Drie akkoorden is meer dan genoeg

De Friese popgroep Simmer is vol zelfvertrouwen. “We zijn goed genoeg om in Amerika te worden beluisterd”, zegt Theo de Jong, zanger van de groep. Zaterdag treedt Simmer op op het Lowlands-festival. Simmer: Mothertongue, Excelsior Recordings EXCEL96015. Simmer speelt 23 augustus op het Lowlands-festival.

AMSTERDAM, 21 AUG. Het lijkt op het eerste gezicht vreemd dat in de grote tent van het Lowlands-festival op de tweede dag een nog onbekende nieuwe naam staat geprogrammeerd: Simmer. Maar in werkelijkheid is het geen groepje dat nog maar net komt kijken. Simmer is het vervolg op The Serenes, een popgroep uit Friesland die in 1990 het bijzondere album Barefoot And Pregnant uitbracht en daarmee meteen als een van de beste bands van Nederland werd beschouwd. Een tweede cd, Back To Wonder, volgde in 1993, maar de verwachte doorbraak van The Serenes naar een groter publiek bleef uit. “Het is er niet helemaal uitgekomen”, stelt zanger/gitarist Theo de Jong nuchter vast. “Ik heb geen idee waarom, want er stonden nummers op die plaat die alles hadden om hits te worden. Misschien heeft de platenmaatschappij niet genoeg zijn best gedaan.” Ook speelde volgens hem mee dat het moeilijk was de plaat bij optredens recht te doen. Na het eerste album stapte mede-oprichter Paul Dokter uit The Serenes, die als trio doorgingen. De Jong: “Op de plaat had ik veel extra gitaarpartijen ingespeeld. Live kon dat niet.”

Na een bezettingswisseling werd de naam gewijzigd. Eerst heette de band Slide, maar toen bleek dat er in Amerika ook al een Slide bestond, werd het Simmer, het Friese woord voor zomer. Het verschil met The Serenes is volgens De Jong niet zo groot. “Ik blijf toch degene die de nummers maakt, dus die melancholieke sfeer is er nog steeds. De muziek is nu wel steviger, omdat de nieuwe drummer harder slaat. Ook op het podium spelen we een stuk harder.” Een paar maanden geleden verscheen het debuut van Simmer, Mother Tongue. De cd viel op door de sterke songs, die zowel pakkend melodieus als aangrijpend intens zijn, en de knappe produktie. De plaat klinkt helder, en er is duidelijk veel zorg besteed aan details: fraaie achtergrondzang, subtiele gitaarlijnen en verrassende percussie. De Jong vertelt dat hij met mede-producer Frans Hagenaars veel tijd besteedde aan de afwerking. “Wij houden beide van mooie producties, we zijn gek op de Beatles-producties bijvoorbeeld. We hebben in de studio veel uitgeprobeerd, om de songs zo goed mogelijk over te laten komen.” Dit is vooral belangrijk bij fijnzinnige muziek, waarbij alles draait om de melodieën, betoogt De Jong. “Als je het vooral van energie moet hebben, dan moet je het juist heel snel opnemen en ruw laten klinken.”

In een paar nummers is een merkwaardig instrument te horen, de mellotron. “Dat is fantastisch”, vertelt De Jong enthousiast. “Een stel Engelse hippies heeft het begin jaren zestig ontworpen. Het is een grote bak met toetsen die verbonden zijn met tapes, die loops maken - een klein stukje wordt eindeloos herhaald. Op die tapes staan koren, fluiten en violen. Er komt een geweldig geluid uit, terwijl het er heel knullig uitziet, alsof het met een figuurzaag en een hamer in elkaar is gezet.” Het zeldzame instrument was voor de opnamen gehuurd, en De Jong moest het met tegenzin teruggeven. “Als ik er ooit een tegenkom koop ik hem meteen.”

De Jong begon pas laat met gitaarspelen. “Als jongetje van een jaar of vijftien was ik drummer in een punkbandje”, vertelt hij. Toen hij Paul Dokter net ontmoet had, ging het duo een tijdje met synthesizers in de weer. Maar in het besef dat de beste popmuziek toch met gitaren wordt gemaakt, ging De Jong gitaarspelen, en samen met Dokter songs schrijven. De samenwerking was stimulerend. “Als hij met iets goeds aankwam, zei ik: verdomme, dat is mooi. Thuis pakte ik dan de gitaar om iets te maken dat nog beter was.” Tegenwoordig komt De Jong met ideeën aan, die de leden van Simmer gezamenlijk uitwerken. Ook de inbreng van producer Frans Hagenaars was bij de songs op het album belangrijk, zegt De Jong. “Veel nummers waren wat langdradig. Die hebben we op zijn aanraden flink ingekort. En ik ben afgestapt van de moeilijkdoenerij. Voorheen maakte ik de songs ingewikkeld door afwijkende akkoorden of tussenstukjes in te voegen. Dat was heel vermoeiend voor de luisteraar. Ik luister zelf ook het liefst naar nummers die simpel zijn. Het is het beste om je in een liedje te beperken tot drie akkoorden. Niet meer en niet minder.”

Voor The Serenes werd een grote toekomst voorspeld, ook in het buitenland. De Jong verwacht niet dat het met Simmer wel zal lukken. “We zijn goed genoeg om ook daar beluisterd te worden, maar ik weet hoeveel bands er in Engeland en Amerika rondlopen. Men zit daar niet op Simmer te wachten. Ik maak mij er niet druk over. Als het gebeurt, is het meegenomen.”