Franse waterbedrijven leggen het af tegen de fles

Frankrijk heeft met al zijn beken en rivieren voldoende drinkwater, maar de ongerustheid over de kwaliteit neemt sterk toe.

PARIJS, 21 AUG. Jean-Marie Messier (40) drinkt een glas leidingwater. De zaal kijkt ademloos toe. Messier gaat nog verder, hij bekent dat de jongsten van zijn vijf kinderen water uit de kraan in hun fles krijgen. Dat is nieuws: de waterkoning van Frankrijk vertrouwt zijn eigen water. “Het is zelfs beter en vaak gezonder”, zegt hij, “dan het mineraalwater dat u voor veel geld in een fles kunt kopen.”

Komt het proeven. Deze show en het buffet na afloop zijn gratis voor het publiek, maar heeft een lieve cent gekost. De makers stond het water zeker tot de lippen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de president-directeur van de Compagnie Générale des Eaux (CGE), één van Frankrijks machtigste commerciële conglomeraten, een zaal huurt in het Wetenschapspark La Villette en voor een duizendkoppig publiek de lof van de waterleiding zingt? Straks gaan ze nog een roadshow optuigen voor de vuilnisdienst. Die wordt in veel steden en regio's van Frankrijk ook verzorgd door de Générale.

Ook de grootste concurrent, de Lyonnaise des Eaux (14 miljoen klanten), timmert aan de weg, met televisie-spotjes. Achterdocht en ontevredenheid bij de gebruikers groeien gestaag. De kwaliteit van het drinkwater wordt al jaren als matig beschouwd: te veel kalk, chloor en nitraten. Voeg daar bij de klacht dat “het water te duur wordt betaald” - het is 56 procent duurder geworden in vijf jaar, zes keer zo veel als het gemiddelde van alle prijzen. Dat gevoel van groeiend onbehagen wordt nog gevoed door de regelmatig opduikende verhalen over smeergeld bij het verkrijgen van grote gemeentelijke waterconcessies. Gemeentebesturen beginnen scherper te onderhandelen over nieuwe contracten.

Het is kennelijk ook voor de CGE, die 25 miljoen Fransen van water voorziet, tijd het imago af te spoelen. Jongens en meisjes in groenblauwe waterpakjes trippelen langs de rijen om briefjes met vragen van consumenten op te halen. Die worden later door een bekende tv-sportjournalist, na zuivering en samenvoeging, afgevuurd op de jongensachtige topman van CGE - hij zit ontspannen op een paar decoratieve golven. Al te grote risico's loopt hij niet, want directe vragen uit de zaal zijn taboe.

De waterindustrie is in Frankrijk al anderhalve eeuw in toenemende mate in particuliere handen. De staat was van oudsher oppermachtig en de relatief zwakke gemeentes (het zijn er nog steeds 36.000) voelden zich vaak niet in staat een zelfstandig waterbedrijf op te zetten en te exploiteren. De Générale des Eaux kreeg in 1853 zijn eerste lokale concessie, de Lyonnaise in 1880. Tegenwoordig is 80 procent van de waterdistributie uitbesteed aan het bedrijfsleven, waterzuivering voor 45 procent. De privatiseringsgolven van direct na de Tweede Wereldoorlog, en die van Mitterrand in de vroege jaren '80 hebben de waterleiding ongemoeid gelaten. Frankrijk vraagt zich steeds vaker af of het er goed aan heeft gedaan zulke vitale openbare taken in particuliere handen te leggen. Het antwoord van Jean-Marie Messier is een zelfverzekerd Ja. “In de achtduizend gemeentes die de zorg voor het water aan ons hebben toevertrouwd, zijn vier keer minder problemen voorgekomen als in gemeentes die hun eigen waterleidingbedrijf hebben. Dat is uit recent, onafhankelijk onderzoek gebleken.”De waterreuzen werpen hun omvang als argument in de strijd om de resterende gemeentelijke bedrijven in een haast dubieus daglicht te plaatsen: de research die nodig is om in een vervuilende wereld schoon drinkwater te kunnen leveren, wordt steeds onbetaalbaarder voor de kleintjes.

“We hebben de laatste tien jaar goede resultaten geboekt met het verwijderen van zware metalen, de komende tien jaar moeten we succes boeken met nitraten. Voorkomen is goedkoper dan zuiveren natuurlijk, we zijn bezig met een intensief programma om boeren en andere potentiële grondwater-vervuilers te bereiken. Voorlopig is het een geruststellende gedachte dat wij hogere eisen stellen aan ons water dan de vullers van flessen. Als je bang bent voor bacteriële infecties dan is ons leidingwater veiliger dan een fles mineraalwater die een tijdje open heeft gestaan.”

