Hollands erfgoed in Michigan; Men werkt en bidt

In de 19de eeuw vestigde zich een groep Nederlanders in het Amerikaanse West-Michigan. Hun nazaten zijn er nog steeds te vinden. Het gaat ze voor de wind, en er wordt gezegd dat de Nederlandse mentaliteit daar niet vreemd aan is. Ten behoeve van de toeristen weten ze in ieder geval hun geschiedenis goed uit te baten.

Aan Route 31 in het westen van de staat Michigan zitten twee concurrerende klompenmakers op een paar kilometer van elkaar. Er is ook een fabriekje voor Delfts blauw en een Holland Village. De toegangsprijs tot de Village is pittig, 7 dollar per persoon. De Village is onderdeel van een groter complex met een ophaalbrug, Hollandse straatjes en souvenirwikels. Je kunt er ook, zonder toegang te betalen, je auto parkeren en gaan winkelen bij de zaken voor fabrieksrestanten van kledingmerken als Champion, Bass en Van Heusen. Aha, koopjes! De winkels gaan schuil achter namaak-Hollandse gevels.

Holland in Michigan is een Nederlands dorp van precies 150 jaar oud. Dat wordt dit jaar twaalf maanden lang groots gevierd. In februari 1847 kwam dominee Albertus van Raalte hier aan met een kleine groep volgelingen en middenin de bossen bij Lake Michigan begonnen ze bomen om te hakken en hutten te bouwen. Nu is de streek zeer welvarend en staat het model voor de rest van de staat en zelfs de rest van het land. “De streek is goed in het maken van dingen”, zegt George Erickcek, econoom bij het Upjohn Institute voor werkgelegenheidsonderzoek in Kalamazoo. “Uniek aan West-Michigan is dat daar de laatste jaren Michigans grootste banengroei in de productiesector heeft plaatsgehad. Grand Rapids en omgeving vormen een motor die qua banengroei de hele staat trekt.” Er ontstond meer werkgelegenheid in de meubel- en automobielsector, terwijl het niet moeilijker werd nieuwe werknemers te vinden. Dat is misschien nog wel het meest verbazend: “De werkloosheid in het gebied is extreem laag - 3,1 procent - maar bedrijven bleven orders uitvoeren. Sommige werknemers zijn bereid gebleken om tachtig kilometer naar hun werk te rijden.” Dreigende looninflatie werkt volgens Erickcek niet door in de prijzen, al is het wel steeds vaker te zien dat werknemers van baan veranderen.

Is het de verdienste van Nederlandse immigranten dat het de streek zo goed gaat? Zijn er karaktereigenschappen die de Nederlander bij uitstek geschikt maken voor het Amerikaanse kapitalistische klimaat? De bereidheid hard te werken, de spaarzaamheid en conservatisme zijn eigenschappen die soms als typisch Nederlands worden beschouwd. Wat daar ook van waar is, West-Michigan, waar de grootste etnische immigrantengroep van Nederlandse afkomst is, gaat het economisch voor de wind.

De Van Raalte-groep bestond uit gereformeerde afgescheidenen van 1834. Ze vertrokken in 1846 uit Nederland en waren helemaal niet op weg naar Michigan maar naar Wisconsin. De invallende winter verraste hen, zodat Van Raalte zich liet overhalen in Michigan rond te kijken. De vruchtbare grond en de nabijheid van het water van Lake Michigan leek hem een goede reden om ten westen van Grand Rapids kwartier te maken. Op nieuwjaarsdag 1847 klopte hij aan bij de missiepost, een hut in het bos, van dominee George Smith. Zes weken later bracht hij de rest van een eerste groepje naar wat nu Holland is. Van Raalte had wat geld, deels van zichzelf en deels via zijn vrouw, dat hij gebruikte om leningen te sluiten. Velen leefden op het krediet van Van Raalte. Behalve de eerste bankier was hij ook grondeigenaar en projectontwikkelaar in het gebied.

De komst van de eerste immigranten in Holland is enkele maanden geleden in stijl herdacht. “Mijn overgrootvader zat op de wagen die vanaf de missiepost hiernaartoe kwam”, zegt Greg Laarman. “In februari heb ik met mijn dochter diezelfde rit gemaakt. Het was akelig koud die dag.” Laarman werkt nu bij de Holland Hitch Company, een onderdeel van de Holland Group, die gespecialiseerde onderdelen fabriceert voor vrachtwagens.

De gehele streeks ademt iets Nederlands uit. Afgezien van de plaatsnamen als Holland, Zeeland, Graafschap, Overisel, Vriesland, Drenthe zijn er Hollandse namen op de winkelpuien. De Vries, Steketee, Keppel, Ratering. In hoeverre men zich in Holland nog bewust is van de Nederlandse achtergrond is de vraag. De president van de Chamber of Commerce in Holland, Louis Hallacy, zegt oprecht verrast: “Toen ik in Nederland was zag ik dezelfde namen als bij ons.” Wie over het kerkhof in Holland of Zeeland loopt ziet weer dezelfde Nederlandse namen. Het is een hechte gemeenschap van mensen die generatie na generatie op dezelfde plaatsen zijn blijven wonen. “Het is hier Hollandser dan Nederland”, zegt Lester Hoogland, burgemeester van het dorp Zeeland.

