Intense zang Von Otter bij bezield Rotterdams orkest

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Anne Sofie von Otter (mezzo), Michael Sylvester (tenor) en Joeri Basjmet (altviool). Programma: I. Strawinsky: Symfonieën voor blazers; B. Bartók: Altvioolconcert; G. Mahler: Das Lied von der Erde. Gehoord: 20/8 Doelen Rotterdam. Radio: 9/11 NPS Radio 4.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest brengt Mahlers Das Lied von der Erde graag met grote zangeressen als Janet Baker (1982) en Jessye Norman (1992). Nu is het Anne Sofie von Otter, gesecondeerd door tenor Michael Sylvester, die in Rotterdam ook naast Norman stond. Na de uitvoering gisteravond in de Rotterdamse Doelen onder leiding van Valery Gergjev gaat het Rotterdamse orkest ermee naar het vijftigste festival in Edinburgh, zij het dat daar Ben Heppner de tenorpartij zingt. Vrijdag en zaterdag speelt het orkest in Edinburgh twee programma's: het ene met muziek van Strawinsky en Bartók, het ander met Schuberts Onvoltooide en Das Lied von der Erde.

Edinburgh was ook de plaats waar tijdens het eerste festival in 1947 een legendarische uitvoering van Das Lied von der Erde plaatsvond met Kathleen Ferrier, gedirigeerd door Bruno Walter, die in 1911 de wereldpremière van het werk leidde, een half jaar jaar na het overlijden van Mahler.

Ferrier zong Das Lied von der Erde ook in 1952 in Edinburgh, begeleid door het Concertgebouworkest onder leiding van Eduard van Beinum.

Enkele maanden later zong Ferrier, die in 1953 aan keelkanker zou overlijden, Das Lied von der Erde nog in Londen. Ferrier was toen al ziek en na het zesde en laatste lied Der Abschied, waarin de aardse wereld wordt verwisseld voor de blauw oplichtende verten en dat eindigt met de herhaalde woorden 'ewig, ewig', waren aldus dirigent Josef Krips “wij allen tot tranen bewogen, het orkest, en ik ook.”

Al was het publieke succes gisteren in Rotterdam enorm, zó emotioneel was het niet.

Von Otter is met haar hogere en lichtere stem en haar gereserveerder geuite gevoel een minder direct gepassioneerd en 'diep' zangeres. Ze is eerder een vertolkster dan een kunstenares die Mahlers kunst geheel op zichzelf betrekt, zoals Ferrier deed.

Maar Von Otter is wel een heel groot zangeres met een prachtige stem die fraai gedetailleerd recht doet aan de vaak van stemming wisselende teksten - prachtig waren vooral de langzame delen in Von der Schönheit. En met haar moeiteloze esthetiek en integer verinnerlijkte expressie, bereikte ze in Der Abschied een aansprekende en indrukwekkende intensiteit. Hoewel Von Otter in de eerste plaats een fameus plaatartieste is, kwam die intensiteit nu ook in de zaal goed over, terwijl de NPS gelukkig een radio-opname maakte.

Zoals meestal bij Das Lied von der Erde zal de balans van die opname voor de tenor gunstiger zijn dan nu het geval was in de zaal, waar de zanger nauwelijks opkan tegen de instrumentale extase. Michael Sylvester produceerde in het eerste lied een redelijk doordringend geluid, maar zijn expressie bleek verder nogal vlak.

Van uitzonderlijk niveau was de begeleiding door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Gergjev kwam, zonder extremen te verkennen, in veelal langzame tempi tot een maximum aan expressie, vooral in Der Abschied. De stiltes in dit verklankte berglandschap, vooral in het instrumentale tussendeel, waren dreigend, de ruige afgronden huiveringwekkend, de opbloeiende lente was lieflijk en etherisch, het symbool van de eeuwige vernieuwing van het vergankelijke.

Het programma voor de pauze klonk goeddeels als een generale repetitie voor Edinburgh. De kleine imperfecties in de Symphonies d'instruments à vent droegen, naast de bescheiden lyriek, bij aan een wat klaaglijk-subjectieve vertolking van dit werk, waarvan het 'objectiverende' altijd zo wordt benadrukt. Ook in de ingetogen uitvoering van het Altvioolconcert van Bartók bereikte solist Joeri Basjmet nog geen maximale gedrevenheid.