Groente voor idealisten

De biologisch-dynamische boerderij De Oosterwaarde in Diepenveen poogt de consument weer bij de landbouw te betrekken. De afnemers komen er zelf het onkruid wieden, en hebben inspraak in het reilen en zeilen van het bedrijf. Een boerderij met een missie.

Een woud van hoge kleurrijke bloemen overwoekert de langwerpige achtertuin van de Kromme Kerkstraat 13 in Deventer. “Ik zit tegenwoordig zo vaak op de boerderij dat ik geen tijd meer heb voor mijn eigen tuin.” Eva Den Hartog (49), docente Russisch aan het Alexander Hegius Lyceum, heeft vakantie. Ze fietst nu drie ochtenden per week over de dijk langs de IJssel naar De Oosterwaarde, een biologisch-dynamische boerderij in Diepenveen. Om te helpen met wieden.

Met de gangbare, niet-ecologische, landbouw heeft Eva weinig op. “Die wil er alles uitpeuren wat er in zit. Bij De Oosterwaarde draait het niet om winst. Daar staat het verzorgen van de aarde centraal.” In de gangbare landbouw gaat de competitie, de zucht naar profijt, ten koste van de aarde, ten koste van de levensvreugde, meent de docente Russisch. “Overal staan van die stinkende gebouwen waar ze duizenden varkens of kippen in proppen. Het is pure industrie geworden. Je zou de landbouw eigenlijk op een industrieterrein moeten zetten.

“De Oosterwaarde is een welkome aanvulling in mijn bestaan. Op school werk ik met mijn hoofd. Op de boerderij met mijn handen. Ik zit uren op mijn knieën onkruid te wieden; rij voor rij. 's Avonds val ik in slaap met het knopkruid nog tussen mijn vingers. Laatst droomde ik van pastinaken. Heerlijk!”

De familie Den Hartog is een van de ruim tweehonderd huishoudens in Deventer en omstreken die een bijzondere verbintenis zijn aangegaan met boerderij De Oosterwaarde. Een verbintenis die bedoeld is om de biologisch-dynamische landbouw te steunen èn om de consument weer nauwer bij het boerenbedrijf te betrekken - bij de productie van zijn dagelijkse kost. De consument wordt de mogelijkheid gegeven om samen met de boer verantwoordelijkheid te dragen voor het boerenbedrijf. Om samen de begroting vast te stellen, de teelt en de oogst te organiseren; om op het land te werken, en de prijs te bepalen van de groente die de deelnemers elke vrijdag mee naar huis krijgen in de vorm van een zogenoemd groente-abonnement.

Gedeelde verantwoordelijkheid èn gedeeld risico. De deelnemers betalen een vast bedrag per maand voor hun abonnement, ongeacht kwaliteit en kwantiteit van de groente die de boerderij elke week opbrengt.

De bel gaat op De Oosterwaarde. Het is tien uur. Koffie met verse koeienmelk. De landbouwwerkers komen van verschillende kanten aanlopen. Uit de kas schuin naast de boerderij. Uit de groententuin. Uit de richting van het glooiende grasland achter de haag eikenbomen.

De werkers verzamelen zich achter de deel bij het tafeltje met de koffiepot. Het merendeel is vrijwilliger, het overgrote deel vrouw. Atie van Wonderen (53), een vrolijk mens met opgestoken rood haar, schenkt de koffie in. Atie is therapeute met een eigen praktijk in Deventer. Ze vertelt aanstekelijk enthousiast over De Oosterwaarde. “Verantwoordelijkheid dragen voor het land waar je van eet. Het is allemaal zo simpel. Met die gedeelde verantwoordelijkheid houden wij, boer en consument, dit prachtige bedrijf in stand, deze belangrijke vorm van landbouw. Wauw, dat is toch fantastisch!”

