Argentinië: compensatie 'smerige oorlog'

BUENOS AIRES, 20 AUG. De Argentijnse regering gaat voor drie miljard dollar aan waardepapieren uitgegeven, bestemd om nabestaanden van de slachtoffers van de 'smerige oorlog' van 1976 tot 1983 te compenseren.

Op grond van een in 1994 aangenomen wet krijgen rond vijftienduizend familieleden van Argentijnen die tijdens het bewind van de militaire junta zijn verdwenen en hoogstwaarschijnlijk zijn vermoord, compensatie ter waarde van 200.000 dollar per gezin. De regering wil die compensatie de vorm van verhandelbare waardepapieren geven, met een nominale waarde. De werkelijke waarde kan op de vrije markt variëren. Dat betekent dat de begunstigden uiteindelijk minder dan 200.000 dollar in handen kunnen krijgen, zeker als teveel van hen de waardepapieren na de uitgifte snel van de hand willen doen.

De meest bnekende groep van nabestaanden, de Moeders van het Plaza de Mayo, heeft inmiddels laten weten niets te voelen voor compensatie. De Moeders beschouwen die als “bloedgeld”. “We zijn tegen elke vorm van betaling. Het leven heeft geen prijs”, aldus een lid van de groep, die zelf een negentienjarige zoon verloor tijdens het militaire regime. “We zullen de compensatie niet accepteren. Dat zou betekenen dat we de strijd opgeven.”

De Moeders demonstreren nog steeds regelmatig op het Plaza de Mayo in Buenos Aires, het plein weaaraan het presidentiële paleis ligt. Officieel verdwenen tienduizend mensen tijdens het bewind van de junta - critici van de militaire machthebbers, maar ook mensen die om welke reden dan ook van linkse sympathieën werden verdacht. Het werkelijke aantal slachtoffers van de junta is waarschijnlijk nog drie keer zo groot. (Reuter)