Bij Veronica geen Ida Gerhardt

Wat is er makkelijker: het runnen van een videowinkeltje of van een commerciële omroep?

Een nogal retorische vraag? Dat lijkt maar zo, want het antwoord is: een commerciële omroep. Neem Veronica, de meest wezenloze van alle commerciële omroepen. In de Volkskrant lees ik dat het de enige Nederlandse televisiezender is die commercieel succesvol is: tweemaal zo veel winst als marktleider RLT 4.

“We hebben RTL overvleugeld”, juicht Veronica-voorzitter J. van der Reijden. Volgens hem is het succes toe te schrijven aan het schrappen van serieuze programma's als Nieuwslijn, Hagens en Het laatste woord. Sindsdien zijn de reclameblokken uitverkocht.

Bij Veronica is het personeelsbestand inmiddels gehalveerd tot zeventig mensen. Als ik de programmering van Veronica zo eens bekijk, kunnen ze gemakkelijk met drie mensen toe. Van der Reijden voor de Blijde Persboodschappen, een secretaresse om ze uit te tikken en een koerier om de tweederangs Amerikaanse actiefilms en detectiveseries bij de productiemaatschappijen op te halen.

Veronica is in feite zélf een videowinkeltje geworden. Alleen de porno is nog wat aan de softe kant, maar dat kan geregeld worden. Wat F. van Westerloo kan bij SBS 6, dat kan J. van der Reijden ook.

Het maken van serieuze programma's kun je als commerciële omroep met een gerust hart overlaten aan de publieke omroepen. Maar hoe lang kunnen die het zich nog veroorloven om (af en toe, laat ik niet overdrijven) peperdure kwaliteitsproducties af te leveren? Dat wordt nog een zeer pijnlijke vraag als de voetballerij, de commerciële kurk waarop het publieke bestel drijft, wegvalt - en dat gaat ooit gebeuren.

Cherry Duyns' De Wording was zo'n productie. Deze bijna tien jaar oude documentaire werd gisteren door de VPRO herhaald 'als eerbetoon aan Ida Gerhardt, die beschouwd wordt als de grootste Nederlandse dichteres van deze eeuw'. De film is het enige beelddocument dat er van Ida Gerhardt bestaat. Dat stemt droef, want hoe knap Duyns' film ook is, als 'in memoriam' is hij niet toereikend.

Een prominente dichteres als Ida Gerhardt had een op zichzelf staand filmportret verdiend, zo een die de NOS vroeger in de serie Markant maakte. Met foto-impressies van haar jeugd, met interviews mét haar en over haar. Dat het er nooit van gekomen is, zal ook wel aan haarzelf gelegen hebben. Zij was een moeilijk benaderbare vrouw die in toenemende mate aan paranoia begon te lijden.

In een boeiend biografisch artikel dat Jutta Chorus in 1994 voor HP/De Tijd over Ida Gerhardt schreef, zegt haar uitgever Ben Hosman: “Iedereen werd gek van Ida's waanvoorstellingen. Als haar stem lager klonk dan normaal, wist je het al. Dan kwamen de fantastische verhalen over moordenaars en smokkelroutes langs haar huis. Ik was zowat de enige die niet tegen haar zei: 'Mens hou toch op!' Toen ik haar een keer in een café voorzichtig op haar paranoia aansprak, begon ze te huilen. Ze wist dat ze ziek was, maar heeft altijd geweigerd medicijnen te slikken.” Hij vertelde hoe ze ooit eens aan zijn collega Johan Polak serieus had gevraagd de criticus Kees Fens letterlijk “op zijn smoel te slaan”.

Het zijn biografische gegevens die niet pasten in de aanpak van Duyns. Het bijzondere - en tevens de kracht - van zijn film is juist dat de kunstenaars niet over zichzelf aan het woord komen. De Wording is een film over concentratie, bijna zichtbaar gemaakte concentratie van vijf kunstenaars-aan-het-werk. Daarbij had Duyns in het geval van Gerhardt de handicap dat het scheppingsproces van een schrijver moeilijker te visualiseren is dan dat van een choreograaf als Hans van Manen of een beeldend kunstenaar als Carel Visser.

Bij Gerhardt moest Duyns volstaan met beelden van een wandelende vrouw over een rivierdijk en een pen die over het papier bewoog om dat gedicht uit De Adelaarsvarens te schrijven met die mooie laatste strofe: Langzaam opent zich het inzicht/ dat geen mensenkind kan weten/ waar de herkomst van het vers ligt.