserves. Bovendien werd hij opnieuw geplaagd door de hitte in Sevilla. Op de tweede dag van het zwemtoernooi liep de thermometer op tot boven de 42 graden en Wouda wijzigde na de serie mede daarom zijn strijdplan. “Ik kwam hier met een duidelijk doel voor ogen: onder de 4.15 zwemmen, maar dat bleek onder deze omstandigheden niet mogelijk. Een goede race was vandaag belangrijker dan de tijd.”

Met zijn Europese titel verdreef Wouda in één klap de sombere gedachten aan de enigszins teleurstellend verlopen openingsdag waarop de Nederlandse ploeg vier finaleplaatsen haalde, maar niet een keer serieus in de buurt van een podiumplaats kwam. “Marcel heeft vandaag het ijs gebroken”, constateerde Dekker tevreden en nog geen kwartier later kreeg de bondscoach het gelijk aan zijn zijde. De estafetteploeg op de 4x200 meter vrije slag gold vooraf niet als een medaillekandidaat, maar stevende gisteren lange tijd af op de eerste plaats. Pas in de laatste vijftig meter stelden de Britten de eindzege veilig, maar niemand in het Nederlandse kamp die daar later om maalde.

Wouda bleef gisteren de rust zelve. Direct na afloop gingen weliswaar beide armen even de lucht in en op het podium wierp hij een handkusje naar de supporters uit Eindhoven en omstreken. Maar van uitbundige vreugde was geen sprake. Wouda nam de felicitaties in ontvangst met een vanzelfsprekendheid die is voorbehouden aan grote kampioenen. Het tekende andermaal de mentale barrière die hij heeft doorbroken. “Bij de WK in Perth moet het echt gebeuren”, sprak Woud na zijn overwinning. En: “Weer een bevestiging dat ik wereldtop ben.” Die laatste uitspraak deed bijna onwerkelijk aan, zeker uit de mond van de zwemmer die nog niet zo lang geleden te boek stond als een schuchtere, altijd wat onzekere jongen.

Het heeft lang geduurd alvorens Wouda een aansprekende titel aan zijn erelijst kon toevoegen. Te lang volgens sommigen. Zijn talent en techniek stonden nooit ter discussie, maar altijd werd gewezen op zijn wankele gemoed. Op belangrijke momenten slaagde hij er nooit in om de juiste balans te vinden. Vijf jaar geleden keek hij zijn ogen uit bij de Olympische Spelen in Barcelona en zonk hij zowat naar de bodem van het zwembassin aan de voet van de Montjuich.

Zelf noemt Wouda zich een typische laatbloeier. Vier jaar geleden won hij bij de EK in Sheffield de bronzen medaille, eveneens op de 400 wisselslag. Daarna stagneerde zijn ontwikkeling. Tot hij vorig jaar in Atlanta een vijfde (400 wissel) en een vierde (200 wissel) plaats behaalde. Het waren bemoedigende resultaten, maar Wouda bleef met een kater zitten. Op de 400 ging hij te langzaam van start. “Een tactische blunder die ik nooit meer zal maken”, zei hij voorafgaand aan de EK. “Voortaan moeten ze heel hard zwemmen om mij te passeren.”

Om de olympische teleurstelling van zich af te schudden, stapte Wouda in september op het vliegtuig. Samen met clubgenote Kirsten Vlieghuis meldde hij zich in het wereldbekercircuit. Het was een lange reis die hem van Azië naar Australië voerde en via Zuid-Afrika weer terug bracht in Europa. Hij hervond het plezier in het zwemmen en bouwde in de wintermaanden een indrukwekkende erelijst op: twaalf overwinningen, zes Nederlandse records, drie Europese titels op de korte baan en in februari gevolgd door twee wereldrecords, eveneens op de 25-meterbaan.

Plotseling stapte Marcel Wouda (2.02) volgens sommige kranten door het leven als “ruim twee meter zelfvertrouwen uit Brabant”. Ook zijn tegenstanders begroeten hem tegenwoordig met ontzag, zoals Wouda gisteren bemerkte toen hij de kleedruimte binnenstapte. “Ze keken duidelijk tegen me op. Plotseling kwam er iemand binnen.” Waarna hij nog maar eens hardop zei dat met hem niet meer te spotten valt. “Ik ben een vedette, een echte vedette.”