De oprichters van De Oosterwaarde, Tineke Bakker (33) en Irene Kuyters (32), kennen elkaar van de Middelbare Land- en Tuinbouwschool Warmonderhof, kweekvijver voor biologisch-dynamische boeren. Dankzij de Triodos-bank, het vrouwenborgstellingsfonds Mama Cash en de 80.000 gulden die ze binnen twee weken van familie en vrienden wisten los te weken, konden ze in 1994 aan de verwezenlijking van hun langgekoesterde droom beginnen: een gemengd bd-bedrijf (landbouw en veeteelt) met een kring van groente-abonnementhouders om zich heen.

Het werden om te beginnen vijf hectare landbouwgrond in Diepenveen, een dorpje op loopafstand van Deventer. De boerderij is gelegen in een schitterend beschermd natuurgebied, pal naast Landgoed Rande - glooiend en lommerrijk landbouwareaal, bossen, dijken en vennetjes, met in het statige hoge huis op de heuvel baron Stratenus, die met de verpleegster van zijn overleden echtgenote was getrouwd.

De Oosterwaarde wist in korte tijd vele tientallen groente-abonnees te werven - niet in de laatste plaats dankzij de lokale natuurvoedingswinkel (Gimsel) die juist haar deuren sloot en de klanten doorverwees naar de nieuwe abonnementenboerderij in Diepenveen. Zelfs het plaatselijk kantoor van het ministerie van Landbouw werd een van de 25 afhaalpunten voor de groentepakketten.

Het idee om nog een stap verder te gaan, om de groente-abonnees als een soort van aandeelhouders bij het boerenbedrijf te betrekken, kreeg in de loop van 1995 meer gestalte nadat Tineke op een internationaal congres over biologisch-dynamische landbouw had horen spreken over Community Supported Agriculture in de Verenigde Staten. Een vorm van landbouw waarbij boer èn consument als risicodragende partners samen verantwoordelijkheid dragen voor het bedrijf.

“Het idee om de landbouw weer de plek te geven die hem toekomt, namelijk middenin de maatschappij, spreekt me enorm aan”, vertelt Tineke. Door de consument direct en actief bij De Oosterwaarde te betrekken, hopen de twee boerinnen dat de consument zich bewust wordt van de landbouw, van hetgeen zich nu nog veelal achter de schermen van de agrarische industrie afspeelt. “Zodat ze niet over een paar jaar, als er zich onverhoopt weer een afschuwelijke ziekte voordoet, kunnen zeggen dat ze er niets van afwisten.”

Het kostte de oprichters van De Oosterwaarde de nodige overredingskracht om abonnees mee te krijgen. “Ik voel me zo nu en dan net een zendeling”, vertelt Tineke. Tijdens de eerste voorlichtingsavond, voorjaar 1996, bleek al snel dat het gros van de klanten niet stond te trappelen om aandeelhouder te worden. Volstond het abonnementenafhaalsysteem dan niet? Eist de verlangde verbintenis niet te veel verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de abonnees? Hadden ze dan al niet voldoende sores aan hun hoofd?

De aanwezigen waren veelal afwachtend. Ze vonden het juist zo prettig dat de boerinnen alles regelden op en rond de boerderij - dat ze dat niet zèlf hoefden te doen. Een aantal moest er bovendien niet aan denken dat àndere abonnees over de toekomst van De Oosterwaarde zouden mogen meebeslissen. En een enkeling vroeg zich hardop af of de boerinnen niet lui zouden worden als hun inkomen zou worden gegarandeerd.

En wie werd nou eigenlijk de baas? De tekst 'gezamenlijke besluitvorming' die die voorlichtingsavond door toedoen van de adviseur van De Oosterwaarde op het schoolbord belandde, leidde zelfs bij Tineke en Irene tot de nodige verwarring. “Gezamenlijke besluitvorming? We wilden helemaal niet met meerderheid van stemmen bepalen of er sla of komkommer moet worden geplant”, zo herinnert Tineke zich nog goed. “We wilden gezamenlijke oordeelsvorming, maar we moesten wèl zelf de eindverantwoordelijkheid houden.”

