'Indonesië staat voor een volwassen crisis'

De meeste economen in Indonesië juichen de recente overheidsmaatregelen toe en geloven dat de economie zich uiteindelijk weer zal herstellen. Zoniet econoom Kwik. “Deze storm zal niet overwaaien.”

JAKARTA, 21 AUG. Sinds de Indonesische Centrale Bank vorige week donderdag de roepia liet zweven, is deze munt in een vrije val terechtgekomen. Ook de index van de Jakarta Stock Exchange is inmiddels gekelderd. De regering heeft gereageerd met een krap-geldpolitiek met als gevolg dat de rente astronomisch is gestegen, en banken in moeilijkheden zijn geraakt. De meeste economen binnen en buiten regeringskringen juichen de overheidsingreep toe en geloven dat de economie zich uiteindelijk weer zal herstellen. Vooral nu vanochtend voor het eerst de koers van de roepia ten opzichte van de Amerikaanse dollar herstelde van rond de 3000 tot circa 2.700.

President-directeur van Rabobank Indonesië, Christian Mol, vertrouwt het nog niet. “De situatie is nog erg volatiel.” En de directeur van de Wereldbank-vestiging in Jakarta, Dennis de Tray, doorgaans vrij optimistisch over de “fundamenten van de Indonesische economie” is ook somber: “Er is geen twijfel over mogelijk dat de macro-economische schok die deze economie heeft geïncasseerd ten gevolge van het fluctueren van de munt en door de fiscale en monetaire maatregelen die de regering moest nemen, de economische groei zal aantasten.”

Econoom drs. Kwik Kian Gie gaat nog een stap verder. Kwik, directeur van de het wetenschappelijk bureau van de nationalistisch/christelijke PD, is in Indonesië bekend van televisie en door zijn krantencolumns. Hij voorziet een volwassen economische crisis. “Er zijn nog steeds mensen die volhouden dat deze storm zal overwaaien, voor mij klinkt het allemaal te mooi.”

In tegenstelling tot de meeste economen heeft Kwik forse kritiek op het monetaire beleid van de afgelopen dagen. “Gebleken is dat de regering intervenieert met een zogenaamde liquidity squeeze. Dat wil zeggen: de liquiditeit uit de markt halen door het kunstmatig schaars maken van de roepia om de vraag en dus de waarde op te schroeven. Dat gebeurt door zoveel mogelijk gelden van regeringsinstanties, bijvoorbeeld van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die van de staat zijn, uit circulatie te halen en onder te brengen bij de centrale bank. Maar ook door ingrepen in het interbancair verkeer. De rente op waardepapieren uitgegeven door de centrale bank, die alleen gekocht kunnen worden door andere banken, is opgetrokken van 10 tot 28 procent. Dat betekent dat het aanlokkelijk is voor de banken om gelden bij de BI te deponeren. Dat heeft weer tot gevolg dat de depositorente - geld dat u hier op een bank deponeert - omhoog gegaan is van 17 procent naar 30 procent. Bedrijven moeten daardoor ineens meer dan 30 procent rente betalen op hun leningen. Veel bedrijven raken nu moeilijkheden. Dit beleid kost geld, dat is de prijs die ervoor betaald moet worden.”

Wat bedoelt u precies?

“Er gaat een schok door het bedrijfsleven en de banken. Bedrijven kunnen plotseling niet meer betalen met zo'n hoge rentestand. Bovendien komen banken in problemen. Banken die aan het eind van de dag op een minuspositie uitkomen, moeten op de interbancaire markt per 24 uur geld gaan lenen.

Het middel van droogleggen is dus misschien erger dan de kwaal?

“Precies. Nu zijn er al berichten dat grote aantallen mensen hun rekeningen leeghalen bij Danamon bank en bij de Bank of Central Asia (BCA). Die laatste bank is de grootste van Indonesië. De crisisverschijnselen zijn al begonnen.

