Europese leiders moeten apathie afschudden

Het in juni gesloten Verdrag van Amsterdam is een misbaksel, vindt de Franse politicus Jack Lang. Europa moet een radicale stap voortwaarts zetten en een echte federatie vormen.

Het Verdrag van Amsterdam zal niet mijn goedkeuring krijgen. En in verscheidene parlementen van de lidstaten zijn de afgevaardigden bereid dezelfde stap te nemen. Daarvoor zijn redenen genoeg.

Het huidige verdrag is een misbaksel, een gedrocht, een schaamlap, waarmee de hele Europese zaak wordt opgegeven. Dit armoedige verdrag - afgezien van de Franse voorstellen voor de werkgelegenheid - opent de weg naar een verwaterde, steeds verder uitdijende Europese Unie, en wat erger is, naar intellectueel, economisch en diplomatiek verval van ons werelddeel.

Op sommige onderdelen is zelfs het achteruit krabbelen opgevoerd als het boeken van vooruitgang. Dat geldt bijvoorbeeld voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, dat steeds verder weg raakt naarmate men dichterbij komt. In Amsterdam is de verkeerde weg ingeslagen, is gekozen voor de verkeerde visie en de verkeerde methode. Met lapwerk en een paar kwastjes verf zijn even de gaten gedicht in een schip zonder kapitein, zonder koers en zonder motor.

In vergelijking tot het sterke, creatieve en strijdlustige Amerika, biedt Europa een treurige aanblik van lusteloosheid. Nergens is de durf te vinden van Robert Schumann, de verbeeldingskracht van Jean Monnet, de scherpzinnigheid van Mitterrand of de constructieve energie van Delors en Kohl. Hoe zouden we de saaie routine, de eentonigheid achter ons kunnen laten, anders dan door de pioniersgeest van de grote ontwerpers te hervinden, en zo over de crisis heen te stappen?

Om het vuur nieuw leven in te blazen en het enthousiasme weer aan te wakkeren, moet allereerst gezegd worden waar het op staat en duidelijk worden gesteld dat we geen enkele uitbreiding met andere landen accepteren zonder voorafgaande wijziging van het systeem. Voorafgaand, en niet tijdens de uitbreiding. Anders wordt ons nog een keer te elfder ure, met als chantagemiddel onze vriendschap met de Oost-Europese landen, een zwak en middelmatig verdrag opgelegd.

Dat zou dan het begin van het einde zijn: de overwinning van het ultraliberale Europa van mevrouw Thatcher op het Europa van de doelbewuste keuzen. Dat zou betekenen dat de geografische eenwording van Europa wordt betaald met de politieke ontwrichting van de Europese Unie.

Echte vriendschap is, tegen de landen die kandidaat zijn voor het lidmaatschap, durven zeggen: 'Jullie hebben er niets aan om toe te treden tot een verzwakt en machteloos Europa dat niet in staat is enig industrieel, diplomatiek, agrarisch of cultureel beleid te voeren'.

Tegelijkertijd moeten we onmiddellijk en net zo vastbesloten de hervorming van de Europese instellingen ter hand nemen, niet door wat klein verstelwerk te verrichten aan het Verdrag van Amsterdam, - herweging van de stemmen in de Raad, hervorming van de Commissie - maar door een radicale stap voorwaarts te doen met een nieuw oprichtingsverdrag.

Van de nieuwe Franse regering [onder leiding van de socialist Jospin] worden krachtige en creatieve initiatieven verwacht, die de loop van de geschiedenis kunnen veranderen en die van belang zijn voor de toekomst van de betrokken landen. Er is maar één perspectief waaruit opnieuw kracht en hoop zouden kunnen worden geput: de oprichting van een Europese Federatie.

Nu zijn alleen al bij het noemen van het woord 'federatie', de hoon, de spottende opmerkingen en het hatelijke gelach van de onverbeterlijke sceptici te horen. Toch valt een federatie gewoon binnen de realiseerbare mogelijkheden. Sterker nog, er is onder onze ogen al een federatie aan het ontstaan, zonder dat de door ijdelheid verblinde heren van Europa dat in de gaten hebben. Met de invoering van de euro zijn we al halverwege een Verenigde Staten van Europa. Vier Europese instellingen hebben in feite al een federale status: het Europees monetaire instituut [de voorloper van de Europese Centrale Bank], het Hof van Justitie, de Europese Commissie en, gedeeltelijk, het Europees Parlement.

