Surinamers gekwetst en verdeeld

De Surinaamse gemeenschap in Nederland is verdeeld over het internationale opsporingsbevel tegen ex-legerleider Bouterse. De grootste groep Surinamers voelt zich vooral gekwetst door “de politieke daad” van Nederland. “Bouterse is een symbool.”

AMSTERDAM, 20 AUG. Weggestopt in een betonnen ruimte onder de in onbruik geraakte vierbaansweg Bijlmerdreef ligt 'cultureel centrum Siri'. De sfeer is landerig vanmiddag. Een man met een blikje bier gaat achterin voor een spiegel zitten om zich te laten knippen. Verderop aan een tafeltje zitten vier mannen te kaarten. Buiten onder een parasol zit een schaafijsverkoper naast zijn houten karretje. “Ga maar eens bij Siri kijken”, had Joesoe Maatrijk, de voorzitter van de Progressieve Minderheden Partij (PMP), gezegd. “Dan zul je zien, het Surinaamse volk is woedend.”

Als de naam Bouterse valt, gaat de ijsverkoper verzitten. “Het is een klap in het gezicht”, zegt hij over het opsporingsbevel dat de Nederlandse regering tegen de Surinaamse 'adviseur van staat' heeft uitgevaardigd. Hij wordt verdacht van handel in coaïne en van het witwassen van drugsgeld.

De ijsverkoper: “Bouterse is niet zomaar iemand. Hij is door God gestuurd om met de Surinamers te communiceren. Als bevriende natie moet je die man niet de nek omdraaien.” Naast hem staat een man met een gouden kaart van Suriname als sieraad op zijn borst. Arrestatie van Bouterse zal tot grote opschuding onder de Surinamers leiden, voorspelt hij, zowel in Suriname als in Nederland. “Dan gaat de boel in de fik”, roept een gemeentelijke toezichthouder die erbij is komen staan.

Over de telefoon vuurt Maatrijk zijn pro-Bouterse betoog af: “Nederland heeft de oorlog verklaard aan Suriname dat zich uit de koloniale wurggreep wil worstelen. Suriname moet het gevecht aangaan, anders komt ze nooit uit de rotzooi.” Ook Maatrijk voorspelt rellen. De “autochtone Hollanders” in Suriname zullen zich volgens Maatrijk “niet prettig voelen”, nu men de Hollanders als “een soort duivel” ziet. “Suriname is een zelfstandige natie. Ze kan de ambassade sluiten en alle Nederlanders er uitgooien.” Dat het recht zijn beloop moet hebben, daar geloof Maatrijk niet in. “De bewijsmaterialen zijn nonsens.” De getuigen voor het proces van Bouterse zijn volgens hem politieke vluchtelingen en “asielzoekers die in ruil voor een verblijfsvergunning een verklaring hebben getekend over cocaïnetransporten”.

Maatrijk organiseerde vorige week een discussiebijeenkomst in cultureel centrum Kwakoe in de Bijlmer om de Bouterse-aanhang te mobiliseren. “Nederland moet met zijn poten afblijven van Bouterse, de Surinamers in Suriname en de Surinamers hier”, zo vat A. Tjon van het actiecomité 'Handen af van Suriname' zijn visie op de zaak samen. De afdeling Nederland van de Nationaal Democratische Partij (NDP), de partij waarvan Bouterse voorzitter is, heeft in een persverklaring laten weten het opsporingsbevel ten diepste te betreuren en het nogal, ,ongebruikelijk” te vinden dat “staatslieden van dergelijke importantie voor het betrokken land (...) internationaal aan de kaak worden gesteld”, maar houdt zich verder op de vlakte.

“Dat is tactiek”, zegt het voormalige Amsterdamse raadslid en Tweede-Kamerlid van Surinaamse afkomst Tara Oedrayraj Singh Varma (GroenLinks). “Ze wachten eerst af wat Suriname doet en laten intussen mensen als Maatrijk het woord voeren.” De Progressieve Minderheden Partij van Maatrijk heeft geen zetel in de deelraad van Amsterdam-Zuidoost en het actiecomité van Tjon is volgens Varma buiten de Bijlmer “van nul en generlei waarde”.

