'Methadon in gevangenis blijven geven'

DEN HAAG, 20 AUG. Gevangenisartsen moeten de verstrekking van methadon aan drugsverslaafden in de gevangenis voortzetten. Dit adviseert het Bureau Justitiële Gezondheidszorg in een brief van 16 juli aan alle inrichtingsartsen.

Dit jaar wonnen tot nu toe vier verslaafde gevangenen een kort geding waarin zij meer methadon eisten. Justitie leidt hieruit af dat “de tendens is dat de staat moet zorgen, dat een gedetineerde in staat gesteld moet worden een arts te kiezen, die bereid is hem methadon voor te schrijven”.

De brief van Justitie betekent een breuk met het eerdere beleid. Tot nu toe beval het ministerie in een handleiding voor gevangenisartsen aan de methadonverstrekking in de gevangenis af te bouwen, tenzij de gevangene langer dan vijftien jaar verslaafd was, ziek was of een geestelijke stoornis had op grond waarvan het staken van de methadonverstrekking onverantwoord was. Nu schrijft Justitie: “In een situatie waarin iemand niet meer vrij is om te gaan en staan waar hij wil, kan het toch niet zo zijn dat hij toevallig in een inrichting ingesloten wordt waar wel of waar geen opiaat vervangende middelen worden voorgeschreven. Dit is niet uit te leggen aan de gedetineerde of aan anderen in de wereld buiten de penitentiaire inrichtingen.”

Gevangenisartsen, meestal huisartsen uit de buurt van de gevangenis, voerden tot nu toe ieder een eigen beleid bij de verstrekking van methadon aan gevangenen. Daardoor krijgen verslaafde gevangenen in de ene inrichting helemaal geen methadon, in de andere een cocktail van andere middelen en in de derde hetzelfde als wat zij 'buiten' gewend zijn te ontvangen. De meeste gevangenisartsen gaan ervan uit dat verslaafden in de gevangenis minder methadon nodig hebben dan buiten de gevangenis. Dit leidt soms tot conflicten met de reguliere verslavingszorg.

Justitie raadt de gevangenisartsen aan bij binnenkomst van de gevangene te noteren hoeveel drugs, methadon en/of medicijnen deze naar eigen zeggen gebruikt en contact op te nemen met het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD), de GGD of de arts die medicijnen voorschrijft. Vervolgens zou de arts in overleg met de gedetineerde “of eventueel via een onderhandelingstraject” de medicatie moeten vaststellen, en deze schriftelijk vastleggen in een behandelingsplan.

In februari stelde de Amsterdamse rechtbankpresident dat gevangenen op grond van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens het recht hebben zelf een arts te kiezen. Naar schatting de helft van de 12.000 gevangenen in Nederland is verslaafd aan drugs.