De relikwieën van het rampjaar

Dubbeltentoonstelling: De moord op Johan en Cornelis de Witt in het rampjaar 1672: achtergronden en feiten. T/m 23 nov in Dordrechts Museum, Museumstraat 40 en Museum Mr. Simon van Gijn, Nieuwe Haven 29.

Het is vandaag precies 325 jaar geleden dat de gebroeders Johan en Cornelis de Witt bij de Haagse Gevangenpoort door een opgehitste menigte werden vermoord. Die gebeurtenis vormt de aanleiding voor twee tentoonstellingen in Dordrecht, de geboorteplaats van beide staatslieden. Naast schilderijen, prenten, beelden, documenten en penningen worden ook lugubere curiosa als de tong van Johan de Witt en de teen van zijn broer geëxposeerd. Het bestaan van die relikwieën is te danken aan de gruwelijke manier waarop de lijken van de broers onmiddelijk na de moord werden verminkt. De (naakte) lichamen werden naar het 'Groene Zoodje' gesleept en ondersteboven aan een galg gehangen. Onder toeziend oog van zo'n duizend omstanders werden daar ledematen afgesneden en te koop aangeboden.

De lijkschenners hebben daarmee onbewust bijgedragen aan het martelaarschap van de gebroeders. Het Dordrechts Museum toont een pamflet uit 1673 met een gedicht over een vinger van de rechterhand van Johan de Witt. De (anonieme) auteur treurt over de moord, maar ontleent troost aan de relikwie: “d'eedle vinger hier gebleven / zal telkens met erkentenis / elks her een diepen indruk geven.” Ook politieke tegenstanders lieten zich niet onbetuigd. In Museum Mr. Simon van Gijn is een spotprent uit 1675 te zien waarop de gebroeders De Witt worden voorgesteld met bokkepoten.

Johan de Witt (1625-1672) werd in 1653 raadspensionaris van Holland en daarmee de machtigste man in de Republiek. Hij zou die functie tot 1672 blijven uitoefenen op een manier die veel bewondering oogstte. De Witt zocht toenadering tot Frankrijk en Engeland en speelde deze grootmachten zonodig tegen elkaar uit. Hij versterkte de vloot en bemoeide zich actief met oorlogsstrategiën. Zijn grootste militaire succes was de expeditie naar Chatham in 1667. Bij die gelegenheid voeren Nederlandse schepen de Thames op waar ze zes Engelse schepen vernietigden en het vlaggeschip Royal Charles buit maakten. Dit wapenfeit wordt aan admiraal Michiel de Ruyter toegeschreven, maar de minutieuze voorbereiding van deze aanval was goeddeels het werk van Johan de Witt. Zijn broer Cornelis (1623-1672) nam als 'gedeputeerde te velde' actief deel aan de tocht naar Chatham en andere zeeslagen.

Tegenstrever van de gebroeders was Willem III, die als telg van het Oranje-geslacht knarsetandend toezag hoe de Republiek in de jaren '50 en '60 een stadhouderloos tijdperk doormaakte. Hij greep zijn kans om stadhouder te worden in 1672 (het 'Rampjaar') toen de Republiek tegenslag op tegenslag te verduren kreeg en de populariteit van de raadspensionaris tot het nulpunt gedaald was. Interessant is de kwestie in hoeverre de moord op de gebroeders De Witt een complot van Orangisten geweest is. Er zijn nogal wat aanwijzingen dat de 'spontane' aanval van het volk zorgvuldig gearrangeerd werd door aanhangers van Willem III.

Dit zou onder meer verklaren waarom de schutterij die de broers moest beschermen onder een vals voorwendsel werd weggeroepen. Deze kwestie heeft tot heftige debatten onder Nederlandse historici geleid, maar in het speciale bulletin dat het Dordrechts Museum ter gelegenheid van de tentoonstelling heeft uitgegeven wordt ze nauwelijks aangeroerd.

Het materiaal op een expositie over een historische gebeurtenis is vaak beperkt of eenvormig. De samenstellers van de Dordtse tentoonstellingen hebben dit probleem weten te omzeilen door enkele onderwerpen die slechts zijdelings betrekking hebben op De Witt een beetje op te waarderen. Er is veel aandacht voor de tocht naar Chatham en de zeeslagen die in de zeventiende eeuw werden uitgevochten. Daarnaast zijn er een aantal negentiende-eeuwse schilderijen te zien van episodes uit het leven van de gebroeders De Witt. Zulke gedramatiseerde voorstellingen hebben als historische bron weliswaar geen waarde, maar ze illustreren wel treffend hoezeer een politieke moord uit 1672 eeuwen later de gemoederen nog bezig heeft gehouden.