Gemeenten oneens over stadsprovincie Door een onzer redacteuren

DEN HAAG, 21 AUG. De gemeente Rotterdam en de overige zeventien gemeenten in de Rijnmond zijn het oneens over de toekomstige stadsprovincie Rotterdam.

In een brief aan staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) schrijft het gemeentebestuur dat de stad Rotterdam te veel macht en een te groot ambtenarenapparaat zal behouden. Daarmee zal Rotterdam “een overheersende invloed binnen de regio” houden, meent het college van B en W.

Het college is bovendien beducht voor de hoge kosten die zullen ontstaan doordat de individuele gemeenten en de stadsprovincie “dubbel werk” zullen gaan doen.

Volgende week bespreekt de Tweede Kamer de wetsvoorstellen voor de eerste stadsprovincie in Nederland. Zoals het er nu naar uitziet zal behalve Rotterdam ook de regio Eindhoven/Helmond in de toekomst uitgroeien tot een stadsprovincie.

Door de wetsvoorstellen van het kabinet blijft tachtig procent van de ambtenaren in Rotterdam zitten en zal er alleen een nieuwe, dure bestuurslaag bijkomen, aldus de gemeente. Liever ziet Rotterdam dat complete diensten overgaan naar de stadsprovincie met meer eigen bevoegdheden, zodat ook het overleg tussen de gemeenten wordt beperkt. “Het wordt hier een organisatorische, financiële en beleidsmatige mess als de plannen doorgaan”, waarschuwt wethouder H. Simons (regiozaken) van Rotterdam. “Je maakt een bestuursmodel dat voor vele jaren de vruchtbare samenwerking in dit gebied, maar ook in Amsterdam, Den Haag en Eindhoven, zal verhinderen.”

De stadsregio Rotterdam - de zeventien gemeenten die straks met de stad Rotterdam in de stadsprovincie zullen zitten - roept de Tweede Kamer op zo snel mogelijk een besluit te nemen over de stadsprovincie. “Als die beslissing nu niet genomen wordt, zal het draagvlak voor regionale samenwerking verder afbrokkelen”, zo schrijft het dagelijks bestuur van de stadsregio in een brief aan de Kamer.