Dealers en junks zijn niet langer almachtig in Transvaalwijk

In Den Haag neemt het geweld op straat toe, zo meldt het jaarverslag van de politie. Maar in 'probleembuurt' Transvaal geven de cijfers een omgekeerd beeld te zien.

DEN HAAG, 20 AUG. Twee magere jongens in oude trainingspakken komen van een sportveld de straat ingelopen. “Alles goed?”, vraagt Martin Rasenberg als hij hen tegemoetkomt. Een van de jongens begint te lachen als hij de wijkagent ziet. “Je hebt gisteren weer gerend, hè?” Het nieuws dat Rasenberg de dag ervoor een drugsdealer heeft gepakt, heeft zich snel verspreid. Verslaafden en politie zijn geen vreemden voor elkaar in de Haagse Transvaalbuurt.

Na de Schilderswijk staat Transvaal in Den Haag te boek als 'achterstandswijk nummer 2'. Op het glazen dak van het politiebureau aan de Heemstraat zijn als symbool voor hun gelijkwaardigheid vingerafdrukken nageschilderd van een Marokkaan, een Turk, een Surinamer, een Antilliaan en een Nederlander - de meest voorkomende nationaliteiten in de buurt. De bewoners komen volgens de politie uit 102 verschillende landen.

De buurt ten zuidwesten van het stadscentrum en grenzend aan de Schilderswijk is de laatste jaren bijna synoniem geweest voor drugsoverlast en criminaliteit. Maar daar lijkt langzaam verandering in te komen. Gemeente, politie en allerlei dienstverlenende instanties bundelden ruim anderhalf jaar geleden de krachten met een gezamenlijk doel voor ogen: de wijk moest weer leefbaar worden.

Volgens Frank Paauw, chef van politiebureau De Heemstraat, was de situatie twee jaar geleden uit de hand gelopen. Politie en gemeentelijke diensten werkten langs elkaar heen en er werd onvoldoende aandacht besteed aan het indammen van de criminaliteit. Op het Paul Krugerplein, middenin van de wijk, hadden groepjes drugsverslaafden en dealers min of meer de macht overgenomen. In Transvaal waren bijna vijftig drugspanden, die een aanzuigende werking hadden op drugsgebuikers van buiten de wijk. Paauw: “De bewoners werden bang om de straat op te gaan en voelden zich bedreigd. Dat maakte de positie van de junks alleen maar sterker. Dat kon niet langer zo.”

Om de drugsoverlast te bestrijden, stelde de politie in januari 1996 het 'Overlast-Team Transvaal' in. Een team van vier vaste politieagenten is er permanent voor vrijgemaakt, daarnaast worden dagelijks vier wisselende agenten aan het team gekoppeld. Verder is er een 'handhavingsteam' in de wijk gevestigd waarin verschillende gemeentelijke diensten samenwerken. In dat team zitten onder meer dertig 'straattoezichthouders', die voor de politie misstanden signaleren.

Vanaf het begin werd de toon gezet voor een nieuw beleid: op de pleinen in Transvaal mogen nu niet meer dan drie mensen bij elkaar staan, op straat mag geen alcohol worden gedronken en mensen die worden betrapt op het gebruik van drugs worden meegenomen naar het bureau.

Op het Paul Krugerplein is het vandaag rustig. Voor een café staat een donkere man met baard. Hij kijkt wat glazig naar de smoezelige, blonde vrouw naast hem. “Ik ga zo naar huis”, zegt ze. Nog voordat de man iets kan terugzeggen, gaat de pieper van de vrouw af. Ze kijkt op het venstertje en vertrekt. G. Appeldoorn, coördinator van het Overlast-Team Transvaal, staat op een paar meter afstand. “Zo gaat dat. Dealers geven met een code op een pieper door waar ze de drugs kunnen halen. Daar kunnen we niets tegen doen, maar het geeft in ieder geval minder overlast”, zegt hij.

De overlast mag volgens Appeldoorn niet naar andere gedeelten van de stad worden verplaatst. Appeldoorn: “De problemen moeten in deze wijk worden opgelost. Het project is niet tijdelijk maar blijvend. Maar het is wel zaak dat andere instanties, zoals de woningbouwvereniging, de verslavingsopvang en de gemeente, ook meewerken. De politie kan het niet alleen.”

Wijkagent Rasenberg praat ondertussen op vriendschappelijke toon met een jongen die een baseball-cap achterstevoren op zijn hoofd draagt. “Het is een stuk rustiger geworden hier. Je hebt niet meer zoveel van die gekken op het plein lopen. Ik vind dat echt wel goed. Hé, ik zie je, hè?”, zegt de jongen. Als Rasenberg een paar meter verder is gelopen, zegt deze: “Dat is dus een dealertje”.

Met behulp van een ingeschakelde surveillancewagen heeft de wijkagent een uur later een jongen op een scooter te pakken. Die reed verdacht rond en voor de ogen van de wijkagent had hij een junk aangesproken. Rasenberg: “We hebben hem op het bureau uitgekleed, maar hij had niets bij zich. Hij weet nu in elk geval weer dat er op hem wordt gelet.”

In een jaar tijd is het aantal drugspanden in Transvaal teruggebracht van 48 naar 12. “De verslaafden gaan inzien dat we weinig tolerant zijn”, zegt politiechef Paauw. “ Het aantal aanhoudingen is dit jaar verdrievoudigd. Er wordt nu 11.000 uur per jaar door de politie aan de wijk besteed, tegen 2.400 in 1995.”

De Bewonersorganisatie Transvaal blijkt er nog niet van overtuigd te zijn dat de toestand al beter wordt. “Wij praten uit angst voor represailles niet over de criminaliteit. Ik hoop dat u dat begrijpt”, zegt een woordvoerder van de organisatie.

De misdaadcijfers in Transvaal lopen dan wel redelijk snel terug - het aantal inbraken in woningen is in een jaar gehalveerd en ligt nu weer rond het landelijk gemiddelde - maar volgens brigadier Appeldoorn duurt het lang voordat mensen zich ook echt veilig voelen. “Als er een keer iets met je is gebeurd, blijf je daar lang last van houden. Zoiets moet slijten.”

De strijd tegen de criminaliteit zal in Transvaal geen einde kennen. Het uitbannen van de criminaliteit is volgens Paauw onmogelijk. “Je moet er rekening mee houden dat Transvaal een achterstandsbuurt is waar veel verslaafden wonen. Het moet er leefbaar zijn, maar we kunnen er geen Wassenaar van maken.”