In eerste instantie was Holland niet de ideale plek die Van Raalte had gedacht. Er was veel hout en de grond was vruchtbaar maar het kappen van de bomen en het prepareren van de grond voor landbouw was zwaar werk. Het riviertje was te ondiep en moest worden gekanaliseerd om bruikbaar te worden. Ook had Holland geen haven voor schepen van enig formaat. De begintijd van Holland doet daarom erg Hollands aan. De immigranten bouwden molens, groeven geheel op eigen kracht een kanaal en legden een haven aan. Dat klinkt vertrouwd in de oren. We zijn helemaal thuis als we horen dat er in 1857 een splitsing in de Dutch Reformed Church plaatsvond. Sommige immigranten, die daar sinds 1850 deel van uitmaakten, vonden de amerikanen niet streng genoeg in de leer en splitsten zich af in de Christian Reformed Church. Tot op de dag van vandaag bestaan de kerken naast elkaar.

Er was in het begin veel bedrijvigheid maar weinig bedrijfsleven in de jonge nederzetting, die door de bewoners 'de Kolonie' werd genoemd. “Het gros werkte in de landbouw”, aldus Elton Bruins, historicus en co-auteur van een recente Van Raalte-biografie. “Er was een bakker, een wagenmaker en een smid. Al zeer vroeg was er ook een brouwerij. Het waren goede drinkers, die Hollanders. Het enige bedrijfje dat ik kan bedenken dat het honderdvijftig jaar heeft volgehouden is de winkel van Theunis Keppel. Hij verkocht ijzerwaren en olie.” De firma Keppel zit nog steeds in een pand aan 8th Street, de hoofdstraat van Holland.

Van Raalte was de magneet voor de immigranten. Zonder zijn leiderschap was er noot een Holland geweest. Keer op keer bleekt hij cruciaal voor het overleven van 'de Kolonie', die in 1871 erkend werd als stad. Van Raalte onderhield de contacten met de rijke nazaten van 17de-eeuwse Nederlanders in de staten New York en New Jersey. In de begintijd moesten ze telkens weer geld aandragen. Was het niet voor het graven van het kanaal, dan wel voor het stichten van Hope College, het bouwen van de Pillar Church en de wederopbouw na de brand van 1871. In dat jaar ging bijna geheel Holland in rook op. Niemand was verzekerd want Van Raalte vond verzekering onzin. Immers, verzekeren was een bewijs van gebrek aan vertrouwen in de Voorzienigheid. Van Raalte zat niet bij de pakken neer. Holland werd wederopgebouwd, dat stond vast. Er was ook al te veel geïnvesteerd in de gemeenschap.

“Transportmogelijkheden zijn cruciaal hier”, aldus Larry Wagenaar, hoofd van de Joint Archives aan Hope College. “Het kanaal lag er al en de spoorwegen waren in opkomst. Met elke verbetering van het transport zag Holland een versnelling in zijn ontwikkeling. De laatste keer zagen we dat bij de aanleg van de Interstate, omstreeks 1970.”

De grote stad in West-Michigan is Grand Rapids. De stad is een jaar of twintig ouder dan Holland en had al wat industrie in 1847. Veel immigranten die kort na de eerste pioniers aankwamen waren zo teleurgesteld dat de nieuwe nederzetting nog slechts uit hutten bestond dat ze uitweken naar Grand Rapids om daar in loondienst te gaan werken.

Al gauw bestond de stad voor 40 procent uit Hollanders. De stad kende een opkomende meubelindustrie die behoefte had aan arbeidskrachten. Er was hout in de buurt en de immigrantenstroom uit Europa begon juist in die tijd op gang te komen. De vraag naar meubels was groot. Nog altijd zijn Grand Rapids, maar ook Holland en Zeeland, plaatsen waar de meubelindustie bloeit, al heeft het hout plaatsgemaakt voor staal. De drie grootste meubelmakers van de Verenigde Staten - Steelcase, Herman Miller en Haworth - zitten in respectievelijk Grand Rapids, Zeeland en Holland.

Grand Rapids telt verder een paar grote fabrieken van General Motors, waar zelfs onderdelen voor Toyota worden gemaakt. Er zijn de grote warenhuizen van Steketee en supermarkten van Meijer. Steelcase is overigens van de familie Idema. Het meest invloedrijke bedrijf in de stad is echter Amway, de distributeur van huishoudelijke producten in de breedste zin met een jaarlijkse omzet van ongeveer 7 miljard dollar.

Amway verkoopt zijn producten door directe verkoop. Het werft distributeurs en verkopers die op eigen risico producten moeten slijten. Het bedrijf, opgericht in 1959 door Rich DeVos en Jay Van Andel, is zeer omstreden. Critici spreken van een piramideconstructie, waarbij de laatste schakels in de verkoopketen het verlies lijden. Noem in een gezelschap Amway, en er is al gauw iemand die roept 'Scamway'. De oprichters en hun familieleden - het bedrijf is voor 85 procent in particulier handen - zijn miljonairs of zelfs miljardairs. Op de Forbes 400 ranglijst staan DeVos en Van Andel bij de eerste tien met elk een geschat bezit van meer dan 4 miljard dollar.

