Russische ruimteramp

OOK JOERI GAGARIN is uiteindelijk een reus op lemen voeten gebleken. Het futuristische standbeeld van de Russische ruimteheld, dat halverwege de Moskouse Leninprospekt in een flits van zilverkleurig staal tientallen meters de hoogte in schiet, dreigt het zinnebeeld van vergane glorie te worden.

De met geheimzinnigheid omgeven voorsprong die de Russen ooit in de ruimte hadden, ontaardt steeds verder in een door de voormalige grootmacht als uitermate pijnlijk ervaren achterstand. Terwijl het vrolijke Marskarretje in het door Hollywood verwende Amerika ieders hart stal, sleept het elf jaar oude en eigenlijk afgeschreven ruimtestation Mir zich van ramp naar ramp.

In februari brak er brand uit aan boord, in maart lieten de zuurstofgeneratoren het afweten, in april lekten giftige stoffen uit het temperatuurcontrolesysteem, en vervolgens raakte de luchtzuiveringsinstallatie defect. Daarna had de botsing plaats met het bevoorradingsschip, gevolgd door stroomstoringen, een per ongeluk losgetrokken stekker, en hartritmestoornissen, stress en vermoeidheid bij de bemanning. En terwijl de bemanning worstelde met computerstoringen liet de vluchtleiding op aarde al fijntjes weten dat haar na terugkomst op aarde nog een fikse boete te wachten stond als blijken zou dat zij fouten had gemaakt.

Commandant Tsiblijev heeft inmiddels teruggeslagen. Na terugkomst op aarde weet hij de ongelukken aan de ineenstorting van de Russische economie. Er is domweg niet genoeg geld om de boel draaiende te houden. Hij lijkt gelijk te krijgen, nu de nieuwe bemanning opnieuw tobt met gebrekkig materiaal en computerstoringen. Topkosmonaut Anatoli Solovjov, met 453 dagen aan boord van de Mir de man met de meeste ruimtedagen ter wereld, reageerde zeer geprikkeld toen hij direct na aankomst al geconfronteerd werd met materiaalmoeheid en het vrachtschip Progress opnieuw handmatig aan de Mir moest koppelen.

DE GROTE VRAAG blijft intussen waarom de Russen de Mir koste wat kost in de ruimte willen houden. Is het de gekrenkte trots van een gewezen supermacht? Dat speelt zeker een rol. Het heelal was immers het podium waarop de Sovjet-Unie de eerste viool speelde. Gagarin was de eerste mens in een baan om de aarde, Valentina Teresjkova de eerste vrouw in de ruimte en de opeenvolgende ruimtehondjes en -aapjes waren de knuffelbeesten van de ganse natie. De geheimzinnigheid waarmee de ruimtevaart was omgeven, net als overigens de defensie-industrie, de economische groeicijfers en verder alles wat de vijand inzicht kon geven in het succes van het communistische experiment, vergrootte alleen maar de bewondering voor de resultaten.

Met Reagans ruimteschild SDI kwam de kentering. De economie was zo vastgelopen in inefficiëntie en spilzucht dat de benodigde investeringen voor een Russisch antwoord op het Strategic Defense Initiative niet meer konden worden opgebracht. Gorbatsjov zag dat in en droeg vervolgens het communisme ten grave. Maar geholpen heeft dat vooralsnog niet. De economie van Rusland biedt nog steeds het beeld van grote chaos. Nu de overheid zelfs niet in staat blijkt om belastingen te innen teneinde de leraren, artsen, verpleegsters, mijnwerkers, museumpersoneel en soldaten hun salaris te geven, komt er noodgedwongen ook een einde aan de ongelimiteerde subsidiëring van de ruimtevaart.

ILLUSTERE NAMEN als de lanceerbasis Baikonoer - sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie overigens gesitueerd in de onafhankelijke republiek Kazachstan - en het bij Moskou gelegen ruimtevaartcentrum Sterrenstad verbleken langzaam tegen de achtergrond van de nijpende financiële problemen. De Mir blijft slechts in de lucht dankzij de honderden miljoenen dollars die de Amerikanen en Fransen neertellen voor de huur van een stoel in de ruimte. Commerciële uitbating is zo langzamerhand de enige uitweg voor de Russische wetenschap.

Voor de gemiddelde Rus, die financiële problemen heeft, heeft de holle symboliek van de ruimtevaart zijn glans allang verloren. Men schaamt zich eerder voor het geklungel in de Mir. Voor de overheid is gekrenkte trots hooguit nog politiek kapitaal. In de Doema, het parlement, wordt plichtmatig gefulmineerd tegen het Amerikaanse superioriteitsgevoel bij de onderhandelingen over de bemanning van het nieuwe ruimtestation Alpha, dat door te late Russische leveranties steeds wordt uitgesteld. Alleen voor de Russische wetenschappers, die in hun hoofdkwartier in Koroljov steeds vertwijfelder klinken, is de teloorgang van de Mir een tragedie. Als het ruimtestation bezwijkt komt de lancering van de Alpha, een gezamenlijk project van Amerikanen, Europeanen en Russen in gevaar. Dan zullen, in navolging van talloze andere wetenschappers, ook de ruimtevaartdeskundigen met hun enorme know how elders een goed heenkomen moeten zoeken.

REST DE VRAAG waar het eigenlijk allemaal goed voor is. Veertig miljard dollar gaat de Alpha kosten. Is de bemande ruimtevaart echt zo belangrijk? Leveren de proeven met mensen in gewichtloze toestand en de experimenten met kristalformaties zonder zwaartekracht nu echt zoveel rendement op dat een voortdurend bemand ruimtestation nog van deze tijd is? De Amerikanen lijken met hun voorlopige voorkeur voor korte onbemande vluchten met goedkoop materiaal - het Marskarretje is zeer efficiënt gebleken - toch een verstandiger keus te hebben gemaakt. Zij hebben het publiek wel aan hun zijde.