“De mensen met de grootste bek krijgen de aandacht”, zegt de advocaat van Surinaamse afkomst G. Spong. Maar ze zijn volgens hem “absoluut niet exemplarisch” voor de Surinaamse bevolking in Nederland. Iemand als Tjon is volgens Spong “een have-not die de kans ruikt om eens in zijn leven een gewichtige rol te spelen”.

“Voor de rest zijn het uitkeringstrekkers.” Een “silent-majority” is volgens Spong “absoluut zeer verheugd over deze gang van zaken”. “Hier hebben ze al jaren op gehoopt. Liever zouden ze zien dat hij in Suriname wordt berecht voor de december-moorden, maar ze zijn al lang blij dat zich een andere gelegenheid voordoet om hem in de gevangenis te krijgen.” Die zwijgende meerderheid bestaat volgens Spong uit “keurige Surinamers die voortreffelijk zijn geïntegreerd en niet zo snel de barricaden opgaan”. Spong die volgens ingewijden bij justitie is gevraagd de verdediging van Bouterse op zich te nemen, heeft zo zijn eigen redenen waarom hij dat nooit zou willen. In 1982 werden vier collega's in Suriname door legereenheden van Bouterse geexecuteerd. “Een moordenaar van vrienden en collega's kan ik niet bijstaan.”

Ook in een recent exemplaar van Weekkrant Suriname, de grootste Surinaamse krant in Nederland, valt geen kritiek over de stap van de Nederlandse regering waar te nemen. “Bouterse blijkt een lafaard!”, schrijft Theo Para op de opiniepagina. “Eerder zei hij met zijn gebruikelijke bravoure dat hij 'het eerste vliegtuig naar Nederland' zou pakken om zijn onschuld te bewijzen. Nu het menens is geworden (...) kruipt hij weg achter de uitvlucht dat hem in Nederland een 'oneerlijk politiek proces' zou wachten.”

“O, o, wat zijn we weer anti-Bouterse”, zo vatte hoofdredacteur Iwan Bottse van de Surinaamse radiozender Damsco onlangs de sfeer samen van een nachtelijk praatprogramma. Een Surinaamse arts had zojuist uitvoerig betoogd dat Bouterse “een dégénéré” is. Daar waren vrijwel alle bellers het die nacht over eens.

“Je moet het eigenlijk zo zien”, zegt Bottse na de uitzending, “je hebt een kleine groep radicalen die zegt: 'handen af van Bouterse'. Daartegenover staat een kleine groep radicalen die zegt: 'geen gezeur, die man moet de bak in.' Maar de grootste groep Surinamers worstelt ermee.” Al is het merendeel van mening dat het recht zal zegevieren, ze voelen zich volgens Bottse gekwetst door de manier waarop Nederland het opsporingsbevel openbaar heeft gemaakt: op het moment dat de Surinaamse president Wijdenbosch een bezoek bracht aan Nederland. Dat kan niet anders dan een politieke daad zijn geweest, zo is de interpretatie van veel Surinamers.

Nederland heeft zich gedragen als “een dolle dilettant in de internationale politiek”, zo schrijft de Surinaamse publicist dr. L. Marte in het deze week verschenen nummer van het Surinaams-Nederlands tijdschrift Obsession. De Nederlandse regering heeft volgens hem “alle diplomatieke remmen losgegooid en de zaak in al haar rauwe, vernietigende dimensies in de openbaarheid gebracht”. Daardoor is de “credibility en integriteit van Bouterse, van Suriname en de hele Surinaamse natie in geding” gekomen.

“Het is alleszins begrijpelijk dat de Surinaamse bevolking in Nederland zich gekwetst en beroerd voelt”, zegt Stanley Rensch, directeur van het onafhankelijke mensenrechtenbureau Moiwana 86. “Zij voelen zich nog steeds verbonden met de geest van Suriname. En je moet niet vergeten dat de NDP op dit moment de grootste politieke partij in Suriname is.”

“Bouterse is een symbool”, vertelde de man met de gouden hanger bij cultureel centrum Siri. Een leider van het volk die Nederland dwingt hem als gelijke te behandelen. “Geen ja-knikker.” De schaafijsverkoper had daar nog aan toegevoegd dat “de neo-koloniale actie” van Nederland in ieder geval één ding heeft bereikt: “We voelen ons weer voor eéén volk.”