Bouterse ongestoord naar Brazilië

In kringen van opsporingsambtenaren bestaat groot ongenoegen over de houding van het ministerie van Buitenlandse Zaken in de zaak rond de van drugssmokkel verdachte Desi Bouterse. Het ministerie zou de arrestatie van Bouterse bij herhaling getraineerd hebben.

DEN HAAG, 21 AUG. Het recht moet zijn loop hebben, en vooral, het politieke en justitiële beleid moet strikt worden gescheiden. Dat is de boodschap die de bewindslieden Sorgdrager, Kok en Van Mierlo de afgelopen dagen uitputtend onder woorden brachten als het ging over de vervolging wegens drugshandel van de Surinaamse adviseur van Staat, Desi Bouterse.

Maar dat de Haagse werkelijkheid in deze een veel minder rechtlijnig verloopkent, is in kringen van degenen die belast zijn met de vervolging en dagvaarding van Bouterse de afgelopen maanden nog eens nadrukkelijk duidelijk geworden. Buitenlandse zaken, lees Van Mierlo, heeft op vrijdag 18 juli verhinderd dat Bouterse - die een lang weekeinde in Brazilië was - kon worden aangehouden. Van Mierlo heeft volgens verscheidene justitiële bronnen geweigerd de Nederlandse ambassade in Brazilië opdracht te geven de Braziliaanse politie te vragen het signaleringsverzoek ten aanzien van Bouterse in te willigen.

In justitiële kringen bestaat veel ongenoegen over het optreden van Buitenlandse Zaken. Vanaf 1995 zou dit departement hebben verhinderd dat het strafrechtelijk onderzoek dat al twee jaar geleden is voltooid, kon worden afgerond met een dagvaarding.

In juni 1995 is het Haagse openbaar ministerie definitief tot het oordeel gekomen dat de berechting van Bouterse wegens cocaïnehandel een haalbare kaart was. Het bewijsmateriaal verzameld door een speciaal politie-team, het Copa-team onder leiding van commissaris T. Driessen en officier van justitie C. Van der Voort, werd als meer dan voldoende beoordeeld. Een schaduwgroep van vier prominente officieren van justitie - de advocaten-generaal B. Myjer, A. Vast en de officieren van justitie L. den Hollander en D. van den Broek - waren onafhankelijk van elkaar en unaniem van mening dat de vervolging van Bouterse succesvol kon worden afgerond.

Die juridische second opinion baseerden de magistraten op een door het Copa-team opgestelde dagvaarding waarmee Bouterse zal worden vervolgd voor betrokkenheid bij vier concrete drugstransporten en het witwassen van drugsgeld. Op grond van de communis opinio onder het OM werd minister Sorgdrager definitief te verstaan geven dat dagvaarding van Bouterse wenselijk werd geacht.

Toch duurde het nog bijna twee jaar vooraleer Sorgdrager ook de andere bewindslieden kon overtuigen dat de strafzaak diende te worden voortgezet. Het definitieve groene licht kreeg het OM op 15 april van dit jaar. Toen hebben Sorgdrager en haar secretaris-generaal H. Borghouts tijdens een lunchbijeenkomst op het ministerie van justitie aan alle betrokkenen de tactiek uit de doeken gedaan.

Om te voorkomen dat een eventueel verzoek om aanhouding van Bouterse in het buitenland zou uitdraaien op “een verliezers-scenario”, zoals Van Mierlo dat steeds heeft genoemd, was aan een aantal landen gevraagd of men ook daadwerkelijk tot arrestatie van Bouterse zou overgaan als Nederland een internationaal arrestatiebevel zou uitvaardigen. Omdat Bouterse regelmatig in buurland Brazilië is - onder andere om zijn zoon Dino te bezoeken die benoemd is aan de Surinaamse ambassade aldaar - was de Nederlandse ambassadeur in Brazilië H.J. van Oordt gevraagd de gevoelens van de Braziliaanse regering te peilen.

Van Brazilië was dit voorjaar de definitieve toezegging gekomen dat men desgevraagd Bouterse zou oppakken en uitleveren. Ook van andere landen waren dergelijke toezeggingen gekomen. Het signaleringsverzoek was op verzoek van Buitenlandse Zaken ook niet wereldwijd verspreid maar alleen bekend in die landen waarvan te verwachten was dat men zou meewerken.

Het OM heeft de arrestatiebevelen al enige maanden klaar liggen vertaald in het Portugees (Brazilië), Spaans (voor Venezuela of Colombia) en Engels (voor Amerika). Na de lunchbijeenkomst volgde de publieke bevestiging van de definitieve vervolging van Bouterse door super PG Docters van Leeuwen op 27 april voor de NOS-televisie.

Op 18 juli constateerde de Nederlandse kanselier verbonden aan de ambassade in Brazilië - die van Paramaribo naar Brazilië vloog - dat Bouterse en diplomaat Alibux ook op weg waren naar Brazilië. De Nederlandse politie werd gealarmeerd. Vervolgens heeft het Haagse OM de dienstdoende PG, A. Blok, gevraagd via Sorgdrager te regelen dat de Nederlandse ambassade in Brazilië - zoals was afgesproken - de laatste formaliteiten zou regelen om het arrestatiebevel ook in te willigen. Sorgdrager zou volgens verscheidene bronen hiermee hebben ingestemd maar eerst aan Van Mierlo - die net een paar dagen op vakantie was in Frankrijk - om medewerking hebben gevraagd. Die medewerking weigerde Van Mierlo waarna Blok te verstaan werd gegeven dat hij de politie moest laten weten dat arrestatie van Bouterse achterwege zou blijven.

Waarom Van Mierlo terugkrabbelde van eerdere afspraken, zegt men bij Justitie niet te begrijpen. Ambtenaren menen dat Van Mierlo toch schrik heeft voor de politieke consequenties van arrestatie van Bouterse. Een andere verklaring die bij Justitie valt op te tekenen is dat Van Mierlo geen zin had zijn welverdiende vakantie in de war te laten schoppen.

Bronnen op Buitenlandse Zaken wijten de achterwege gebleven arrestatie aan coördinatieproblemen. “Het OM heeft ons heel vaak gezegd dat Bouterse in een bepaald land was en dan bleek het toch weer niet zo te zijn”, aldus een ambtenaar. Een collega geeft als verklaring voor de gebeurtenissen dat de vakantie van veel betrokkenen adequate actie in de weg stond. Maar wat er precies gezegd is in het telefonische onderhoud tussen Sorgdrager en Van Mierlo op 18 juli is niemand echt bekend bij BZ.

In opsporingskringen ziet men het verhinderen van de arrestatie van Bouterse als pure sabotage om politieke redenen. Ook het feit dat de minister van justitie de behandelend officier van justitie Van der Voort wegens een incident in een andere strafzaak van de kwestie werd afgehaald, wordt gezien als tegenwerking. Sorgdrager worden trouwens meer verwijten gemaakt. Opsporingsambtenaren zeggen niet te begrijpen waarom zij op 16 april haar Surinaamse collega Sjak Shie informeerde dat Bouterse gesignaleerd stond. Een verrassingsaanhouding was daarmee van de baan.

Maar het feit dat Bouterse ondanks de vermoedelijke kennis van het arrestatiebevel toch vorige maand nog naar Brazilië reisde, is volgens opsporingsambtenaren een bewijs dat de ex-legerleider kennelijk te verstaan is gegeven dat hij zich in ieder geval in Zuid-Amerika vrij mag bewegen. De reis van Van Mierlo naar Wijdenbosch wordt door justitie dan ook met bevreemding en groeiende ergernis gadegeslagen.