Waar dat in concreto op neerkomt bleek later in de praktijk. Bij de eerste gezamenlijke vaststelling van de begroting bijvoorbeeld, afgelopen voorjaar. Toen was een forse verhoging van de prijs van het groente-abonnement aan de orde, van 12,50 naar 14,55 per week. Tineke en Irene bespraken met de abonnees uitvoerig diverse alternatieven om de prijsverhoging zo beperkt mogelijk te houden - extra abonnees werven, inkomsten boerinnen omlaag, etc. Maar ze waren het uiteindelijk wel zelf die bepaalden welk alternatief het werd.

Ondanks de aarzeling bij een groot aantal abonnees formeerde zich na die eerste voorlichtingsbijeenkomst vorig jaar toch een groepje van zo'n 25 actieve en enthousiaste deelnemers. De 'structuurgroep', ook wel de denktank genoemd, die de boerinnen bijstond in de omschakeling. En gaandeweg raakten steeds meer abonnees geïnteresseerd. “Het is ook voor hen een zoektocht.” Inmiddels is nu zo'n kwart van de 200 abonnees actief deelnemer aan De Oosterwaarde, op een van de 25 groente-afhaalpunten in Deventer en omstreken, of in een van de werkgroepen, zoals de klussengroep, de groente-inmaakgroep, de activiteitengroep en de pr-groep.

De nieuwe aanpak kreeg de naam 'pergola' mee. De abonnementhouders waren voortaan voor de boer wat de pergola is voor plant en bloem: steun en toeverlaat om tegenop te klimmen, om verder te groeien. Een van de drijvende krachten achter de overgang naar pergola is Gé Liesker (59), leraar wiskunde in ruste. “De pergola is een associatieve organisatievorm. Niet ieder voor zijn eigen belang, maar vanuit een gezamenlijk belang denken en handelen. De boer wordt hier niet door de markt en de banken gedicteerd, maar kan dankzij de consument en in nauwe samenwerking met die consument zijn bedrijf op geheel eigen wijze vorm geven”, aldus Gé.

Hij fietst een paar keer per week op en neer naar De Oosterwaarde (“een prachtige route, is een deel van mezelf geworden”). Hij klust in en rond de boerderij, zit in het bestuur van Stichting Meerwaarde die een deel van de schenkingen aan De Oosterwaarde beheert, en denkt actief mee over de toekomst van het bedrijf. Het grootste deel van de abonnees komt echter niet vaker dan hoogstens eens in de week op de boerderij, om het groentepakket op te halen. Mevrouw Kostering uit Diepenveen bijvoorbeeld. Ze voelt zich niet geroepen tot pergola. Ze kent het woord niet eens. “Nee, ik ga zeker niet meepraten over De Oosterwaarde. Ik heb andere dingen te doen waar ik wèl verstand van heb.”

Kostering, kraag omhoog, goudkleurige ketting, is proefabonnee, zuiver en alleen omdat ze de groente van De Oosterwaarde zo bijzonder lekker vindt. De oproep aan de abonnees, tegen de muur van dat deel van de boerderij waar de afhaalgroenten in houten kisten staan opgesteld, is aan haar niet besteed: “Nee ik ga niet helpen aardappels rooien.”

Nederland telt inmiddels meer dan honderd groente-abonnementbedrijven. Maar De Oosterwaarde is een van de eerste die met een open boekhouding en een open bedrijfsvoering een gemeenschap van actieve klanten om zich heen probeert te formeren. In de Verenigde Staten bestaan al vele honderden van dit soort initiatieven. Uit onderzoek van de Hamline University in St. Paul, Minnesota blijkt dat het sociale engagement van deze Community Supported Farmers hoger ligt dan dat van de reguliere boeren die doorgaans bekendstaan als individualistisch, sterk gehecht aan hun onafhankelijkheid.

Alle onderzochte CSA-boeren bleken actief te zijn geweest in het onderwijs of in community activism voordat ze hun bedrijf begonnen. Ze willen een bijdrage leveren aan nieuwe natuurlijke en sociale verhoudingen rond hun boerderij. Bij de consument scoort dit sociale engagement minder hoog, zo blijkt uit het onderzoek. Veel belangrijker voor diens deelname aan de CSA is de wens om organische, kleinschalige en lokale landbouw te stimuleren en het verlangen naar verse en gezonde groente, regelrecht van de boerderij.