Dat is de prijs de Indonesië betaalt voor de weigering om te betalen in de vorm van deviezen. De kostprijs van dit instrument is deze situatie. De vraag is hoe lang dit kan door gaan. Het bankwezen, het bedrijfsleven en de nationale munt zijn aangetast: hoe lang kan dit blijven duren?

Welk effect heeft deze situatie op het vertrouwen van buitenlandse investeerders in de Indonesische economie?

“Dat is de grote vraag. Want tot nu geniet Indonesie groot vertrouwen in de internationale gemeenschap waardoor heel veel geld binnenstroomt, wat de redding is van de economie. Want Indonesie heeft in feite een negatieve handelsbalans. Onze export van goederen en diensten blijft achter bij de import. Dat betekent dat er buitenlandse deviezen verloren worden. Het tekort van Indonesië is sinds 1994 enorm omhoog gegaan. In dat jaar stonden we op -3,1 miljard dollar, dat is geleidelijk opgelopen tot -9 miljard dollar en de verwachting is dat dit doorzet tot tien of 11 miljard dollar. Een tekort op de lopende rekening is natuurlijk een heel ongezonde situatie, want dat betekent dat de deviezenreserve krimpt. De situatie in Indonesië is echter omgekeerd geweest tot nu toe: de deviezenreserve is niet geslonken meer toegenomen van 12 miljard tot 21 miljard. Waarom? Omdat de deviezeninstroom wordt omgezet in roepia, op basis van vertrouwen in de economie. De regering kon tot nu toe zeggen: de tekorten op de lopende rekening zijn inderdaad gigantisch maar so what? We genieten zoveel vertrouwen dat we alleen maar meer deviezen genereren.

Dus als het vertrouwen in de Indonesische economie zou wegvallen, zou ogenblikkelijk de deviezenvoorraad verdampen?

“Juist. Buitenlandse investeerders zeggen tot nu toe onder invloed van de Wereldbank dat de zogeheten fundamentele factoren van de Indonesische economie erg gezond zijn. Ik verklaar al tien jaar in mijn artikelen dat dit beeld niet klopt. De Wereldbank baseert haar oordeel op alleen economische groei en het inflatiecijfer. De risico's die daar tegenover staan overtreffen deze factoren ruimschoots.

“Nu is het na deze gebeurtenissen de vraag of het vertrouwen is aangetast of niet. De index op de effectenbeurs is de afgelopen week gezakt van 740 naar 680 en iedereen is bezorgd. Ik heb effectenmakelaars gevraagd wie verkocht hebben en dat zijn aanvankelijk de buitenlandse beleggers geweest. Dat betekent toch dat die beleggers geen vertrouwen meer hebben. En sinds begin deze week beginnen ook de lokale beleggers te verkopen. Toch zijn er nog steeds mensen die volhouden dat deze crisis voorbijgaand is. Voor mij klinkt het allemaal te mooi. In strijd met de werkelijkheid, waarbij niet alleen de munt is aangetast maar ook de banksector en het bedrijfsleven.

Welke factoren ziet de Wereldbank volgens u over het hoofd?

“Bijvoorbeeld het tekort op de lopende rekening. Maar ook lange termijn effecten gekoppeld aan het feit dat Indonesie in hoog tempo zijn natuurlijke bronnen opmaakt. Olie, hout, koper, goud. En daarnaast zijn onze industrieën kwetsbaar, allemaal assemblage en handarbeid op basis van maakloon. Zodra een ander land goedkoper gaat produceren, zoals Bangladesh of Pakistan, zijn die bedrijven weg. En dat is al aan de gang.

“Eigenlijk is het karakter van de Indonesische groei van gemiddeld zes procent van 1966 tot nu toe een transformatieproces naar een land vol gebouwen en luxe, zonder dat er producten met toegevoegde waarde voor de wereldmarkt geproduceerd worden. Dat heb ik de afgelopen twintig jaar geboekstaafd. Het zou een wonder zijn als dit systeem hier zo kan door gaan en nu barst het inderdaad. Dit is een van de uitbarstingen waar ik al jaren voor waarschuw.”