Beurs Amsterdam wilder dan Hong Kong

In Amsterdam zijn de koersfluctuaties de laatste tijd veel heviger dan in het buitenland. De omvangrijke optiebeurs, en de grote activiteit die particuliere beleggers daar laten zien, maken de koers- ontwikkeling van aandelen op het Damrak steeds onstuimiger.

ROTTERDAM, 20 AUG. Een koersverlies voor de AEX-index van meer dan 4 procent op woensdag, nog zo'n schuiver op vrijdag, gevolgd door een winst van 2,6 procent op maandag, 3,3 procent gisteren en vanmorgen weer 2,2 procent. De aandelenkoersen op het Damrak worden steeds onstuimiger. De afgelopen week gingen ook de koersen op andere beurzen zoals die in Frankfurt, Londen, New York en Parijs flink op en neer, maar Amsterdam boekte op sommige dagen koersuitslagen die soms wel het dubbele waren dan die van andere beurzen.

Van de beurzen die er internationaal toe doen, is Amsterdam zo de laatste tijd uitgegroeid tot de meest beweeglijke. Over het afgelopen jaar varieerde het koersgemiddelde op het Damrak gemiddeld 0,74 procent per dag. Gemiddeld over de afgelopen maand was dat zelfs anderhalf procent. Dat zijn de hoogste uitslagen sinds de heftige koerssprongen die in 1987 met de toenmalige beurskrach gepaard gingen.

Tegenover de 0,74 procent voor Amsterdam, varieerde Londen het afgelopen jaar gemiddeld maar 0,46 procent per dag, New York 0,62 procent, Parijs 0,67 procent en Frankfurt 0,68 procent. Vorige week streefde Amsterdam zelfs de als zeer onstuimig bekend staande beurs van Hong Kong voorbij. “Amsterdam gedraagt zich de laatste tijd meer als een emerging market dan als de beurs van een volwassen industrieland,” zegt een belegger. P. Meijer van het optiebedrijf AOT signaleert dat de 'volatiliteit', jargon voor 'beweeglijkheid', van de AEX-index op dit moment anderhalf tot twee maal zo hoog is als normaal.

Nu loopt de volatiliteit in elke correctiefase flink op, maar de uitslagen worden steeds groter. De vier correcties die het Damrak de laatste anderhalf jaar doormaakte - inclusief de kortstondige paniek na de waarschuwende woorden over de hoge koersniveaus van de Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan in december - laten een steeds wildere reactie zien van de koersen.

Ook op andere beurzen is er een toename te zien van de beweeglijkheid. “De financiële markten hangen in toenemende mate met elkaar samen,” zegt H. van Everdingen van de zakenbank Kempen & Co. “En de verbeterde techniek en communicatie maakt dat beurzen veel sneller dan vroeger kunnen reageren op nieuws dan vroeger het geval was.” Waar zich vroeger een reactie soms in wel drie of vier dagen tijd voltrok, gaat dat nu razendsnel. Van Everdingen wijst ook op het steeds grotere gebruik van derivaten, opties- of termijncontracten, bij de aandelenhandel. Dergelijke instrumenten, waarbij de aan- of verkoop van aandelen of een mandje van aandelen tegen een bepaalde prijs binnen een afgesproken termijn zijn vastgelegd, zijn ontworpen om koersrisico's mee af te dekken. Maar ze kunnen andersom ook worden gebruikt om extra risico's te nemen. Een massale aankoop van call-opties op de AEX-index kan, als de index stijgt, die stijging versterken omdat de uitgevers van de opties, de 'schrijvers' aandelen moeten inkopen om aan hun leveringsverplichting te kunnen voldoen. Omgekeerd geldt dat ook bij put-opties, opties die het recht geven te verkopen.

Massale speculatieve posities op de optiebeurs hebben zo een onstuimig gedrag van de onderliggende waarde, de aandelenbeurs, tot gevolg. En dat geldt zeker voor Amsterdam. De effectenbeurs heeft een verhoudingsgewijs grote optiebeurs. En op die optiebeurs is het aandeel van speculerende particuliere beleggers veel groter dan in het buitenland. “Amsterdam is een volksmarkt geworden”, zegt Meijer van AOT over de optiebeurs. AOT handelt ook op de Duitse DTB, “maar die wordt veel meer beheerst door professionele partijen.” Ook in Londen of New York spelen particuliere beleggers lang niet zo'n grote rol als op de optiebeurs van Amsterdam.

Met de verhoogde beweeglijkheid gaat ook het risicoprofiel van de Amsterdamse beurs omhoog. En dat komt terug in de optiepremies. De prijs van een optie is opgebouwd uit twee delen. Allereerst is er het verschil tussen de uitoefeningsprijs van de optie en de marktwaarde van het onderliggende goed waarover de optie is afgesloten. De rest van de prijs van een optie is een weerspiegeling van het risico voor de uitgever, de 'schijver', van de optie. Dat risico wordt kleiner naarmate de periode waarin de optie nog kan worden uitgeoefend krimpt - een optie die volgende maand afloopt is goedkoper dan een optie die nog een jaar te gaan heeft.

Maar er zit in opties ook een premie die de beweeglijkheid van het onderliggende goed weergeeft. Hoe groter die 'volatiliteit' van het onderliggende goed, hoe groter het risico voor de schrijver van de optie dat de waarde van het onderliggende goed flink uitslaat en voor oplopende verliezen zorgt, en hoe hoger de optiepremie. Meijer bevestigt dat de optiepremies flink zijn gestegen. Schrijvers van call-opties hebben in een jaar van forse koersstijgingen al zo vaak in het stof gebeten dat het animo om te schrijven achterblijft. “Er is een grote vraag naar call-opties, maar het aanbod is beperkt. En dat maakt de prijs hoger.”

Op die manier kan Amsterdam zichzelf in theorie corrigeren: de door de optiebeleggers veroorzaakte wilde koersbewegingen zorgen er voor dat de prijs voor het speculeren op de optiebeurs oploopt. Daardoor neemt het animo om in opties te beleggen af, en keert de rust weer een beetje terug. De praktijk is vooralsnog anders. De optiehandel signaleert dat, ondanks de sterk opgelopen premies, de trek van particulieren in opties niet afneemt. “Ik denk wel dat de prijsstijging van opties het animo zullen drukken,” zegt Meijer. “Maar dat zal pas gebeuren als er een flinke correctie plaatsvindt, en het publiek zich vervolgens weer afwendt van de beurs.”