Jean-Marie Messier geeft een bekwame voorstelling, een favoriete schoonzoon op uitlegbezoek. Hij vertelt uit zijn hoofd waarom kalk of chloor in het water niet erg zijn (“een kwestie van smaak, niet van volksgezondheid”, en “in drie jaar tijd hebben wij de hoeveelheid gebruikt chloor door drie kunnen delen, dankzij de nieuwe, door ons ontwikkelde membraanfiltertechniek”). Maar de Vereniging van watergebruikers van Saint-Etienne, krijgt de vraag er niet door waarom het water tussen 1990 en 1992, toen die gemeente met de CGE onderhandelde over een watercontract, met 125 procent omhoog ging.

De man die 36 procent van de Franse watermarkt bedient, gaat niet alle lastige onderwerpen uit de weg. Althans dat suggereert hij. Ook Messier leest de krant. Ook hij heeft gehoord over de illegale subsidies die vrijwel alle politieke partijen hebben losgepeuterd van particuliere nutsbedrijven. Oud-minister Carignon verloor zo het burgemeesterschap van Grenoble; anderen in andere stadhuizen volgden. Nu Messier, oud-medewerker van Edouard Balladur op het ministerie van Financiën, de baas van de Générale des Eaux is (ruim een jaar) zullen dit soort praktijken niet meer voorkomen. Zijn ogen glanzen op meer dan manshoge beeldschermen binnen en buiten de zaal als kristalhelder leidingwater. “Als onze groep moet kiezen tussen een onwettige daad en het verlies van een contract, dan zullen wij de voorkeur geven aan het mislopen van die order.”

Vandaag is hij watervorst met schone handen, morgen is hij een groot aannemer en overmorgen een van de invloedrijkste media-ondernemers van Frankrijk. De Générale des Eaux is de tweede ondernemer in mobiele telefonie (via dochter SFR), heeft de rechten verworven om met het netwerk van de Franse Spoorwegen een concurrerend vast net te gaan exploiteren, is de grootste kabelondernemer van het land en heeft een zware vinger in de pap bij abonnée-tv-station Canal+, bij media-conglomeraat Havas, en andere media.

De bijverdienende sportjournalist acht het niet zijn taak tijdens de watershow een vraag te stellen over het vernietigende rapport van de Franse Rekenkamer, die in het voorjaar het resultaat publiceerde van twee jaar onderzoek naar de regionale en lokale watervoorziening. De kritiek was niet mals. De concurrentie was in veel gevallen ver te zoeken. De CGE, de Lyonnaise (22 procent marktaandeel) en de derde partij in het spel, de grote aannemer Bouygues, hebben de markt aardig verdeeld.

Achter hun verdedigingslinie van deskundigheid, research en hoge kwaliteit, constateert de Rekenkamer: aanzienlijke entrée-prijzen voor gemeentes die zich bij één der privé waterbedrijven willen aansluiten, forse prijsstijgingen die in veel gevallen meer zijn gebaseerd op taxatiefouten omtrent investeringen of wanbetaling door de gebruikers dan op aantoonbare verbetering in de dienstverlening. De boeken zijn ondoorzichtig en de gemeentelijke controle navenant gebrekkig.

Frankrijk, tien keer zo groot als Nederland met maar vier keer zoveel inwoners, maakt zich geen grote zorgen over de beschikbaarheid van drinkwater. Het land wordt doorsneden door beekjes en rivieren, er is ruimte voor reservoirs en stuwmeren die als buffer kunnen optreden voor tijden van droogte. Toch is de ongerustheid groter dan het gevoel van veiligheid. Toen tussen februari en mei bijna geen druppel water uit de hemel viel, klaagden boeren en wethouders dat het zo niet veel langer kon doorgaan zonder vergaande maatregelen. De zware overstromingen van de laatste jaren, soms zeer plaatselijk, hebben het gevoel versterkt dat de waterhuishouding in de war is. De grote water-ondernemers hebben moeite het publiek ervan te overtuigen dat prijs, kwaliteit en smaak in orde zijn.

Het aantal Fransen dat uit de kraan drinkt slinkt gestaag: in 1989 nog 72 procent, in 1995 was het 64 procent. Steeds meer mensen grijpen naar de fles, makkelijk honderd keer zo duur als de kraan. Met meer dan 120 liter per inwoner per jaar behoren de Fransen tot de grotere flessenwater-drinkers van Europa. Afnemend vertrouwen in overheid en bedrijfsleven, gebrekkige democratisch controle, zelfs de waterleiding heeft er last van.