Geen stroom meer in Sidon; Israel valt doelen in Libanon aan

TEL AVIV, 20 AUG. Vliegtuigen van de Israelische luchtmacht hebben vanmorgen aanvallen uitgevoerd op doelen in Libanon. Uit angst voor een vergeldingsaanval met katjoesja-raketten door de Hezbollah-beweging zijn de bewoners van Noord-Israel inmiddels de schuilkelders ingegaan.

Volgens een woordvoerder van het leger viel de Israelische luchtmacht een Hezbollah-basis in de Beka'a-vallei aan, niet ver van Syrische troepen die in deze strategisch belangrijke vallei zijn gelegerd. Kort daarna vuurden Israelische gevechtsvliegtuigen raketten af op de hoogspanningskabel naar de Libanese havenstad Sidon. Deze stad is sinds de Israelische actie van electriciteit verstoken.

Ook schoten de Israelische vliegtuigen raketten af die neerkwamen in de nabijheid van geschut van het Libanese leger. Volgens de legerwoordvoerder werd naast en niet op de Libanese stellingen geschoten om een waarschuwing aan het adres van Beirut af te geven dat het actie moet ondernemen tegen op Israel gerichte acties van Hezbollah.

Ook werden vanmorgen Libanese doelen aangevallen omdat Libanees geschut eergisteren betrokken zou zijn geweest bij de beschieting van Jezinne. Deze had plaats als vergelding voor de beschieting van Sidon door het zogeheten Zuid-Libanese leger, dat een bondgenoot is van Israel.

Aanvankelijk wekten uitspraken van de leiders van Israel de indruk dat Israel wilde afzien van vergelding voor de aanval van Hezbollah van gisteren. Deze indruk werd versterkt doordat Hezbollah, zoals een Israelische veiligheidschef het uitdrukte, ook belang heeft bij het naleven van het akkoord met Israel van vorig jaar. Dat kwam via Amerikaanse bemiddeling tot stand na een grote Israelische militaire actie in Zuid-Libanon tegen Hezbollah.

Vanmorgen vroeg nog meldde het blad Maariv dat de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken (Mordechai en Levy) binnen de regering een front hadden gevormd tegen de 'eis' van minister Sharon tot een nieuwe grote militaire actie in Zuid-Libanon over te gaan.

Minister Raful Eitan pleitte gisteren voor de verbreding naar het noorden toe van de Israelische 'veiligheidszone' in Zuid-Libanon. Als minister van Defensie en chefstaf waren Sharon en Eitan de drijvende krachten van de in 1982 begonnen oorlog tegen LIbanon. Jossi Sarid, de leider van de Burgerrechtenpartij, herinnerde er vanmiddag aan dat Israel nog steeds met de wrange vruchten zit opgescheept van de “minst noodzakelijke oorlog die bovendien uitliep op een debacle”. Tot zover onze correspondent. Volgens het gezaghebbende blad Jane's Defence Weekly heeft Israel tweehonderd T-55 tanks van de Oekraïne besteld. Damascus zou de eerste geleverde tanks al hebben opgesteld bij de hoogvlakte van Golan.

Het artikel van Jane's komt enkele dagen na uitspraken van de Israelische ambassadeur in Washington, Eliyahu Ben-Elissar, dat Syrië zich voorbereidt op een oorlog terwijl het beweert bereid te zijn om over vrede te praten. Volgens Ben-Elissar vormt Syrië momenteel een groter gevaar voor Israel dan het terrorisme.

Het weekblad zegt niet zeker te weten of het bij de Oekraïense tanks gaat om voertuigen die helemaal nieuw zijn of al eerder vervaardigde tanks die gemoderniseerd worden. Volgens Jane's ligt het belang van de levering niet zozeer in de hoeveelheid als wel in de verbetering van de kwaliteit van de Syrische strijdkrachten. Syrië verkeert bij de hoogvlakte in een strategisch gezien inferieure positie omdat de Israelische strijdkrachten het hoog gelegen Mount Herman-plateau beheersen. (AP, AFP)