Er is nog maar één instelling die ontbreekt: een federale regering. Om het streven in die richting kracht bij te zetten hebben Jacques Delors en de socialisten onlangs het idee naar voren gebracht van een Europese economische regering. Dat is een aantrekkelijke formule. Maar de praktische uitwerking is mager en teleurstellend: de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten op basis van artikel 103 van het Verdrag van Maastricht. Het is ook zeker niet mogelijk zich tevreden te stellen met holle frasen, bezweringsformules en uitvluchten. Zonder een echte uitvoerende macht is het Europa van morgen een kreupel Europa.

Verder is het ten behoeve van een daadwerkelijke opleving noodzakelijk, dat binnen het Europees Parlement twee gescheiden Kamers worden ingesteld voor een tweevoudige vertegenwoordiging van staat en bevolking van de landen. Op die manier kan een einde worden gemaakt aan de eindeloze absurde en verlammende confrontatie tussen landen met een groot, en landen met een klein aantal inwoners.

Een dergelijk nieuw elan in de Europese zaak kan niet worden verwacht van een verdrag dat alleen maar een aanvulling is op het Verdrag van Amsterdam. Vanwege de noodzaak tot unanieme overeenstemming tussen de lidstaten zou dat uitlopen op een compromis zonder kraak of smaak, tenzij er een wonder zou gebeuren. Er is een nieuwe visie nodig, een nieuwe manier om de zaken op te zetten. Alleen met een combinatie van vastberadenheid, verbeeldingskracht en tact is het mogelijk uit de impasse te komen.

Zo'n nieuw proces zou uit twee fasen kunnen bestaan. In de eerste fase wordt in gezamenlijke overeenstemming een prominente persoonlijkheid gekozen die zijn pelgrimsstaf neemt en discreet, ver van alle camera's, informeel overleg voert en probeert de grondslag te leggen voor een nieuw bouwwerk. In de tweede fase wordt het nieuwe plan niet voorgelegd aan een intergouvernementele conferentie, maar aan een echte grondwetgevende vergadering van vertegenwoordigers van de bevolkingen, de regeringen en de economische en sociale organisaties.

Naar het voorbeeld van de Conventie van Philadelphia, waaruit aan het einde van de 18de eeuw de Amerikaanse grondwet ontstond, zou de conventie voor de oprichting van een nieuw Europa bezield moeten zijn door een sterke drijfveer om succes te hebben. Het doel ervan zou zijn het tot stand brengen van een constitutioneel document waarmee de positie van de Unie wordt versterkt op het gebied van economie, buitenlandse politiek, onderwijs en cultuur.

De modernisering van het hele institutionele bouwwerk moet gepaard gaan met een New Deal voor het Europese beleid op economisch en intellectueel gebied. Zo wordt in de Verenigde Staten 60 procent van de nieuwe banen gecreëerd door nieuwe bedrijven in de sector van de moderne technologie. En op hetzelfde ogenblik heeft Europa de grootste moeite zich met de toekomst bezig te houden. Investeren in intellect is de belangrijkste economische investering van onze beschaving.

Om ons werelddeel weer nieuwe geestkracht, nieuw leven en nieuwe bezieling te geven, is het nodig dat de jeugd er volledig bij betrokken wordt door een radicale verandering van het onderwijs, de cultuur en het wetenschappelijk onderzoek. We moeten daarvan de consequenties aanvaarden en de nodige communautaire budgetten vrijmaken voor technologie en onderwijs. We moeten de Europese jongeren vragen samen te leven, te studeren en te werken.

We moeten veel meer maatregelen treffen vermenging en uitwisseling van de volkeren op grote schaal bevorderen: verplichte studie van twee moderne talen, verblijf door leerlingen en docenten gedurende een jaar in een ander land van de gemeenschap, oprichting van een Europese universiteit, openstelling van multinationale culturele en wetenschappelijke instellingen. Dát is een echte uitdaging waar miljoenen mensen graag aan mee zouden doen, als de Europese leiders maar eens zouden besluiten eindelijk uit hun apathie te ontwaken.

Als deze weg openstond, zouden velen een Verdrag van Amsterdam graag ratificeren, omdat het dan de eerste, bescheiden bouwlaag van een veel grotere en ambitieuzere constructie zou zijn.