Aquarellen en etsen van James McNeill Whistler op expositie in het Rijksmuseum; Hollands landschap in zilvergrijze tonen

Tentoonstelling: Whistler en Holland. Aquarellen en etsen van James McNeill Whistler. T/m 9/11, prentenkabinet Rijksmuseum, Stadhouderskade 42, Amsterdam. Open: dag. 10-17u. Boek: Whistler en Holland (240 blz., uitg. Waanders) ƒ 59,50.

Hoe leger ze zijn, deze aquarellen, hoe mooier. In enkele weloverwogen toetsen schilderde Whistler het Hollandse landschap. Zoals de Zuyder Zee bijvoorbeeld (1884 137 x 280 mm) - met een weinig grijsblauw maakte hij een spiegelend wateroppervlak, de masten en zeilen aan de horizon zijn niet meer dan wat ijl gepenseelde lijnen. De kleur van het papier, gebroken wit, voldoet voor de lucht. Of Sea and Sand; Domburg (1900), een weids zeezicht op een mooi langwerpig formaat van slechts 216 x 129 millimeter. Veel transparant grijsgeel zand, een baan water, en daarboven de lucht in een tint iets lichter dan het zand. Een paar kleine figuren bewegen zich langs de vloedlijn. Deze bladen zijn leeg wat betreft vorm en kleur, maar vol van atmosfeer.

James McNeill Whistler (1834-1903), Amerikaan van geboorte en wonend in Parijs en Londen, hield van het Hollandse landschap. Toen hem tegengeworpen werd dat hier toch eigenlijk nauwelijks land was, antwoordde hij dat dat juist was wat hem zo beviel: Holland is water, lucht en licht. Whistler bezocht ons land verscheidene malen. In 1889 bijvoorbeeld verbleef hij twee maanden in Amsterdam en maakte er enkele schilderijen en veertien etsen. Dordrecht en Domburg waren andere door hem geliefde plaatsen. Het Rijksmuseum heeft een aantal in Nederland gemaakte etsen en aquarellen bijeengebracht vanuit diverse particuliere collecties. Ze zijn aangevuld met werk van Nederlandse schilders die door Whistler zijn beïnvloed, zoals Witsen en Breitner. Bij de tentoonstelling verscheen een fraai boek waarin Whistlers verblijf in Nederland uitvoerig is gedocumenteerd. Vrijwel alle door hem afgebeelde locaties (Palmgracht 52, Lijnbaansgracht 148, enzovoort) werden achterhaald, wat een waar monnikenwerk moet zijn geweest.

Op bladen van zeer kleine afmetingen wist Whistler in zijn aquarellen een verbluffende sensatie van ruimte te creëren. Zijn manier van werken was onconventioneel. Zijn losse, expressieve toets, en het onbeschilderd laten van grote delen van het papier, waren beïnvloed door de Oosterse kunst. Hij oefende zijn hand door Chinese porseleinen vazen met plant-en bloemmotieven, waarvan hij een gulzig verzamelaar was (veel oosters porselein kocht hij in Amsterdam) te kopiëren.

Maar Whistler maakte zich zorgen dat het quasi-nonchalante karakter van zijn aquarellen verkeerd zou worden begrepen. Hij voorzag zijn bladen daarom van zware, protserige lijsten. Een paar van deze originele lijsten zijn op de expositie te zien, dikke, getrapte bouwsels die het ruimte-effect van de aquarel moeten versterken, maar die het averechtse effect hebben. De schilderingen zitten, zonder passepartout, vastgeklemd tussen een overdaad aan verguldsel die hun charme en onbevangenheid bijna verstikt. Daar komt bij dat Whistler de merkwaardige gewoonte had om zijn aquarellen pal langs de randen van het beeld af te snijden. Zo ook met zijn etsen: hij sneed ze vlak langs de plaatrand af, en óm zijn signatuur heen, die er zodoende als een vreemd labeltje onderaan hangt.

Tegenwoordig koesteren wij grafiek en aquarellen ook om het tastbare aspect van het papier, het mooi kwetsbare en onregelmatige ervan. In Whistlers tijd was dat blijkbaar anders. Hij had veel succes met zijn wijze van presenteren. Hij ging er zelfs toe over om pastels in te lijsten in drie schakeringen goud, en ze te exposeren in speciale vertrekken die gedecoreerd waren in Venetiaans rood en groen met gouden kraallijsten.

Whistler is beroemd om zijn zilvergrijze palet. Zowel zijn schilderijen als zijn aquarellen en pastels hebben prachtige lichte, koele grijstonen. Whistler, die een verklaard voorstander was van l'art pour l'art is in de eerste plaats een schilder van de kleur, niet van vorm of thematiek. Ook zijn titels wijzen erop dat de kleur voor hem belangrijker was dan het onderwerp. De aquarellen hebben titels als: Green and silver: Holland; Silver and Red: Dordrecht; A little red note: Dordrecht. A little red note, met een horizontaal rood streepje voor daken van een rijtje huizen temidden van een wijds en vochtig waterlandschap, is een hoogtepunt op de expositie.

In zijn etsen wist Whistler ook de rijke schakeringen van het grijs volledig uit te buiten. Een heel mooi voorbeeld is Het Wijnglas (1858), een etsje van 85 x 55 millimeter. Het uiterst dunne, breekbare glas licht op, wit uitgespaard temidden van ragfijne arceringen. Whistlers techniek oogstte bewondering, maar minder waardering bestond er voor het feit dat hij in Amsterdam niet de fraaie grachten tot zijn onderwerp koos, maar juist armoedige volksbuurten, oude sloppen en vervallen pakhuizen. Hij tekende ze vaak vanaf het water, vanaf een laag standpunt, zodat de gevels hoog en langgerekt oprijzen. Toch zou juist zowel dit lage standpunt als de onderwerpkeuze niet lang daarna door Witsen en anderen worden nagevolgd.

Het Rijksmuseum bezit een schilderij van Whistler, getiteld Arrangement in yellow and grey: Effie Deans (1876), naar de heldin uit een roman van Walter Scott. In matte, koele tinten grijsblauw en grijsgroen, met een enkel accent in ingetogen geel, schilderde Whistler hier zijn bekende model Maud Franklin, die op 18-jarige leeftijd bij hem introk en hem twee dochters baarde. Jammer genoeg komt dit schilderij op deze tentoonstelling geheel niet tot zijn recht. Op het gezicht van het meisje staat een felle, warmgele spot gericht. Het effect is banaal en kitscherig, en precies het tegenovergestelde van Whistlers koele harmonie.

Het kan zijn dat er in het prentenkabinet, dat geen daglicht heeft, geen juiste plek is voor een schilderij. In dat geval zou het ergens anders moeten hangen. Het is onbegrijpelijk dat het Rijksmuseum een schilderij op een dergelijk gebrekkige wijze presenteert aan het publiek.