Voogdij kan kinderen niet langer helpen

UTRECHT, 20 AUG. De vijftien instellingen voor gezinsvoogdij kunnen ruim driehonderd kinderen met ernstig problemen niet op korte termijn helpen. De kinderen staan op wachtlijsten, die de instellingen in juli hebben ingesteld. Volgens de instellingen kunnen zij door geldgebrek niet meer verantwoord werken.

De problemen in de gezinsvoogdij zijn verscherpt na de invoering van de Wet op de ondertoezichtstelling in november 1995. De werkweek van de gezinsvoogd, die onder toezicht gestelde kinderen onder zijn hoede krijgt, is sindsdien toegenomen tot 42,4 uur, zo blijkt uit een onderzoek van het adviesbureau Coopers & Lybrand. Eén gezinsvoogd heeft zo'n dertig pupillen onder zijn hoede. Vier uur per week kan hij besteden aan persoonlijk contact, de rest van de tijd gaat op aan administratieve en juridische taken. In 1996 bedroeg het aantal ondertoezichtstellingen 17.715 en het zal naar verwachting van de instellingen dit jaar stijgen tot ongeveer 22.000.

Volgens V.C. van Hoorn van de stichting Jeugdhulpverlening Midden-Nederland zijn de wachtlijsten “een signaal aan de politiek dat het zo echt niet meer kan”. “De jongeren worden onvoldoende bezocht. Zo kun je geen vertrouwensrelatie opbouwen.”

Van Hoorn betreurt het dat steeds meer kinderen van hulp verstoken blijven, maar hij ziet geen andere oplossing. “Kinderen op de wachtlijst worden niet behandeld, kinderen die niet op de wachtlijst staan worden slecht behandeld. Het is kiezen tussen twee kwaden. Maar wij willen dit beleid niet langer verkopen.”