Eenzelfde patroon lijkt zich in Diepenveen voor te doen. Voor Els Tuinte (34) vormt de behoefte om de organische landbouw vooruit te helpen de belangrijkste reden om vrijwilligerswerk te doen op De Oosterwaarde. Els, tuinontwerpster met een eigen bedrijf, komt eens in de twee weken op haar rode Suzuki van Arnhem naar Diepenveen gereden. “Dit is mijn bijdrage aan de duurzame landbouw.”

Ze betwijfelt of veel Nederlandse boeren zouden willen overschakelen op pergola. “De Nederlandse boer hecht te veel aan zijn zelfstandigheid. De pergola-gedachte komt uit geheel andere hoek. Uit de biologisch-dynamische landbouw, uit de antroposofie. Zo'n soort boerenbedrijf is sociaal veel grootschaliger. Er zijn veel meer mensen direct en indirect bij het voortbestaan van het bedrijf betrokken.” Ook abonnee Joost Hamaker verwacht niet dat pergola zal uitgroeien tot een grote stroming binnen de Nederlandse landbouw. “Daarvoor zijn er te weinig idealisten.”

De nieuwe vorm van boeren is zelfs de New York Times niet ontgaan. De krant schrijft op 9 juli dat het voor 355 dollar een jaarabonnement heeft genomen op de Threshold Farm Community Supported Agriculture. Redactrice Molly O'Neil heeft een moeilijke start met het groente-abonnement, zo blijkt uit haar verslag. Ze vindt het lastig, tijdrovend en kostbaar om de groente bij het verdeelpunt in Broadway (hartje New York) op te halen en heeft kritiek op onder meer de variëteit van de geleverde groente (“meer voor twee konijnen dan voor twee volwassenen”). Maar als ze een lotgenoot tegenkomt die al aan zijn derde seizoen begint, lijkt het tij te keren. “Eerst is het een vervelend corvee”, vertelt de man haar over wat hij zijn 'CSA-reis' noemt. “Dan is het een uitdaging. Daarna is het een nieuwe vriendenclub. Ik werk nu 10 weekeinden per jaar op de boerderij. De gevoeligheid van de seizoenen, de band met de aarde, het onkruidwieden, het oogsten - het klinkt gek, maar het is machtig, gezondmakend!” O'Neil meldt zich aan voor de organisatie van het jaarlijkse dineetje 'wat-de-pot-schaft' en neemt zich voor een weekeinde te wieden op haar CSA-boerderij.

Het is zes uur 's avonds op De Oosterwaarde. De vrijwilligers zijn naar huis. In de deel achterin de boerderij staan stapels houten kistjes vol met groente - wortelen, sla, komkommer. Morgen is het inpakdag en komen pergola-leden hun wekelijkse oogst ophalen. Harrie Storck, de vriend van Irene Kuyters, schept het eten op. Zelfgemaakte pizza met producten uit eigen tuin. Harrie is parttime huisman.

“Het pergola-bedrijf past meer bij vrouwen dan bij mannen”, vertelt Irene, terwijl ze moe van twaalf uur werken wazig door het eetkamerraam over het erf staart. “Mannen zijn geneigd oogkleppen op te zetten en achter één bepaald doel aan te jagen, zo van: go for it”, aldus de boerin. “Vrouwen hebben meer overzicht over het geheel. En dat is hard nodig bij dit bedrijf met 50 verschillende groentegewassen, voortdurend overleg met de leden, een uitgebreide abonnementenadministratie en tientallen vrijwilligers die regelmatig over de vloer komen.”

Bij het vallen van de nacht maakt Irene nog een rondje over het erf. Op het lege weiland achter de tuin, dat De Oosterwaarde er vanaf dit jaar bij pacht, rent de witte, gladharige fox terrier Caddy achter de konijnen aan. “Hier komen volgend jaar vijftien koeien te staan. We willen naar een gemengd bedrijf, waarbij we de BD-mest van de beesten voor de land- en tuinbouw kunnen aanwenden. Een gezond gesloten circuit”, vertelt Irene. “We moeten nog met de abonnees bespreken of het melk- of vleeskoeien worden.”