'Vaste boekenprijs niet rechtsgeldig'

ROTTERDAM, 20 AUG. De bestaande afspraken tussen boekhandelaren over een vaste prijs voor boeken uit het buitenland zijn wettelijk niet toegestaan. Die stelling wordt verdedigd door ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken (EZ), zo blijkt uit interne correspondentie van het departement. De vaste prijs voor buitenlandse boeken is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse boekenkartel, ook wel bekend als 'de vaste boekenprijs'.

Volgens ambtenaren van EZ is de vaste prijs 'zeer waarschijnlijk' in strijd met het Besluit horizontale prijsbinding. Dat besluit heeft betrekking op prijsafspraken tussen boekhandelaren. Alle boekhandelaren, verenigd in de Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (KVB), gebruiken dezelfde omrekentabellen om de prijs van geïmporteerde boeken te bepalen. Een buitenlands boek heeft daardoor in iedere winkel in Nederland dezelfde prijs.

Op 24 juni schreef R. Bemer, directeur-generaal van Economische Structuur, een memo in telegramstijl aan minister Wijers over deze 'omrekenkoersen', waarin hij zijn bewindsman wees op mogelijke 'complicaties' indien de wetsinterpretatie van de EZ-ambtenaren in de openbaarheid zou komen. “U kunt van buitenaf verwijt krijgen dat als u vermoeden van strijdigheid met Besluit horizontale prijsbinding heeft, waarom u dan ECD (De Economische Controledienst, red.) niet op de KVB afstuurt. (-) Naar de buitenwacht moet verhaal zijn dat de zaak nog in onderzoek was, dat ECD-onderzoek zeker nog niet uitgesloten was en dat rechter uiteindelijk moet bepalen of er strijdigheid is met Besluit Horizontale Prijsbinding.” Uit het memo van Bemer blijkt verder dat EZ een verschil van mening heeft met het ministerie van OC&W over de omrekenkoersen. “Voor ons, na meerdere checks bij WJA, (Wetgeving en Juridische Aangelegenheden, een 'directie' van EZ, red.) zeer waarschijnlijk dat hier strijdigheid is maar volgens OCW niet”, schrijft de ambtenaar aan minister Wijers. Staatssecretaris Nuis is voorstander van de vaste boekenprijs, waarvan de omrekenkoersen een onderdeel zijn. Vrijdag dient in Amsterdam een kort geding van de KVB tegen de Free Record Shop.

Pagina 9: Geding tegen Free Record

Wijers en Nuis verleenden de boekenbranche onlangs een ontheffing tot 2005 op het verbod op collectieve verticale prijsbinding. Verticale prijsbinding heeft betrekking op de prijsafspraken tussen boekhandelaren en uitgevers.

De brief waarmee Nuis en Wijers de Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (KVB) deze ontheffing verleenden, blijkt al vergezeld te zijn gegaan van een zogeheten 'side letter'. Daarin waarschuwden de bewindslieden de boekhandelaren dat de ontheffing alleen betrekking heeft op het verbod op collectieve verticale prijsbinding en niet op andere verboden 'in of op grond van de Wet economische mededinging, zoals bijvoorbeeld het Besluit horizontale prijsbinding.' Het is uiteindelijk aan de rechter om te bepalen of daar sprake van is, aldus de bewindslieden.

De vaste boekenprijs is al jaren onderwerp van felle discussie. Vrijdag dient voor de rechtbank in Amsterdam een kort geding dat de KVB heeft aangespannen tegen de Free Record Shop. Deze procedure is begonnen nadat de cd-keten in december 1995 werd verhinderd boeken van onder anderen Emile Ratelband en Youp van 't Hek onder de vastgestelde prijs te verkopen. Als de rechter de Free Record Shop in het gelijk stelt dan kan de vaste boekenprijs van de ene op de andere dag komen te vervallen.

De KVB is van mening dat de vaste boekenprijs een breed aanbod, van poëziebundels in kleine oplage tot populaire boeken, mogelijk maakt. De strijd rond de vaste boekenprijs is er vooral een tussen economen die tegen kartelvorming zijn, en dus tegen de vaste boekenprijs, en de boekensector. Deze strijd speelt ook op ministerieel niveau. Het ministerie van OC&W deelt de vrees van de boekensector dat bij het vallen van de boekenprijs de boekenmarkt afvlakt. Bij het ministerie van EZ blijft, zoals blijkt uit de memo van topambtenaar Bemer, twijfel bestaan over de regeling. Bemer wijst Wijers op nog een 'complicatie' indien de 'side letter' in de openbaarheid zou komen: 'Wellicht kwade brief Nuis met als strekking dat 'side letter' tegen afspraak in actief door EZ openbaar is gemaakt'.

Het feit dat het ministerie van EZ twijfelt over de omrekenkoersen zou de Free Record Shop meer argumenten geven bij haar pogingen om de afspraken over een vaste boekenprijs te slechten.

Volgens mr. Th.J. Bousie, advocaat van de Free Record Shop, zal met een verbod op horizontale prijsbinding het hele systeem van vaste boekenprijzen in Nederland instorten. “Wanneer een boekhandelaar ziet dat een concurrent een bepaald boek goedkoper aanbiedt, dan stapt hij meteen naar de uitgever. Verticale en horizontale prijsbinding zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden,” aldus Bousie.

Bij de rechtszaak vrijdag zal het overigens vooral gaan om de vraag of de vaste boekenprijs in strijd is met Europese wetgeving. De president van de Amsterdamse rechtbank heeft in februari 1996 het Europese hof van Justitie gevraagd om advies daarover.

Het Europese Hof heeft op 24 april uitspraak gedaan dat het Nederlandse boekenkartel moet worden verboden, indien het reglement dat de KVB sinds 1962 voor zijn leden hanteert nadien is 'verzwaard'. Of dat het geval is moet de Nederlandse rechter nu gaan beslissen.

Bousie is van mening dat het reglement is verzwaard, juist op het punt van de buitenlandse boeken. Vroeger namen Nederlandse boekhandels alleen prijzen over die door buitenlandse uitgevers werden vastgesteld, tegenwoordig doen zij dat ook met adviesprijzen.

De advocaten van de KVB zijn daarentegen van mening dat er geen sprake is van een verzwaring. “We zien de rechtszaak met vertrouwen tegemoet”, zegt directeur A. Hulskamp van de KVB.

De inhoud van de 'side letter' heeft de KVB 'verbaasd', aldus Hulskamp. “In 1995 hebben we met EZ gesproken over dat Besluit horizontale prijsbinding. Vervolgens hebben we een memorandum opgesteld waarin we hebben uitgelegd dat volgens ons geen sprake is van strijdigheid. Daar hebben we nooit antwoord op gekregen. We dachten dat dat punt was afgehandeld. Daar ga ik eigenlijk nog steeds van uit.”

Een woordvoerder van minister Wijers laat in een reactie weten dat genoemde interne correspondentie “de persoonlijke opvatting van ambtenaren weergeeft.”