Naast meubels kent de streek ook veel onderdelenproductie voor de automobielindustrie. Holland Hitch is een voor de streek typerend bedrijf omdat het leverancier is voor de transportindustrie en omdat het bedrijf nog steeds particulier is. Met de aanwezigheid van de Grote Drie - General Motors, Ford en Chrysler - in Detroit, bestaat de rest van Michigan volgens sommigen uit toeleveringsbedrijven. Holland Hitch is in 1910 opgericht in Corsica, South Dakota, door drie boeren die de ploeg wilden verbeteren. Gerrit Den Besten, Albert Hulsebos en Henry Ketel bedachten een koppelmechaniek waardoor zowel ploeg als paard gespaard bleven als de ploeg op een hard obstakel stuitte. Hun bedrijf bloeide korte tijd maar tractoren en automobielen wonnen terrein. Zij verhuisden dan ook naar Holland, Michigan, en begonnen onderdelen voor de auto-industrie te produceren. De depressie van de jaren dertig deed het bedrijf de das om maar Ketel kocht samen met Henry Geerds de failliete boedel op en begon opnieuw.

Sindsdien is het bedrijf gespecialiseerd in koppelhaken en trekogen voor vrachtwagens, alsmede opleggerstandaarden. Het bedrijf Holland Group heeft nu een omzet van ongeveer 300 miljoen dollar en is nog steeds in handen van schoonzonen van Ketel en Geerds. Laarman: “Het bedrijf heeft geen behoefte om naar de beurs te gaan. Ketel en Geerds hebben in 1935 gezworen om zich nooit meer aan iemand te verplichten en nooit meer bij iemand in het krijt te staan. Volgens mij is dat iets typisch Nederlands.”

Wat volgens Laarman ook typisch Nederlands is, is de diversiteit van bedrijven in de streek. “Nederlanders weten hoe ze een bedrijf moeten runnen en ze zijn bereid er lang en hard voor te werken”, zegt Laarman.

De plaats Holland kent naast auto-onderdelen- en meubelproductie ook machinerie voor voedselverwerking en scheepsbouw. Verder mikt de streek in toenemende mate op toerisme als bron van inkomsten. De Nederlandse erfenis wordt daarbij gretig uitgebuit. Er is in Holland een jaarlijks Tulpenfestival dat 1 miljoen bezoekers trekt. Het is de vijfde grootste jaarlijkse festival in de VS. In totaal zijn er elk jaar 6 tot 8 miljoen bezoekers en die zijn grofweg goed voor 50 miljoen dollar aan inkomsten. Aan de rand van het stadje is een schiereiland dat Windmill Island heet. Het was een moerassig gebied dat in goed Hollandse traditie is opgehoogd en drooggemaakt. In 1965 is daar molen 'De Zwaan' uit het Brabantse Vinkel neergezet. Nu wordt Windmill Island uitgebreid met een 'authentiek', fictief Nederlands dorp, waarbij de hulp is ingeroepen van Foorthuis, Bulder, Van Dijk & De Vries uit Amsterdam. Financiering ervan geschiedt door een reeks van Nederlanders en Amerikanen.

De straten van Holland zien er piekfijn uit. Bij wijze van folklore zijn ze vijftig jaar geleden een keer geschrobd met bezems en zware zeep door in klederdracht uitgedoste dames. De zeepdampen waren zo sterk dat er mensen onwel raakten. Het gebruik is daarna afgeschaft. Onder het wegdek van de hoofdstraat en enkele parkeerplaatsen ligt een verwarmingssysteem dat in de winter de weg sneeuw- en ijsvrij maakt. Het is een energievriendelijk systeem want door de buizen stroomt koelwater van de elektriciteitscentrale. De luxe zorgt er ook voor dat het centrum een centrum blijft en niet verpaupert, zoals elders zo vaak te zien is in Amerikaanse steden. In het kleinere dorp Zeeland dreigde het centrum zelfs te ontvolken. “We hebben ervoor gevochten om het postkantoor midden in ons stadje te houden, uit vrees dat het centrum anders verdwijnt”, zegt Hoogland, de burgemeester van Zeeland.

Zeeland - een dorp van 6.000 zielen - ligt tegen Holland aan en biedt werk aan 17.000 mensen. Het is een rijk maar zeer besloten dorp. Men werkt en bidt. Er is geen bioscoop en er zijn geen cafés. Het stadje is drooggelegd, er mag zelfs geen alcohol in een van de schaarse restaurants verkocht worden, al drinken mensen wel in de beslotenheid van hun huis.

In Nederland houden gereformeerden wel van een borrel maar in West-Michigan staat de streng-godsdienstige bevolking wat onwennig tegenover alcoholisch vertier. Er zijn in Zeeland wel weer vijf kerken van de Christian Reformed Church en zes van de Reformed Church of America.