Geld verdienen met geld

Er vindt een tweedeling plaats in onze maatschappij. Niet tussen drinkers en onthouders, tussen varkensvrienden en vleeseters, maar tussen aandeelhouders en niet-aandeelhouders. Ooit is er bij kranten over gesproken om die afstotelijke, grijze pagina's beurskoersen af te schaffen. Wie wil nu weten wat Weweler doet, of Helvoet Holding? Het leek aan aflopende zaak, met de snellere computerdiensten in opkomst.

Verkeerd gedacht dus. De Groene Amsterdammer citeert een rapport van de Amsterdamse beurs waaruit blijkt dat het aandeel van particuliere beleggers in de handel vorig jaar toenam van 28 naar 36 procent. Steeds meer mensen kopen aandelen en willen elke dag weten wat ze hebben verdiend - en geen hoofdredacteur denkt nog over afschaffen van die cijferpagina's.

Verdiend is er in elk geval ontzagwekkend. “In 1996 is de totale waarde van de aandelen aan de beurs verdubbeld, en sinds het begin van het jaar is de winst ruim 40 procent.”

Veel raad weten de weekbladen overigens ook niet met het nogal opzienbarende feit dat de totale koerswinst de laatste anderhalf jaar ongeveer even groot is geweest als de gezamenlijke loonsom. Elsevier geeft een voornamelijk technische beschouwing en in Vrij Nederland zigzagt Wim van der Meulen tussen uitspraken als: “Het is voor alle beleggers en vooral voor de speculanten te hopen dat de haussestemming snel hervat wordt” en “Anderzijds kan gezegd worden dat de aandelenkoersen de weg naar aanvaardbaarder niveaus zijn ingeslagen.” De rakettenbouwer Werner von Braun zei al: “What goes up, must come down”, maar daar wordt men ook niet wijzer van.

Van der Meulen bekroont zijn analyse met de vlijmscherpe constatering over wisselkoersinvloeden: “Het ontbreekt nog steeds aan voldoende diepgravende beschouwingen die de belegger op tijd waarschuwen voor dergelijke aspecten.” Wat let hem?

Waar het overigens ook aan ontbreekt is een economisch-filosofische analyse van het verschijnsel, dat het Nederlandse volk evenveel verdient met werken als met aandelen kopen. (In theorie uiteraard, want als morgen iedereen zijn winst wil incasseren, zal men iets vreemds meemaken.) HP/De Tijd citeert een handelaar die zegt, dat de recente daling en nieuwe stijging niets met fundamenteel beleggen te maken heeft. “De ene dag zitten ze met hun miljarden in dollars, de andere dag weer in rentes waps. Het is geld verdienen met geld. Het grote publiek moet ook niet trachten mee te zwemmen, want dan verdrinken ze.” Een soortgelijke conclusie trekt Aart Brouwer in het hoofdcommentaar van De Groene. Hij stelt dat de geld- en effectenmarkten al lang niets meer te maken hebben met ouderwetse conjunctuurbewegingen. Door de liberalisering van het geldverkeer staat de beurshandel tegenwoordig los van de reële sfeer van goederen en diensten. “Koersen staan in geen verhouding meer tot de 'onderliggende' waarden van bedrijven of tot de economische groei per land of sector. De verhouding ligt eerder andersom: de beurskoersen zijn eerder bepalend voor de daling of stijging van de lonen, investeringen en consumptieve uitgaven van een land.” Zo absoluut gesteld is dat natuurlijk onzin.

De sprong van het Damrak naar de terugblik van Fleur Bourgogne op haar revolutionaire verleden, eveneens in De Groene, is groot maar er is een verband met het kapitalisme. Bourgogne beschrijft met 'liefde en huiver' volgens de redactie, haar jaren in Latijns Amerika als linkse activiste. Het is een navrant en soms té larmoyant verhaal over haar verblinde idealisme in Chili en Venezuela, en de complete onderwerping aan de eisen van de revolutie. “Che Guevara sprak vanuit zijn onbekende graf en ik knikte, ik moest als Europeaan moediger zijn en onthechter dan wie ook. Ik voerde zinloze taken uit. Ik hield de wacht bij iets wat niet viel te bewaken. Ik hielp een irrigatiekanaal graven in een gebied waar geen water was en ook geen water zou komen - het ging ging niet om het water, het was een politieke daad, een training in uithoudingsvermogen en nederigheid.”