Irak tracteert grootste vijand met oliegolfje

Nederland krijgt geen olie van Saddan Hussein, maar in een verre uithoek van het Koninkrijk, Aruba, profiteert het Amerikaanse bedrijf Coastal wel van een contract met Irak. De ironie wil dat de grootste vijand van Irak, de VS, het meest profiteert van de olie-voor-voedsel overeenkomst.

ROTTERDAM, 21 AUG. Olie verzacht de vijandschap tussen Saddam Hussein en Bill Clinton, zo lijkt het. Want bijna de helft van de ruwe olie die Irak de komende zes maanden van de Verenigde Naties mag exporteren om geld te verdienen voor de aankoop van voedsel en medicijnen gaat naar de Verenigde Staten.

De lijst van door de VN goedgekeurde exportcontracten die zijn afgesloten door SOMO, de Iraakse staatsmaatschappij voor olieverkoop, komt uit op een totaal van ruim 101 miljoen vaten van 159 liter per stuk. Niet veel voor een rijk olieland met een reserve van meer dan 1 miljard vaten dat vóór de laatste Golfoorlog nog 2,7 miljoen vaten per dag produceerde.

De afgelopen jaren produceerde Irak slechts olie voor binnenlands gebruik en voor een beetje export naar Jordanië. Dat kwam neer op een magere 500.000 vaten per dag. Voorafgaand aan de invasie van Koeweit op 2 augustus 1990 verdiende Irak nog meer dan 95 procent van zijn nationaal inkomen en deviezeninkomsten uit export van ruwe olie: bijna 12 miljard dollar in 1989. In 1991, het eerste volle jaar dat het land door een internationaal economisch embargo werd geïsoleerd, was dat bedrag teruggelopen tot 350 miljoen dollar.

Vorig jaar, zes jaar na het pijnlijke avontuur van Saddam in Koeweit, werd er tergend langzaam weer een begin gemaakt met de export, hoewel de VN al in 1991 een resolutie hadden klaarliggen die het Bagdad mogelijk maakte een beperkte hoeveelheid olie voor voedsel en medicijnen te ruilen. Terwijl de noodtoestand in zijn land sterk verergerde, blokkeerde Saddam zelf die mogelijkheid keer op keer omdat hij de VN te streng vond. Een nog steeds zijn niet alle problemen rond de vernietiging van wapenvoorraden opgelost omdat het regime in Bagdad volgens de VN niet volledig opening van zaken verschaft.

Die conflicten spelen nog steeds en ze zijn er de oorzaak van dat het embargo tegen Irak nog niet wordt opgeheven, hoezeer Rusland, China en Frankrijk daarop in de Veiligheidsraad ook aandringen. De Verenigde Staten willen, gesteund door Groot-Brittannië en Japan, eerst een clean bill of health over Irak, van de speciale VN-commissie UNSCOM. Ze willen zekerheid dat het regime geen chemische, nucleaire of andere massavernietigingswapens meer heeft om landen in de kwestbare regio, of eigen bevolkinggroepen, te bedreigen.

Japan en het Verenigd Koninkrijk zijn nu door Irak uitgesloten van olieleveranties omdat ze de Verenigde Staten in de Veiligheidsraad hebben gesteund, zei directeur Saddam Hassan van SOMI tien dagen geleden in Bagdad. Ook Nederland is door die maatregel getroffen. Shell, British Petroleum, Mitsubishi en drie andere Japanse bedrijven kregen te horen dat het niet verlengen van hun contracten “politieke redenen” heeft.

Nederland is geen lid van de Veiligheidsraad, maar Bagdad geeft Den Haag toch een plaagstoot als het zo uitkomt. Meer intrigerend is de vraag waarom de VS nu toch door Bagdad in de watten worden gelegd, want zo'n 40 à 45 miljoen vaten van het totale volume van 101 miljoen dat voor export is goedgekeurd, gaat naar de Amerikaanse markt. Het antwoord is dat Irak de Amerikaanse klandizie niet kan missen. Het land wil zo snel mogelijk van zijn olie af om geld binnen te krijgen. Twee grote tankschepen varen nu op en neer tussen de Turkse oliehaven Ceyhan en Louisiana om Saddam daarbij een handje te helpen.

Vijf van de 22 contracten zijn door SOMO rechtstreeks met Amerikaanse bedrijven gesloten, vijf met Russische maatschappijen die het product naar raffinaderijen in de VS brengen. Voor één in Nederland geregistreerde internationale oliehandelaar, Trafigura, geldt hetzelfde. Trafugura heeft in twintig landen verkoopkantoren, waarvan één in Amstelveen. De 3,6 miljoen vaten olie die het bedrijf in Bagdad heeft gekocht mogen alleen naar bestemmingen in de VS, Canada en het Caraïbisch gebied.

Een ander zijdelings verband met het Koninkrijk der Nederlanden dat Bagdad kennelijk niet heeft ontdekt is de aankoop van 10,8 miljoen vaten olie door het Amerikaanse bedrijf Coastal Oil dat een raffinaderij op Aruba exploiteert en de brandstoffen aan de VS en het Cara¨bisch gebied levert. Mogelijk rijden er op dit Koninkrijkseiland auto's op benzine van Coastal rond, maar het ziet er naar uit dat Nederland zelf voorlopig geen druppel olie uit Irak krijgt. Of het zou uit de 5,5 miljoen vaten Iraakse olie moeten komen die het Russische bedrijf Zarubeshneft aan Exxon heeft verkocht voor de Europese markt. Exxon laat vanuit Texas weten “geen commentaar” te geven “op commerciële deals die wij afsluiten”.